Bijzondere Waarnemingen in 2012

14 november 2012: Witte dwergpegelzwam in boswachterij Dorst-Baronie bij Rijen

Witte dwergpegelzwam (var. aggregata)
Mucronella calva var. aggregata (Fr.) Pilát)
Mucronella calva var. aggregata
Foto: Henriëtte Stuurman-Haije (2012)

Beschrijving:

In de boswachterij Dorst-Baronie wandel ik dagelijks, met de fungi-blik op scherp. Hoofddoel is het maken van een zo mooi mogelijke foto van een breed scala aan zwammen. Als het een zwam is waarvan ik denk dat het wel bijzonder zou kunnen zijn probeer ik een deskundige in te schakelen.
Leon Raaijmakers en Henk Lammers van de Werkgroep Coalescens waren enthousiast over mijn vondst van 14 november j.l. waarbij ik zelf niet verder kwam dan een soort koraalzwammetje. Zij vonden het de moeite waard nader onderzoek te laten verrichten, te meer daar aan weerszijden van het dennen-substraat verschillen werden vermoed. Zo werd Luciën Rommelaars ingeschakeld, die de zwam determineerde als de zeer zeldzame Witte dwergpegelzwam (var.aggregata).

Literatuur:
J. Breitenbach & F. Kränzlin (1991): Pilze der Schweiz 2, blz. 240, fig. 288.

27 november 2012: Ascocoryne inflata in natuurgebied de Kortenhoeff bij Huybergen

Ascocoryne inflata
Ascocoryne inflata (Wilson)
Ascocoryne inflata
Foto: Jeanne Lauwen (2012)

Beschrijving:

Op 27 november hebben we met de Paddenstoelenwerkgroep van KNNV Roosendaal, onder leiding van Jeanne Vos, geïnventariseerd in natuurgebied de Kortenhoeff bij Huybergen, een natuurgebied waar halfopen bos, droge heide, natte heide en vennen elkaar afwisselen. Vorig jaar groeide hier, bij het Akkerenven, het Blauwgroen trechtertje in grote aantallen. Op ’n stuk loofhout vonden we wel bruine zwammetjes, die in eerste instantie wat weg hadden van vreemd gekleurde Paarse knoopzwammen. Iets verderop, in ’n ander km-hok, vonden we deze zwammetjes nog ’n keer. Bij microscopisch onderzoek vielen de dik knopvormige uiteinden van de parafysen op. Samen met de kenmerken van de sporen (gemeten lengte 17-25µm en met twee druppels) én het feit dat ze op loofhout stonden kwamen we met de sleutel van Baral tot de slotsom, dat we de Ascocoryne inflata gevonden hadden, een zeer zeldzame ascomyceet.

Literatuur:
H.O. Baral (2000): Key to Ascocoryne

19 november 2012: Grote kop-op-schotel in de Bierlap-Kijfhoek in Wassenaar

Grote kop-op-schotel
Disciseda bovista (Klotzsch) Henn.
Disciseda bovista
Foto: Theo Westra (2012)

Beschrijving:

Op 19-11-2012 ging ik op zoek naar Zandputjes, Zandtulpjes en Aardsterren in het gebied Bierlap-Kijfhoek  in Wassenaar. Ik vond kleine Aardster en ook Schotelkluifzwammen en Kogelwerpers. Aangezien ik wist waar ik op moest letten speurde ik ook naar de Grote kop-op-schotel. En warempel, tussen de Stuifbolletjes op steel zag ik ook een Bovist met een platte onderkant. Even voelen of het schoteltje wel vast zat aan het kopje. Ik durfde het eerst niet te geloven maar de overtuiging groeide dat ik te maken had met mijn wenssoort. Een toevallig langskomende medewerker van Dunea kon ook zijn ogen niet geloven.  De Grote kop-op-schotel is uiterst zeldzaam en in Nederland enkel in de Duinen bij Wassenaar waargenomen. Bekijk ook de waarneming uit 2009.

Literatuur:
L. Jalink (1989): Kop-op-schotel (Disciseda) nog niet uitgestorven. Coolia 32(3): 55-59.
L. Jalink (1990): Nogmaals over het microscopisch verschil tussen twee Disciseda's en Bovista. Coolia 33(2): 53.
E. Gerhardt (2006): De grote paddenstoelengids voor onderweg, blz. 604 (in de tekst bij B. candida).

