Bijzondere Waarnemingen in 2013

5 december 2013: Parasiterende Blistum ovalisporum in Twente


Blistum ovalisporum

Blistum ovalisporum (A.L. Smith) B. Sutton


Foto: Gerben Winkel (2013)


Beschrijving:
Een oude verzameling vondsten, zorgvuldig bewaard in boterkuipjes moest nodig eens worden opgeruimd. Daar zaten diverse soorten slijmzwammen bij die ik al lang bewaarde om hun ontwikkeling en het afrijpen met de sporen te kunnen volgen. Eén soort leek wit beschimmeld en dat trok de aandacht want ik meende daarop Blistum tomentosum te zien groeien. (Zie de waarneming uit 2012). Gelukkig is het nog op tijd om dit te onderzoeken. Marian Jagers wees me op de huidige stand van zaken. De taxonomie krijgt momenteel nog updates waaronder de DNA codering. Bij het microscopisch onderzoek zijn dit keer ovale sporen te zien van een reeds beschreven "variant", Blistum ovalisporum. Hij overwoekert de slijmzwam Trichia varia, het Fopdraadwatje dat bijna onherkenbaar is. Het is logisch dat deze zeer kleine soorten zelden gezien worden omdat het "gewoon schimmel" lijkt! Hun unieke schoonheid zie je pas bij een forse optische vergroting.

Literatuur:
M.B. Ellis & J.P. Ellis (1988): Microfungi on Miscellaneous Substrates (New enlarged edition), afbeelding 15, blz. 48, 49 en 50.
W. Heifer (1991): Pilze auf Pilzfruchtkörpern, (Libri Botanici, Band 1) blz. 82 en 83.

30 november 2013: Roze Grasknotsje in reservaat ‘De Zumpe’ bij Doetinchem


Roze Grasknotsje

Typhula incarnata Lasch ex Fr.


Foto: Marjon van der Vegte (2013)


Beschrijving:
Het reservaat “De Zumpe” bij Doetinchem bestaat uit een interessant graslandje met een ven en oud Elzen- Wilgenbroekbos met kwel op lichte leem. Tijdens de inventarisatie noteer ik op dit graslandje de Rupsendoder en toon hem aan mijn collega André Hertog, die de Flora onderzoekt. Bij het knielen, valt mijn oog op prachtige roze knotsjes verscholen tussen het Puntmos. Bestaat er niet zo’n roze knotsje? Jawel, het Roze Grasknotsje! Het grootste knotsje meet totaal maar 1,75 cm; de fertiele club is slechts 4,5 mm lang en is 1,1 mm breed. De soort heeft gespen en naast stervormige kristallen op de steel zijn er ook dikke korte haren aanwezig. Om deze kleine Roze grasknotsjes te vinden moet men geluk hebben, de tengere habitus is ook een reden waarom ze waarschijnlijk zo zeldzaam zijn, alom, een leuke afsluiting van het jaar 2013!

Literatuur:
H. Knudsen en J. Vesterholt (2012): Funga Nordica, blz. 300.

25 november 2013: Lamproderma puncticulatum in de Zurenhoek nabij Bergen op Zoom


Lamproderma puncticulatum

Lamproderma puncticulatum Härk.


Foto: Aafke Buijs (2013)


Beschrijving:
Tijdens een wandeling door de Zurenhoek, een bosgebied nabij Bergen op Zoom, viel mijn oog op een met een wittige substantie bedekt Larixappeltje, deels begraven in een dikke laag vochtig mos. Thuis onder het binoculair bleek het een halfrijpe slijmzwam. Na een paar dagen narijpen van de vruchtlichaampjes vielen onder de microscoop direct de bandvormige capillitiumdraden op, wat met het aparte perideum, de grootte van de sporen, de korte steel en de lage aanhechting van het capillitium de mogelijke kandidaten fors beperkte. Opgestuurd naar Hans van Hooff, bleek het om een nog niet eerder in Nederland gevonden soort te gaan, namelijk Lamproderma puncticulatum. Een dubbelganger van deze soort is Lamproderma granulosum, die echter grotere sporen heeft en op details verschilt.

Literatuur:
M. Meyer (2011): Les Myxomycetes, blz. 505.
Neubert en Karstenia Band 3 (2000): Die Myxomyceten, blz. 208.

23 november 2013: Ramaria roellinii in de duinen van Berkheide

Ramaria roellinii Schild
Ramaria roellinii Schild


Foto: Theo Westra (2013)


Beschrijving:
Een nieuwe soort Koraalzwam voor Nederland, gevonden op 23-11-2013. Hij werd twee weken eerder gevonden op Ameland dus ik kan hem niet op mijn conto schrijven. Hij staat op die datum inmiddels ingevoerd op waarneming.nl Toch leuk zulke dingen. Deze staat in Berkheide Wassenaar. Hij heeft nog geen Nederlandsche naam. Microscopisch onderzoek door Martin Gotink.
De mijne vond ik in Berkheide, vorig jaar ook al maar toen werd hij voor Groenwordende-, uitgescholden. Er staan er drie in Berkheide, op een duin waar ook Heideaardsterren voorkomen en Sikkelkoraalzwam. Een vruchtbaar heuveltje dus.

Literatuur:
J. Christan (2008): Die Gattung Ramaria in Deuschland, blz. 280/281.

12 november 2013: Leermostrechtertje bij Emmen


Leermostrechtertje
Arrhenia peltigerina (Peck) Redhead, Lutzoni, Moncalvo & Vilgalys


Foto: Wob Veenhoven (2013)

Beschrijving:
Op een kerstboomkwekerij nabij Emmen, voorheen een landbouwgebied, worden al ongeveer 25 jaar kerstbomen gekweekt. De eigenaar spuit regelmatig gif om de onkruiden te weren. Kerstbomen die voor verkoop niet geschikt zijn worden versnipperd, op hoopjes gegooid en later over het terrein verdeeld als bemesting. Op de snippers zaten honderden nestzwammetje, de gestreepte, de gele en de bleke. Door het hoog vochtgehalte tussen de boompjes was het hele terrein bezaaid met korstmossen, levermossen en grote plakkaten leermossen. Op het leermos zag ik een tiental trechtertjes, maar ja, welk trechtertje? Na wat discussie op het forum van waarneming.nl kon ik het trechtertje opsturen naar Melchior van Tweel die hem microscopisch heeft onderzocht, zonder twijfel het Leermostrechtertje, de tweede vondst ooit in Nederland.

Literatuur:
H. Knudsen en J. Vesterholt (2008): Funga Nordica, blz. 229.

16 november 2013: Granaatbloemwasplaat in de Coepelduynen te Noordwijk


Granaatbloemwasplaat
Hygrocybe punicea (Fr.) P. Kumm.


Foto: Ben Kraan (2013)

Beschrijving:
Van wasplaten is bekend dat ze groeien in met rust gelaten weiden en graslanden. Nu zijn er in de duinen niet echt weiden en graslanden maar wel plekken met gras en mos die jaren met rust zijn/worden gelaten, waar niet wordt gemaaid, niet wordt bemest en waar ook geen begrazing plaats vindt, een" ideaal gebied dus voor de wasplaten. Ik had vernomen (van Theo W.) dat er naast de 'standaard' wasplaten ook deze zeldzame Granaatbloemwasplaat te vinden zou zijn. Dus ging ik met Tejo W. op pad om dit gebied maar eens grondig te door zoeken in de hoop ze te vinden. Na een uurtje of wat struinen door deze duinen werden we beloond met dit setje Granaatbloemwasplaten, later vonden we er overigens nog een aantal daar in de duinen.