5 november 2012: Violetgrijze wasplaat op de Schaapsdijk in Weert

Violetgrijze wasplaat
Hygrocybe lacmus (Schumach.) P.D.; Orton & Watling 
Hygrocybe lacmus
Foto: Arno van Stipdonk (2012)

Beschrijving:

De Schaapsdijk is een klein cultuurlandschap langs de spoorweg in de gemeente Weert richting Eindhoven. Dit gebiedje wordt reeds 30 jaar lang beheert door vrijwilligers wat vooral bestaat uit maaien en afvoeren van het maaisel. De laatste zes jaar zijn hier 114 soorten paddenstoelen waargenomen waarvan 21 soorten op de Rode lijst (2008) staan. Vooral de graslandpaddenstoelen zijn hier goed vertegenwoordigt. De Violetgrijze wasplaat groeit op twee locaties in dit gebied. Het afwisselende beheer wat sinds de laatste paar jaren ook op de graslandpaddenstoelen is afgestemd, zorgt er voor dat deze soort elk jaar kan worden waargenomen op zeker een van beide locaties. Afgelopen zondag stonden op een locatie zo’n vijftig vruchtlichamen op een kleine oppervlakte tussen pijpenstrootje. Waarschijnlijk heeft dit lange gras voor de nodige beschutting gezorgd tegen de vroeg ingetreden en kortstondige nachtvorst eind oktober.

Literatuur:
J. Breitenbach & F. Kränzlin (1991): Pilze der Schweiz 3, blz. 108, fig. 88.

12 oktober 2012: Grijze Vorkplaat aan de rand van het Hulsthorsterzwand

Grijze Vorkplaat
Cantharellula umbonata (J.F. Gmel.) Singer
Cantharellula umbonata
Foto: John Breugelmans (2012)

Beschrijving:

Omdat ik er in 2010 al veel bijzondere paddenstoelen vond ging ik op 22-10-2012 naar het Hulshorsterzand om paddenstoelen te zoeken. Tijdens de wandeling vond ik veel leuke paddenstoelen zoals Gele ridderzwam en Glanzende ridderzwam en toen ik aan de rand van het Hulshorsterzand onder een groepje dennenbomen door liep, viel mijn oog op een mooi bemost stukje waar ik de zeer zeldzame en ernstig bedreigde Grijze vorkplaat vond. Alle kenmerken klopten zoals de gevorkte lamellen en de rood verkleuring van de lamellen en de omgekrulde hoedrand en natuurlijk de groeiplaats op een mooi bemoste open plek tussen de dennenbomen. Bekijk ook de waarneming uit 2010.

Literatuur:
J. Breitenbach & F. Kränzlin (1991): Pilze der Schweiz 3, blz. 146, fig. 146.
G.J. Krieglsteiner (2001): Die Großpilze Baden-Württembers band 3, blz. 145.

16 oktober 2012: Grote Knoflooktaaililng in Landgoed Elswout

Grote knoflooktaailing
Marasmius alliaceus (Jacq.) Fr.
Marasmius alliaceus
Foto: Leo van der Brugge (2012)

Beschrijving:

Op maandagavond 15 oktober werd ik gebeld door Thijs van Trigt. Hij vermoedde dat hij de Grote knoflooktaailing in Landgoed Elswout bij Overveen had gevonden. Hij is sinds een jaar ook besmet met het paddenstoelenvirus en hij vroeg: ”Leo heb je zin en tijd om met mij samen op woensdag 17 oktober te gaan kijken?” Het was niet het mooiste weer maar poncho aan en paraplu open gingen wij op pad naar de voormalige fazantenfokkerij achter in Elswout. Daar stonden een 5-tal exemplaren, die ik uit de literatuur als de Grote knoflooktaailing herkende. Thuis heb ik de paddenstoel toch nog maar even onder de microscoop bekeken voor de bevestiging. De Grote knoflooktaailing is in Nederland zeer zeldzaam en tot nu toe is hij maar van 3 atlasblokken bekend.

Literatuur:
E. Gerhardt (2006): blz. 190.
J. Breitenbach & F. Kränzlin (1991): Pilze der Schweiz 3, blz. 232, fig.276.

14 oktober 2012: Kruisdisteloesterzwam op populier in Wassenaar

Kruisdisteloesterzwam
Pleurotus eryngii (DC.) Quél. (Jacq.) Fr.
Pleurotus eryngii
Foto: Joop van der Lee (2012)

Beschrijving:

Op 14 oktober zag ik onder aan de stam van een populier op de openbare weg een paddenstoel. Ik kon er geen naam voor bedenken en heb hem toen gewoon van het hout  afgesneden.  Een grijze hoed, excentrisch gesteeld  en sterk aflopende lamellen. De hoed was groter dan 14 cm en de steel 12 X 45 cm lang. Hij bracht 420 gram op de schaal, dus een flinke jongen. Ik kon er nog steeds geen naam aan geven en bracht hem naar Machiel Noordeloos. Na determinatie door hem bleek het om een Kruisdisteloesterzwam te gaan. Op dit soort substraat is hij echter nog nooit gevonden. Normaliter is de Kruisdisteloesterzwam kleiner en   voedt zich met de afstervende cellen van de kruisdistel. Maar hij wordt ook wel op houtsnippers gekweekt.

Literatuur:
J. Breitenbach & F. Kränzlin (1991): Pilze der Schweiz 3, blz. 312, fig. 396.

12 oktober 2012: Ivoorboleet opnieuw aanwezig in Duizel

Ivoorboleet
Suillus placidus (Bonord.) Singer
Suillus placidus
Foto: John Breugelmans (2012)

Beschrijving:

Vandaag besloten om na de ochtend regen nog een middagwandeling te maken in de omgeving van Duizel (Noord-Brabant). Na een mooie paddenstoelen wandeling met heel veel soorten boleten en russula’s kwam ik bij een bospad met weymouthdennen, waar ik tot mijn verbazing de ivoorboleet vond. Deze prachtige witte boleet is met geen andere te verwarren en heeft mooie bruinige vlekjes op de steel en wit geel achtige buisjes. Niet een maar wel 5 stuks stonden er van deze zeer zeldzame soort. Hij was hier al eerder gevonden in 2008 en is nu dus opnieuw aanwezig in Duizel. Hij staat in de rode lijst nog als verdwenen uit Nederland, maar is op de verspreidingsatlas.nl inmiddels van 2 atlashokken bekend. Bekijk ook de waarneming uit 2008.

Literatuur:
J. Breitenbach & F. Kränzlin (1991): Pilze der Schweiz 3, blz. 80.

8 oktober 2012: Robijnboleet in Nijenrode

Robijnboleet
Chalciporus rubinus (W.G. Sm.) Singer
Chalciprous rubinus
Foto: Jaap Wisman (2012)

Beschrijving:

Op 8 oktober trof ik op een eilandje in de parkvijver van kasteelpark Nijenrode een fraai boleetje wat ik dezelfde avond toonde tijdens de kleiboswerkgroepavond, alwaar mijn vermoeden werd bevestigd: de Robijnboleet. Toen ik hem verzamelde kwam Peter Jan Keizer op in mijn gedachten, wat dus wel klopt want hij vond ooit de eerste Robijnboleet in Utrecht en later is hij nog eens gemeld uit het Kromme Rijngebied. In België komt hij voor in Meise in de Nationale Plantentuin. Hij schijnt voorkeur te hebben voor oude parken met zomereik. In de Rode Lijst staat hij als kwetsbaar. Het blijvend voorkomen op dit eilandje is uiterst onzeker, want hij groeide bij de stronk van een recent omgewaaide en inmiddels opgeruimde eik en het is de vraag of hij de overstap wil maken naar de enige ander eik op het eilandje, een vrij jong exemplaar.

Literatuur:
P. Keizer (1995): Coolia 38: , blz. 29-32, fig. 1.

2 otober 2012: Collybiagalzwam in het Waterloopbos in de Noordoostpolder

Collybiagalzwam
Christiansenia cf.mycetophila (Peck) Ginns & Sunhede

Foto: Hans Adema (2012)

Beschrijving:

Een enkele maal kan het voorkomen dat je op paddenstoelenjacht iets heel onverwachts vindt. In een van de mooiste paddenstoelengebieden van ons land, het Waterloopbos in de Noordoostpolder, groeide tussen de eikenbladzwammetjes een exemplaar met een vreemd gevormde hoed, dat eerder aan een kluifzwam dan aan een plaatjeszwam deed denken. Ik kende het van een tekening van Eef Arnolds in het Gele Monster. Het is een vervorming van het vruchtlichaam door een parasitaire korstzwam, de Collybiagalzwam. Deze vormt geslachtelijke en ongeslachtelijke sporen. Als er veel ongeslachtelijke sporen worden gevormd, dan ziet de paddenstoel er uit alsof deze met meel bepoederd is. Pas bij het schrijven van dit stukje, bedoeld voor de natuurwigets van Naturalis, kwam ik er achter dat een uiterst zeldzame verschijning is. Er bestaan 3 soorten van de Christiansenia op het eikenbladzwammetje, die vrijwel identieke gallen maken en alleen microscopisch kunnen worden onderscheiden. In dit geval is dat niet gedaan.

Literatuur:
H. A. van der Aa (1979): Aandacht voor Christiansenia-gallen op Collybia dryophila. Coolia 22(2): blz. 42-45, fig.1.
J.Ginns & S. Suhede (1978): Bot. Not. 131: blz. 168, fig. 2. 1978;

24 september 2012: Bijzondere Indigoboleet nabij de mosheuvel in Wassenaar

Indigoboleet
Gyroporus cyanescens (Bull.) Quél.
Indigoboleet
Foto: Joop van der Lee (2012)

Beschrijving:

Nabij de mosheuvel in Wassenaar vond ik boleten, die ik eerst niet op naam kon brengen. Het bleken Indigoboleten.  In tegenstelling tot de eerder in Nederland waargenomen exemplaren miste deze collectie de  directe en intense blauwverkleuring. De vondst van een Indigoboleet is op zich niet zo bijzonder daar ze reeds eerder zijn waargenomen in Nederland maar nog niet in de buurt van Wassenaar. Het feit dat de intense blauwverkleuring niet optreedt na doorsnijden maakt het op zich wel bijzonder. Vooralsnog wordt er door Machiel Noordeloos geen onderscheid gemaakt tussen Gyroporeus cyanescens en de var. Gyroporus lacteus zoals beschreven in deel 2 van Fungi Europaei door Antonio Muñoz, dus blijft het bij G. cyanescens zoals ook vermeld in de standaardlijst. De vindplaats wordt wel in de gaten gehouden om een eventueel nieuw exemplaar wederom te kunnen controleren op zijn verkleuring.