Literatuur:
J. Breitenbach & F. Kränzlin (1995): Pilze der Schweiz 3, blz. 114.
R. Phillips (1981): Paddestoelen en schimmels van West-Europa, afb. 62.

11 november 2013: Ruwstelige stuifbal in de vallei Meijendel te Wassenaar


Ruwstelige stuifzwam
Tulostoma fimbriatum Fr.


Foto: Theo Westra (2013)

Beschrijving:

Als kustbewoner kom ik al jaren in de duinstreek van Hoek van Holland tot het Zwanenwater en slechts op enkele plekjes zijn stuifballen te vinden, meestal niet in de gebieden waar de recreatiedruk groot is. Was dan ook stomverbaasd zulke relatief grote stuifballen aan te treffen. In eerste instantie ging ik uit van de Donkergesteelde stuifbal, maar daarvan is ook het bolletje donkerder dan deze. Bovendien is dan rond het schoorsteentje 'roet' te vinden en dat hadden deze stuifbollen beide niet. Het schoorsteentje is duidelijk iets verhoogd en de steel ruw dus de soort is visueel gemakkelijk te determineren als de Ruwstelige-. De soort komt voornamelijk langs de kust voor. Een vriend bevestigde mijn determinatie. De Ruwstelige stuifbal is in Nederland behoorlijk op zijn retour.

Literatuur:
E. Gerhardt (2006): De grote paddenstoelengids voor onderweg, blz. 607.

22 oktober 2013: Fijnschubbige satijnzwam in Twente


Fijnschubbige satijnzwam
Entoloma jubatum (Fr.) P. Karst.


Foto: Gerben Winkel (2013)

Beschrijving:

Door de vondst van de Porfiersatijnzwam leek het de moeite waard om in verschillende blauwgraslanden eens extra op te gaan letten of deze paddenstoel daar ook zou voorkomen. Deze maand zou de beste tijd kunnen zijn om ze aan te treffen. In een Natura 2000 gebied in Twente met een rijke flora en fauna, vind je slechts op een klein deel heischraal grasland enkele bijzondere paddenstoelen. Zoals Sikkelkoraalzwam, Geurende wasplaat en Gele heideknotszwam. In dit gezelschap stonden een paar groepjes Fijnschubbige satijnzwammen. Op het eerste gezicht lijken ze in hun vorm iets op erg bleke Porfiersatijnzwammen. Maar de hoed is hier veel gladder. Om de juiste naam te vinden worden ze door Laurens van Run microscopisch onderzocht. De beide soorten satijnzwammen lijken microscopisch sterk op elkaar, zowel de sporen als de cystiden. De biotoop komt ook overeen. Hierin is dit keer iets kalkrijke kwel. Maar het duidelijke verschil zit in de kleur en structuur van deze Fijnschubbige satijnzwam. Ook al een ernstig bedreigde soort.

Literatuur:
H. Knudsen en J. Vesterholt (2008): Funga Nordica, blz. 488-489.

22 oktober 2013: Varenknotsjes op de Holterberg, Sallandse heuvelrug


Varenknotsje
Typhula quisquiliaris (Fr.) Henn.


Foto: Ben Kraan (2013)

Beschrijving:

Op deze laatste mooie en warme (ca. 22gr.!) oktoberdag van dit jaar besloot ik om een vrije dag te nemen om paddenstoelen te gaan zoeken en fotograferen en ben toen met Tejo naar de Holterberg gereisd. Er stonden daar honderden paddenstoelen van tientallen soorten, dus een waar eldorado voor ons, maar een echte zeldzaamheid vonden we niet. Op een gegeven moment kwamen we bij een veld met adelaarsvarens en zeiden toen tegen elkaar dat het wel fantastisch zou zijn als we nu de Varenmycena zouden vinden. Dus gingen wij op de knieën om ze te zoeken en hadden eigenlijk gelijk deze Varenknotsjes in beeld, even snel op de smartphone gezocht wat het zou kunnen zijn en toen zagen we dat ze zeldzaam waren, een gelukstreffer dus. Nu kwam eigenlijk het moeilijkste deel, er mooie foto’s van maken, maar dat is gelukkig goed gelukt.