Literatuur:
Breitenbach & Kränzlin (1984): Pilze der Schweiz 3, blz. 68.
E. Gerhardt (1990): Grote paddenstoelengids voor onderweg, blz. 474.
J.A. Muñoz (2005): Fungi Europaei deel 2, Boletus s.l., blz. 150.

21 september 2012: Parasiterende Blistum tomentosum in Twents bos

Blistum tomentosum
Blistum tomentosum (Schrad.) B. Sutton
Blistum tomentosum
Foto: Gerben Winkel (2012)

Beschrijving:

Een sterk verwaterd boomstammetje op de Lonnekerberg trekt mijn aandacht door mooie Helmmycena's. Van dichtbij blijken er ook kleine "pluizige" dingetjes op te zitten. Met de loep kun je zien dat het een met onbekende schimmel overwoekerde slijmzwam (myxomyceet) is. Via het internet kom ik de soortnaam Polycephalomyces tomentosus op het spoor maar klopt dat? Nederlandse literatuur hierover ontbreekt helaas. Voor de zekerheid vraag ik de hulp van Marian Jagers. Ze komt op dezelfde naam uit, beter bekend als Blistum tomentosum. Een parasiet op slijmzwammen. De talloze witte steeltjes (synnemata), op de foto's met ronde knop, zijn de sporendragers. Hierop zit voor de soort onder andere de kenmerkende wratachtige ornamentatie. Gastheer dit keer is de slijmzwam Arcyria cinerea, het Asgrauw netwatje. Nog net in een goede staat voor determinatie. Blistum tomentosum komt ook voor op een zestiental andere slijmzwammen. Vooral op de Trichia soorten.

Literatuur:
M.B. Ellis & J.P. Ellis (1988): Microfungi on Miscellaneous Substrates (New enlarged edition), afbeelding 15, blz. 48, 49 en 50.
Wolfgang Heifer (1991): Pilze auf Pilzfruchtkörpern, blz. 82 en 83. (Libri Botanici, Band 1).
Keith Seifert, G. Morgan-Jones, W. Gams, B. Kendrick (2011): The Genera of Hypomycetes, blz.110 en 564.

19 augustus 2012: Veenmosvuurzwammetje in de Bruuk

Veenmosvuurzwammetje
Hygrocybe coccineocrenata (P.D. Orton) M.M. Moser
Veenmoszwammetje
Foto: Gio van Bernebeek (2012)

Beschrijving:

Zondag 19 augustus was een paddenstoelenexcursie in de Bruuk (blauwgrasland met veel veenmos en andere mossen) bij Groesbeek. Door de hitte besloot ik niet mee te gaan, maar vanwege de vondsten op waarneming.nl, een dag later toch te gaan kijken. Via de platgetrapte paadjes kon ik precies de weg volgen die de groep een dag eerder had gelopen. Op deze manier vond ik het ook een dag eerder gevonden veenmosvuurzwammetje. Dit paddenstoeltje heeft een gegolfde hoedrand, rood tot oranjegeel van kleur en een enigszins ingedeukt centrum. Het hoedoppervlak is mat, wat korrelig aandoend (hyfen), later verkleurend tot de kenmerkende bruine schubjes. De lamellen breed, aflopend en bleekgeel. Steel 3-7 cm. lang, oranjerood en glad. Op de rode lijst staat het veenmosvuurzwammetje als zeldzaam en matig afgenomen. Bekijk ook de eerdere waarnemingen van deze soort.

Literatuur:
D. Boertmann (1996): The genus Hygrocybe, blz. 110.
E. Arnolds (1990): Flora Agaracina Neerlandica Vol 2, blz. 98 (als H. lepida).

6 augustus 2012: Gele kleefparasol in het Bunderbos (Zuid-Limburg)

Gele Kleefparasol
Limacella ochraceolutea P.D. Orton
Gele kleefparasol
Foto: John Breugelmans (2012)

Beschrijving:

Op 06-08-2012 ging ik naar Limburg om te kijken of er al leuke paddenstoelen te vinden waren.Na een teleurstellende ochtend in het Schaelsbergerbos, waar zo goed als niets te vinden was (mede door de kap van alle bomen langs het voor zeldzame paddenstoelen beroemde pad langs de noordzijde van de spoorlijn) besloot ik daarna het Bunderbos te bezoeken en gelukkig vond ik hier wel wat leuke paddenstoelen, maar de verrassing kwam aan het eind van de wandeling toen ik al zo vroeg in het jaar aan het pad langs de spoorlijn de prachtige Gele kleefparasol vond. De Gele kleefparasol heeft een mooie slijmerige gelige hoed die naar het midden toe donkerder geel/oranje wordt . Deze soort is zeer zeldzaam en komt hij voor in slechts 8 kilometerhokken en staat als gevoelig op de rode lijst.

Literatuur:
Breitenbach & Kränzlin (1984): Pilze der Schweiz 4, blz. 158.

3 augustus 2012: Blauwvoetsatijnzwam in de duinen van Voorne

Blauwvoetsatijnzwam
Entoloma glaucobasis Huijsman ex Noordel.
Blauwvoetsatijnzwam
Foto: Eline Vis (2012)

Beschrijving:
Paddenstoelen zijn niet altijd gemakkelijk te determineren. Dat vind ik van de Entoloma’s ook. Maar ze hebben wel een grote aantrekkingskracht door hun uiterlijk en kleur. Ik ga dan ook 'door de knieën' als ik er één zie. Zo verging het mij ook dit maal. Deze Satijnzwam leek niet op al degene die ik eerder had gezien: de steelkleur en de fijne schubjes op de hoed waren opvallend mooi en anders. Onder de microscoop bekeken, bleek het inderdaad om een Satijnzwam te gaan. Machiel Noordeloos heeft hem verder op naam gebracht en een Nederlandse naam gegeven: deze bleek nog niet eerder in Nederland gezien te zijn. Het gaat om de Blauwvoetsatijnzwam. Hij is gevonden in beschermd graslandgebied, op onbemeste, kalkhoudende grond tussen grassen, klaver, kruipwilg, kleine struikjes en enkele gentianen– en wederiksoorten.

Literatuur:
Huijsman ex Noordel. (1985): Persoonia 12 (4): blz.260.
L. Hansen & H. Knudsen (red.) (2000): Nordic Macromycetes, Vol.1, blz. 450.

5 juli 2012: Varenkerriekelkje in de Nieuwe Tiend (Udenhout)

Varenkerriekelkje
Phialina flaveola (Cooke) Raitv.
Varenkerriekelkje
Foto: Luciën Rommelaars (2012)

Beschrijving:
Op 5 juni ging samen met Jac Gelderblom weer eens op pad. We kozen voor “de Nieuwe Tiend” bij Udenhout. Ondanks de regelmatige regenval van de afgelopen tijd stond er nauwelijks een paddenstoel, niet eens kleine ascootjes waren te vinden. Op het eind van de wandeling hadden wij bij een berm met veel adelaarsvaren geluk. Op overjarige bladeren en de dunnere bladsteeltjes groeiden massaal citroengele, kleine zittende schijfjes. Microscopisch opvallend zijn de 4-sporige asci en de aan de top regelmatig wat gebogen randharen. Opvallend zijn ook de gele pigmentguttules in veel excipulumcellen en vaak ook in de basis van de haren. Het Varenkerriekelkje staat als zeer zeldzaam te boek en is volgens de verspreidingsatlas van slechts 4 km-hokken bekend. Deze zeldzaamheid betwijfel ik, ik heb de soort de afgelopen 10 jaar al 5 maal eerder gevonden.

Literatuur:
Ellis, M.B. & J.B. Ellis (1997): Microfungi on Landplants: blz.567, fig. 2103.
L. Hansen & H. Knudsen (red.) (2000): Nordic Macromycetes, Vol.1, blz. 222.

18 juni 2012: Spatelhoorntje in de Amsterdamse Waterleidingduinen (Vogelenzang)

Spatelhoorntje
Calocera pallidospathulata D. Reid
Calocera pallidospathulata
Foto: Theo Westra (2012)

Beschrijving:
Een paar dagen nadat het flink geregend heeft ga ik op liggende bomen na naar slijmzwammen zoeken. In de Amsterdamse Waterleidingduinen, ingang Pannenland te Vogelenzang, liggen diverse soorten stammen te vergaan. Op een flink rotte stam (onherkenbaar welke soort) staan op een gegeven moment veel soorten slijmzwammen met tot de verbeelding sprekende namen zoals Langdraadwatje, Bloedweizwam en Ijsvingertje. Ik zie ook Geel Hoorntje en maak met mijn Panasonic FZ8 een aantal opnamen. In eerste instantie dacht ik aan een Druppelzwam, maar uitvergrotend op het display zie ik geen puntjes aan het eind maar ronde toppen. Later thuis zie ik eigenlijk pas de Spatelvorm zoals ik die ken van Zwitserland, waar Mijtertjes en Spatelhoorntjes gemeengoed zijn. Als je dan ook ziet dat ze heel bijzonder zijn maakt dit een dag helemaal goed. Bekijk ook de waarneming uit 2010.

Literatuur:
Reid, D, (1974): Trans. Br. mycol. Soc. 62: blz.445-446, fig. 2F-H.