Literatuur:
L. Hansen & H. Knudsen (2000): Nordic Macromycetes Vol.1, blz. 988.

16 oktober 2013: Bleke Grondbekerzwam Veerse Bos bij Veere


Bleke grondbekerzwam
Geopora foliacea (Schaeff.) S. Ahmad


Foto: Henk Remijn (2013)

Beschrijving:

Onze excursie van de Zeeuwse paddenstoelenwerkgroep op 16 oktober voerde naar het Veerse Bos, een loofbos gelegen rond een doorbraakkreek ontstaan tijdens de inundatie van Walcheren.
SBB heeft hier een flinke gebiedsrenovatie uitgevoerd. De waterberging werd vergroot met als gevolg brede ondiepe oevers die alleen bij grote regenval onder water komen staan. Op dit nog kale stuk oever uit Zeeuwse klei gemengd met wat zand vonden we naast andere ascomyceten relatief grote (5-10cm) ondergrondse bekerzwammen. Sommigen stonden op uitbreken, anderen kwamen al geheel uit de grond. Dat het grondbekerzwammen was duidelijk, maar welke? Enkele vruchtlichamen werden meegenomen voor microscopisch onderzoek. Met vertakte flexibele haren en de maat van de sporen kwam ik al gauw uit op de zeer zeldzame Bleke Grondbekerzwam. Bekijk ook de waarneming uit 2004.

Literatuur:
L. Hansen & H. Knudsen (2008): Nordic Macromycetes Vol. 1, blz. 98.
M.B. Ellis & J.P. Ellis (1985): Microfungi on miscellaneous substrates (1998), blz. 71.

16 oktober 2013: Houtraketje in het Haaksbergerveen (Twente)


Houtraketje
Bombardia bombarda (Fr.) J. Schrot.


Foto: Marian Jagers (2013)

Beschrijving:

In het Haaksbergerveen te Haaksbergen vond ik op dood hout kleine dicht op elkaar groeiende peritheciën. Ze waren zwart en stug, tot zo'n 2 mm hoog en hadden een bom/raketachige vorm. Ik herkende deze opvallende vorm van een tekening. Thuis werd de beschrijving van deze soort, Houtraketje, opgezocht en inderdaad de gegevens kwamen overeen. Microscopisch vielen vooral de grote gekromde, kleurloze, maar nog onrijpe sporen met ’staarten’ op. Na wat zoeken vond ik ook rijpe sporen. Deze bestaan uit twee cellen, de ene is kort, bolvormig en bruin gekleurd, de ander is dun en kleurloos. Voor de zekerheid sleutelde ik de vondst ook uit; onder andere met de deelsleutel A10 van de in de maak zijnde Nederlandse ascomycetensleutel. En jawel, ik kwam bij Houtraketje uit. Restte alleen het invoeren van de naam in Spot. Maar dat lukte nog niet; de soort bleek namelijk nog niet gemeld bij de NMV.

Literatuur:
R.T. Hanli (1997): Illustrated genera of Ascomycetes , blz. 156.
M.B. Ellis & J.P. Ellis (1985): Microfungi on Landplants (enlarged edition 1997), blz. 21 fig. 75.
Nederlandse ascomycetensleutel in wording. Deelsleutel A10. Ascosleutel deel A10: http://www.allesoverpaddenstoelen.nl/Aop2_Ascoproject.html.