10 Jun1 2012: Arcyria riparia in het Leutinkveld bij Enschede

Arycria riparia L.G. Kriegelst.
Arcyria riparia
Foto: Marian Jagers (2012)

Beschrijving:
In het drassige terreintje begroeid met veel Pitrusvond ik op Bosbies de Grashalmycena. Tussen deze fraaie soort zag ik op de grond op de plantenresten iets wittigs, het onrijpe stadium van een slijmzwam. Beter kijkend vielen me ook rijpe vruchtlichamen op. Door de loep was al wel te zien dat het om een soort uit het geslacht Arcyria ging. Thuis bleken de kleine, ± 1,3 mm hoge, lichtgrijze tot licht bruingrijze (soms rozegrijze) vruchtlichamen van Arcyria riparia. Hans van Hooff heeft de vondst gecontroleerd. De eerste twee vondsten van A. riparia zijn afkomstig uit Beieren, Duitsland, in 1992. De vruchtlichamen werden er gevonden op plantenresten aan de oevers van twee meertjes. A. riparia lijkt nog zeldzaam gemeld te zijn. Afgezien van de Beierse vondsten vond ik nog geen andere gegevens over de verspreiding.
Literatuur:
Krieglsteiner, L. (1993): Verbreitung, Ökologie und Systematik der Myxomyceten im Raum von Regensburg (einschließlich der Hochlagen des Bayrischen Waldes). Libri Botanici. Band 11, blz 63-67.
Poulain et al. ( 2011): Les Myxomycètes FMBDS. Fotodeel blz. 107.

5 juni 2012: Giftige vezelkop in de Wilhelminalaan in Alkmaar

Giftige vezelkop
Inocybe erubescens A. Blytt
Inocybe erubescens
Foto: Martijn Oud (2012)

Beschrijving:
Een paar weken geleden zochten we special na de Giftige vezelkoppen, maar ze stonden ze er nog niet. Gisteren waren ze er eindelijk in een flink aantal! Al enige jaren achtereen worden ze van eind mei tot circa half juni in de Wilhelminalaan te Alkmaar op een vaste plek aangetroffen, en nu stonden ze er weer, keurig op dezelfde drie vierkante meters als voorheen. De Giftige vezelkop is met geen enkele andere vezelkop te verwisselen vanwege de steenrode verkleuring bij beschadiging op een witte ondergrond. Hij vormt ectomycorrhiza met loofbomen op kalkrijke zand of klei. Zoals de naam al zegt is deze vezelkop giftig. Er zijn gevallen bekend van verwisseling met de Voorjaarspronkridder, deze groeit in dezelfde tijd van het jaar. Deze soort is zeer zeldzaam en staat als Bedreigd op de Rode Lijst!
Literatuur:
Kuyp., Persoonia Suppl. 3 (1986): blz. 44-45, fig. 11.
Stangl, Hoppea 46 (1989): blz. 66-68, fig. 16. .

19 mei 2012: Geaderde kluifzwammen in de Zaanstreek

Geaderde kluifzwam
Helvella fusca Gillet
Helvella fusca
Foto: Kik van Boxtel (2012)

Beschrijving:
Langs de N8 tussen Wormerveer en Westzaan staat in de berm een rij populieren. Hier ontdekte Kik van Boxtel tussen de al eerder door hem gevonden Nonnekapkluifzwammen (Heklvella spadicea) voor hem op dat moment onbekende bruine kluifzwammen met geaderde stelen. Thuis kon hij de paddenstoelen niet determineren, omdat ze niet in zijn boeken stonden en daarom stuurde hij foto's naar Martijn Oud, die er direct de Geaderde kluifzwam in herkende, een in heel Europa zeer zeldzame paddenstoel. Er werd meteen een excursie gepland naar het stuk snelweg en op de aangegeven plaats werden inderdaad enkele tientallen exemplaren aangetroffen! Martijn fotografeerde de paddenstoel opnieuw, nu ook met doorgesneden stelen, waardoor te zien is dat de kenmerkende aders door en door in de steel aanwezig zijn.
Literatuur:
Ellis & Ellis (1988): Microfungi on Miscellaneous Substrates, blz. 76.
M.A. Maas Geesteranus (1967): De fungi van Nederland II. Pezizales, deel 1, blz. 21.

4 mei 2012: Vertakt kroonknotsje in 'De Zumpe'

Vertakt kroonknotsje
Artomyces pyxidata (Pers.) Jülich
Artomyces pyxidata
Foto: Marjon van der Vegte (2012)

Beschrijving:

Op 4 Mei bezocht ik met een planten- en mossendeskundige `De Zumpe´, een klein gebiedje vlakbij Doetinchem. Op een oude verrotte Beuk vonden wij het Vertakt kroonknotsje, dat er in december vorig jaar ook al stond. Nu stonden deze prachtige paddenstoelen vol ornaat te pronken. Volgens de literatuur komt het Vertakt kroonknotsje meestal voor op loofhout, maar is ook bekend van naaldhout en kan het hele jaar door verschijnen. Het is wel frappant dat er zo kort na de eerste vondst alweer vruchtlichamen gevormd waren. Het Vertakt kroonknotsje is pas sinds 2004 bekend uit ons land. Hoewel het ook in 2007, 2008 en 2010 gevonden is, blijft deze paddenstoel met slechts enkele vindplaatsen een onalledaagse waarneming.  Bekijk ook de eerdere waarnemingen van deze soort.