20 oktober 2013: Dwergwortelzwam in Oud-Beijerland


Dwergwortelzwam
Xerula kuehneri (Romagn.) Bas & Boekhout


Foto: Kees van den Berg (2013)

Beschrijving:

Vorig jaar 25 september 2012 vond ik in het dorpspark ‘de Laning’ een paddenstoel die door zijn blauwig witte lamellen en viltig bruinpaarse hoed opviel. Ik heb deze toen mee naar onze paddenstoelenclub PWOB genomen om hem daar ter beoordeling voor te leggen. Daar werd vanuit gegaan dat het mogelijk een Mycenella soort zou zijn en Grieta Fransen heeft een deel van de paddenstoel meegenomen en hem begeleid door foto's voor gelegd aan Machiels Noordeloos. Hij kwam tot de conclusie dat het hier ging om een Dwergwortelzwam, de tweede waarneming van de soort in Nederland.
Met die wetenschap ben ik afgelopen periode regelmatig op die vindplaats gaan kijken en op 20-10-2013 zag ik een exemplaar tussen de fopzwammen en vezelkopjes in een bemost grasveld staan. Na voorzichtig uitgegraven was duidelijk de wortel zichtbaar. Onder de microscoop kwamen de microscopische kenmerken overeen met de waarneming van vorig jaar. In overleg met Machiel Noordeloos heb ik de paddenstoel gedroogd en naar hem opgestuurd om te worden opgenomen in het herbarium.

Literatuur:
H. Knudsen en J. Vesterholt (2008): Funga Nordica, blz. 263.

14 oktober 2013: Porfiersatijnzwam in Twents arboretum


Porfiersatijnzwam
Entoloma porphyrophaeum (Fr.) P. Karst.


Foto: Gerben Winkel (2013)

Beschrijving:
Zoals het zoo dikwijls gaat, je zoekt je te pletter naar een paddenstoel die je erg graag wilt vinden maar ziet daardoor wat nieuws. Dit ‘afgrazen` resulteerde ditmaal in een verrassende vondst in het Arboretum bij Losser. Een klein groepje met een mooie structuur op de hoeden en een purperkleurige tint in de hoedrand en de lange steel. Het is de Porfiersatijnzwam. Ze staan daar in een weideachtig biotoop, een soort schraalgrasland op een natte keileembodem. Het maaisel wordt er altijd afgevoerd. Om deze fraaie soort op naam te brengen kreeg ik de hulp van Marian Jagers die net op het goede moment bij me langs kwam. Het bleek een vrij gemakkelijk te determineren soort te zijn, mede door de bruinvezelige structuur en de zoo typerende kleur. Het microscopisch onderzoek toonde de veelhoekige, zeer onregelmatige sporen en flesvormige cheilocystiden. Ooit is de Porfiersatijnzwam niet ver hiervandaan in Twente gevonden. Hij staat nu helaas geboekt als zeer zeldzame en sterk bedreigde soort.

Literatuur:
H. Knudsen en J. Vesterholt (2008): Funga Nordica, blz. 488.

6 oktober 2013: Kammetjesstekelzwam in het Baarnsche Bos


Kammetjesstekelzwam
Hericium coralloides (Scop.) Pers.


Foto: Gerard Verkley (2013)

Beschrijving:

Op zondag 6 oktober zijn we gaan kijken waar mijn dochter Dineke samen met Daniel Klijn eerder in de week een vreemde en opvallende witte paddenstoel hadden gezien tijdens een wandeling met de hond in het Baarnsche Bos. Het bleek te gaan om de zeer fraaie Kammetjesstekelzwam. Niet de eerste keer dat deze prachtige soort in deze rubriek verschijnt (zie waarnemingen uit 2008 en 2010). Ook anderen hebben hem vorig jaar op dezelfde gevallen plek gezien, op een nu sterk vermolmde beukenstam. Het blijft een zeer zeldzame verschijning in Nederland, die volgens de verspreidingsatlas maar van twaalf atlasblokken bekend is. De soort staat als “gevoelig” op de Rode Lijst. Bekijk ook de waarneming uit 2010.

Literatuur:
E. Arnolds & M. Veerkamp (2008): Basisrapport Rode Lijst Paddenstoelen blz. 112. E. Gerhardt (2008): De grote paddenstoelengids voor onderweg, blz. 572.
E. Arnolds (2003): De Stekelzwammen en Pruikzwammen van Nederland en België, Coolia 46(3), supplement. blz. 25.

28 september 2013: Grauwe Ringboleet op begraafplaats Westgaarde in Amsterdam


Grauwe ringboleet
Suiillus laricinus (Berk.) Kuntze


Foto: Christiane Baethcke (2013)

Beschrijving:

Door de droogte en de wind waren er niet veel paddenstoelen te vinden. Daarom nam ik op 28 september een kijkje op de begraafplaats Westgaarde; ik hoopte daar door het mos meer kans op leuke paddenstoelen te hebben. Maar ook daar was het afzien, enkele krulzomen, een paar fopzwammen, wat breeksteeltjes, al met al teleurstellend. In het eikenlaantje naast een grafveld met lariks ontdekte ik twee kleine grauwe, nogal onooglijke zwammen. Even kijken - vreemd - helemaal wit, geen plaatjes, buisjes, niets. Na wat wrijven en krassen scheurde de ring en waren de buisjes te zien. Het bleken 2 jonge Ringboleten. Door de voor Ringboleten rare kleur moest ik gelijk aan Grauwe ringboleet denken. De Grauwe ringboleet is in Nederland zeer zeldzaam en sterk achteruitgegaan. Hij staat in de standaardlijst te boek als met uitsterven bedreigd.

Literatuur:
E. Gerhardt (2006): De grote paddenstoelengids voor onderweg, blz. 488 (als S. viscidus).
J. Breitenbach & F. Kränzlin (1995): Pilze der Schweiz 3, blz. 84 (als S. viscidus).

6 september 2013: Geelnetboleet op Landgoed Elswout bij Haarlem


Geelnetboleet
Boletus appendiculatus Schaeff.


Foto: Hans Adema (2013)

Beschrijving:

Vandaag, 6 september 2013 naar Elswout bij Haarlem geweest. Ondanks de laag gestemde verwachting was de oogst opmerkelijk groot. Een boleet stelde ons voor raadsels. Hij had en citroengele steel en meer dan citroengele poriën. In het veld riep ik enthousiast, dat moet een Suillus zijn. Maar dat kan niet, want in Elswout komt geen naaldhout voor.
Ik heb er eentje mee naar huis genomen om verder te onderzoeken. Daar was al een mailtje binnen van Joop Vlieg met de suggestie Geelnetboleet. De steel had wat okerkleurige tinten en onder de hoed een duidelijk net. De hoed verkleurt licht roodbruin in KOH.
De Geelnetboleet is zeldzaam en met uitsterven bedreigd.

Literatuur:
H. Engel, G.J. Kriegelsteiner en anderen (1983): Dickröhrlinge: die Gattung Boletus in Europa.
H. Knudsen en J. Vesterholt (2008): Funga Nordica, blz. 167.

27 augustus 2013: Boletus splendidus in eikenlaan bij Brummen


Boletus splendidus C.Martin


Foto: Marjon van der Vegte (2013)

Beschrijving:

Mijn wens om één van de zeldzame Roodporieboleten te vinden werd door onze hete zomer waarheid. In Lichtenbelt vlakbij Brummen liggen oude Eikenlanen waarvan enkele veel zon krijgen. Ondanks de droogte stonden er enorme Wortelende- en Geelnetboleten. Plotseling zag ik een prachtige Boleet met roze paarsachtige tinten in de bruine hoed. Het spiegeltje toonde rode buisjes!
Thuis gedetermineerd en zowaar het blijkt de zeer zeldzame Boletus splendidus, synoniemen B. legaliae of B. satanoides te zijn. Deze fraaie roodnetboleet toont gelijkenis met de B. rhodoxanthus maar heeft lichter geel vlees, iets grotere sporen en soms rode tinten in de steelbasis. Tijdens het doorsnijden bemerkte ik een aparte geur, iets van Maggi, een kenmerk ook beschreven in de literatuur van Heinz Engel, sommige boeken beschrijven een geur van hooi of cichorei.
Ik heb de boleet op onze werkgroep van Lies Jansen in Wageningen aan Thom Kuyper laten zien en hij stemt in met mijn determinatie.