Literatuur:
E. Gerhardt (2006): De grote paddenstoelengids voor onderweg, blz. 592.
S. Ryman & I. Holmåsen (1992): Pilze, blz. 114 (als Clavicorona pyxidata).

24 april 2012: Phaeobotryosphaeria (Botryosphaeria) visci in het Bunderbos, Elsloo


Phaeobotryosphaeria visci (Pers.) Jülich
Phaeobotryosphaeria visci
Foto: Luciën Rommelaars (2012)

Beschrijving:

Maretak is een substraat dat in Limburg veelvuldig gevonden wordt. Omdat takjes en blaadjes voor het oprapen lagen, ging ik gericht op zoek naar kleine ascomyceetjes. Veel materiaal met 'zwarte puntjes' verdween in een boterkuipje. Thuisgekomen bleek dat op de takjes zowaar echte ascomyceetjes groeiden. Ze waren niet groter dan 0,5 mm. Spectaculair waren de grote, goudgele sporen (32 – 41 x 15 – 19 µ). Het bleek Botryosphaeria (Phaeobotryosphaeria) visci te zijn. De soort is waarschijnlijk nieuw voor Nederland. Op de blaadjes bleek de anamorph (het imperfecte stadium) te groeien. Deze anamorph heet Sphaeropsis visci. Ook nu waren de conidiënsporen groot en goudgeel bij rijpheid (35 – 55 x 18 - 21µ). Misschien is dit ascomyceetje helemaal niet zo zeldzaam. Nico Dam en Luciën Rommelaars worden graag op de hoogte gehouden van andere vondsten.

Literatuur:
Mycobank geeft een beschrijving van de soort op hun internetsite.
Phillips A. e.a.( 2008): Persoonia, vol. 21 blz. 29-55.

24 april 2012: Donker beekschijfje in het Bunderbos te Elsloo

Donker Beekschijfje
Pachyella violaceonigra (Rhem) Pfister
Pachyella violaceonigra
Foto: Luciën Rommelaars (2012)

Beschrijving:
Op de voorjaarsexcursie die geleid werd door Jo Bollen was een behoorlijke groep mycologen afgekomen. Inderdaad stond Donker Beekschijfje dit jaar in volle glorie te pronken. De soort groeit op vochtig, rottend hout of op vochtige bodem in verbinding met het daarin aanwezige hout. Bij rijpheid worden de sporen fijn wrattig en de buitenzijde van het vruchtlichaam wordt gekenmerkt door een palissade van cilindrische tot licht knotsvormige haarachtige eindcellen, ontspringend vanuit een textura globulosa (weefsel van ronde cellen). In de literatuur wordt soms de fijne ornamentatie van de sporen niet vermeld of wordt hij niet groter aangegeven dan maximaal 10 mm, terwijl andere auteurs dezelfde soort rustig een grootte laten bereiken van 100 mm. De exemplaren in het Bunderbos waren ongeveer 60 mm groot. De soort is van slechts twee vindplaatsen bekend en is opgenomen in de Rode Lijst.

Literatuur:
Ellis & Ellis, Microfungi on Miscellaneous substrates, blz 85.
Breitenbach & Kränzlin, Pilze der Schweiz 1, blz.80.
Pfister H. & Candoussau F., The Psilopezioid Fungi VIII, Mycotaxon Vol.13-3, blz..457.

13 april 2012: Lenteknotszwam op de Regte Heide te Goirle

Lenteknotszwam
Clavulinopsis vernalis (Schwein.) Corner
Lenteknotszwam door Lucien Rommelaars
Foto: Luciën Rommelaars (2012)

Beschrijving:

Samen met Wim de Jong, beheerder van terreinen van het “Brabants Landschap” reed ik naar het centrale deel van de heide. Bij toeval had Wim de dag daarvoor Lenteknotszwammetjes gevonden. Op de vochtige, schrale zandige oevers stonden verspreid al weer jonge heideplantjes en ook zonnedauw was aan het opkomen. En ja hoor, verspreid over een lengte van ongeveer drie meter waren op de kale zandbodem groene algenplakkaten waaruit tientallen Knotszwammen ontsproten. Ze waren prachtig op kleur en vertoonden nergens indrogingsverschijnselen. Daarna wandelde ik naar een plek waar ik andere jaren al naar dit kleine juweeltje gezocht had. Het resultaat was negatief. Afdalend naar “Het Riels Laag”, een beekdal, vond ik toch nog onverwacht een tweede groeiplaats van het Lenteknotszwammetje. Ook nu weer op algenplekken op vochtige, schrale zandbodem. Volgens de verspreidingsatlas zijn dit de achtste en negende vindplaats van ons land na 1990. Bekijk ook de eerdere waarnemingen van deze soort.

Literatuur:
L. Raaijmakers (2004): Een nieuwe vindplaats van de Lenteknotszwam. Coolia 47/4, blz.190-193.
S. Ryman & I. Holmåsen (1992): Pilze, blz. 123 (als Multiclavula vernalis).