Literatuur:
G. Kibby (2012): British boletes.
H. Engel, G.J. Kriegelsteiner en anderen (1983): Dickröhrlinge: die Gattung Boletus in Europa.
H. Knudsen en J. Vesterholt: Funga Nordica.

9 augustus 2013: Gewone heksenboleet (var. discolor) op landgoed Zuylestein

Gewone heksenboleet (var. discolor)
Boletus erythropus var. discolor (Quél.)

Boletus erythropus
Foto: Marjon van der Vegte (2013)

Beschrijving:
Ben Besselink en ik bezochten samen 9 augustus het landgoed Zuylestein vlakbij Amerongen. Dit bijzondere gebied bestaat uit oude lanen met Eik en Beuk op rivierklei en herbergt vaak leuke paddenstoelen. Naast de Rode Boleet, de Boletus communis en de Boletus cisalpinus vonden we een groep Boleten onder Eik waarvan de jonge exemplaren prachtig gele hoeden bezaten met donkeroranje buisjes en geelrood aangelopen stelen met rode puntjes. Vlakbij stond ook een Gewone heksenboleet, Boletus erythropus. Uit de literatuur bleek dat we de Gewone heksenboleet (var. discolor) (Boletus luridiformis var. discolor) gevonden hadden een variant met jong gele, oud donkeroranje hoeden vaak met een donkerder tekening erop. Helaas waren drie dagen later de prachtige jonge gele exemplaren verdwenen, ondanks onze aangebrachte beschermende houtwal en slakkenkorrels. Iemand had ze meegenomen!

Literatuur:
H. Engel, G.J. Kriegelsteiner en anderen (1983): Dickröhrlinge: die Gattung Boletus in Europa.
H. Knudsen en J. Vesterholt: Funga Nordica.

4 augustus 2013: Compostchampignonparasol op afvalhoop bij Hemmen

Compostchampignonparasol
Leucoagaricus meleagris (Sowerby) Singer

Leucoagaricus meleagris
Foto: Marjon van der Vegte (2013)

Beschrijving:
Op 28 juli stond er een bakje met paddenstoelen voor mijn deur met een begeleidend briefje van Ben Besselink dat hij in Hemmen op een grote afvalhoop deze mooie paddenstoelen gevonden had. Ze stonden met velen bijeen, met diep wortelende stelen vaak geclusterd. Hoeden en stelen bezaten vele fijne kleine donker bruinrode schubjes. Bij beschadiging van de weefsels kleurden alle delen direct oranje. Oudere vruchtlichamen kregen gelige plaatjes. De microscoop liet vrij grote dikwandige sporen met een zeer kleine kiempore en clavate/mucronate cheilocystiden zien, kenmerken voor de Compostchampignonparasol, een thermofiele paddenstoel die op compost- mest- of snipperhopen voorkomt. De Leucoagaricus meleagris zien we maar zeer zelden omdat de kritische voorwaarden voor ontwikkeling van de vruchtlichamen zoals hoge temperaturen, veel water en de juiste temperatuur in de composthoop moeten kloppen.

Literatuur:
M.E. Noordeloos, TH.W. Kuyper en E.C. Vellinga: FAN deel 5.
E. Ludwig: Pilzkompendium band 3.