16 maart 2012: Purperbruine mycena op De Duivelshof, Twente

Purperbruine mycena
Mycena purpureofusca (Peck) Sacc.
Mycena purpureofusca
Foto: Gerben Winkel (2012)

Beschrijving:

Na de pittige vorstperiode plannen we met de werkgroep gelukkig weer een middag voor een paddenstoelen- en mossenexcursie. Het aantal soorten paddenstoelen is helaas nogal beperkt want de natuur moet weer op gang komen. Toch vinden we nog een leuke soort die direct herkend wordt door Laurens van Run als de zeldzame Purperbruine mycena. Op een met Gewoon klauwtjesmos bedekte en half vergane dennenstam groeien slechts twee exemplaren. Om het beste moment voor een goede foto te hebben, wordt het enkele dagen wachten op het mooi uitspreiden van de hoed. Dan is het inmiddels een echte lentedag. Deze mycena verwacht je echter in oktober en november, maar is al meer in maart gevonden. Ze kan ook op begraven dennenkegels en soms op rottende eikenstammen groeien. Kennelijk wordt ze nog weinig opgemerkt, maar is sinds 1990 vaker gezien. Let vooral op die prachtige lamelsnede met de zoo kenmerkende purperbruine rand.

Literatuur:
G. Robich (2007): Mycena d'Europa, blz. 605.
R.A. Maas Geesteranus (1992): Mycenas of the Northern Hemisphere Band II, blz. 197.

11 januari 2012: Hangende Zwameter in landgoed “Haagsche Bosch” in Twente

Hangende zwameter
Hypomyces rosellus (Alb. & Schwein.) Tul. & C. Tul.
Hangende zwameter door Gerben Winkel
Foto: Gerben Winkel (2011)

Beschrijving:
Woensdags gaan we meestal op stap met onze werkgroep. Ook in de winter is er dikwijls nog wel een leuke verrassing voor ons te vinden. Begin oktober bezochten we een laan met Amerikaanse eiken in het “Haagsche Bosch” in Twente. Drie dikke stammen waren toen om de voet omringd door massa’s Eikhazen (Grifola frondosa). Van deze zwammen resteerden nog wat papperige stelen. Nauwelijks als Eikhaas herkenbaar. Ze vielen wel op door de paars-rode kleur, en werden door ons daarom spottend “Paashaas”genoemd! Bij onderzoek met de binoculair bleken er een soort papillen op te zitten waaruit veel aaltjes naar buiten kropen. Het materiaal was al te oud voor onderzoek. Mijn tweede bezoek op vrijdag leverde gelukkig nog gave paars-rode zwammen op, gehecht aan de stam en afgevallen bladeren. Het bleek een parasiterende soort te zijn. Met tips van Henk Huijser en microscopisch onderzoek van Joop de Wit, kon bevestigd worden dat het hier om de Hangende zwameter gaat. Volgens de verspeidingsatlas parasiterend op plaatjeszwammen. Maar hij komt dus ook op Polyporen (gaatjeszwammen) voor. Duitsers noemen hem de “Rotfarbener Pustelpilz”. De foto’s tonen precies die uiterst kleine pustels of puistjes. “What is in a name?”
Literatuur:
L. Hansen & H. Knudsen (red.) (2000): Nordic Macromycetes, Vol.1, blz. 222.
M.B. Ellis & J.P. Ellis (1988): Microfungi on Miscellaneous Substrates, blz. 24.

5 januari 2012: Grijsbruin zijdekussentje in Oostvoorne

Grijsbruin zijdekussentje
Dianema depressum (Lister) Lister
Grijsbruin zijdekussentje door Eline Vis
Foto: Eline Vis (2012)

Beschrijving:

Tijdens een wandeling  begin januari in het  Mildenburgbos in Oostvoorne trok een rood puntje op een oude boomstam mijn aandacht. De onderkant bleek vol te zitten met Karmijnrood netwatje (Arcyria denudata). Enkele dagen later zag ik een violetblauw kluitje om een paar van deze netwatjes heen. Het plasmodium ervan, dacht ik meteen. Dat zou kunnen omdat dit ook grijs kan zijn. Na enkele dagen werd het donkerder en kwam er een nieuw wit kluitje bij. Het moest dus wat anders zijn. Vermoedelijk door de kou groeide het kluitje niet uit tot rijpe sporen en toen de vorst echt goed begon heb ik een stukje meegenomen. In een nacht kwamen er rijpe sporen. In een luciferdoosje opgestuurd, bleek het om het bijzonder mooie en zeldzame Grijsbruin zijdekussentje te gaan. Op de foto's zijn verschillende rijpingsstadia in beeld gebracht. De determinatie is door Hans van Hooff gedaan.

Literatuur:
N.E. Nannenga-Bremekamp (1991): A guide to Temperate Myxomycetes, blz. 89, 90, 96.
B. Ing (1999): The Myxomyycetes of Britain and Ireland, blz. 99.