29 juli 2013: Kleinsporige oranje bekerzwam in een wagenspoor in het Haagsche Bosch bij Oldenzaal

Kleinsporige oranje bekerzwam
Aleuria cestrica (Ellis&Everh.) Seaver
Aleuria cestrica
Foto: Marian Jagers (2013)

Beschrijving:

In een diep wagenspoor dat halfvol met water stond, groeiden tegen de wand, net boven het water een groep zittende, oranjegele schijfjes tot 3 mm doorsnede. De vruchtlichamen hadden opvallend geornamenteerde sporen. De grote richels en dwarswanden vormden een niet compleet netwerk hetgeen goed zichtbaar was in katoenblauw. De sleutel in Nordic macromycetes gebruikend kwam ik uit bij Aleuria cestrica, Kleinsporige oranje bekerzwam. Gezien het geringe formaat en de kleur van de vruchtlichamen was ik wel wat verbaasd dat het “Oranje” bekerzwammetjes waren. Zoeken op de naam op internet leverde me een uitgave van het blad Pilzjournal op waarin het geslacht Aleuria is behandeld (een sleutel en uitgebreide beschrijvingen). Hiermee kon de determinatie bevestigd worden. Afgaand van de gegevens op de Verspreidingsatlas wordt de Kleinsporige oranjebekerzwam zelden gemeld.

Literatuur:
L. Hansen & H. Knudsen (2000): Nordic macromycetes, Vol. 1, blz. 91.
J. Häffner: Die Gattung Aleuria. Pilzjournal 1993 (3), blz. 6-59, http://www.ag-pilzkunde.
B. Spooner: Aleuria congrex (Pezizales). Field Mycology 12 (2) 2011, blz. 54.

30 juni 2013: Zeggesatijnzwam in natuurgebied 'De Zump' bij Doetichem

Zeggesatijnzwam
Entoloma albotomentosum Noordel. & Hauskn.

Entoloma tomentosum
Foto: Luciën Rommelaars (2013)

Beschrijving:
Op 30 juni trok ik samen met Marjon van de Vegte natuurgebied “De Zumpe” bij Doetichem in. Op twee verschillende moerassige plaatsten vonden we op overjarige carex- en grasresten witte, kleine plaatjeszwammen. Jong waren de stelen meestal centraal geplaatst, maar uitgegroeid kon de steel steeds excentrischer geplaatst zijn. In eerste instantie dachten we aan een Clitopilus spec. Maar na microscopische controle bleek het toch een echte Entoloma te zijn. Hij was echter niet terug te vinden in de FAN deel 1. Achteraf niet vreemd, omdat de soort pas eind tachtiger jaren van de vorige eeuw beschreven is, juist in de periode dat deel 1 van de FAN uitgegeven werd. Hoedoppervlak is vezelig viltig met een doorsnede tot 10 mm. Lamellen lopen enigszins af op de steel en liggen ver uiteen. De sporen zijn heterodiametrisch. Cheilocystiden en gespen ontbreken. Geur ontbreekt eveneens. Volgens de verspreidingsatlas zijn er op dit moment tien vindplaatsen in Nederland.

Literatuur:
J. Vesterhold e.a. (2012): Funga Nordica, blz. 547.
M.E. Noordeloos & A. Hausknecht (1998): Über einige neue und interessante Rötlinge aus Österreich.
Zeitschrift für Mykologie, Band 55 (1), blz. 31 – 42

30 juni 2013: Knobbelsporig korthaarschijfje in natuurgebied 'De Zump' bij Doetichem

Knobbelsporig korthaarschijfje
Melastiza flavorubens (Rehm) Pfister & Korf

Melastiza flavorubens
Foto: Luciën Rommelaars (2013)

Beschrijving:
Op 30 juni ging ik samen met Marjon van de Vegte in het natuurgebied “De Zumpe” bij Doetinchem op zoek naar kleine ascomyceten. Op de nog vrijwel kale oevers van een pas gegraven poel groeiden op diverse plaatsen oranje discomyceetjes. De apotheciën op één plaats waren echter verschillend van wat we op andere plekken vonden. De schijfjes waren wat groter ( doorsnede tot 12 mm) en de donkere buitenkant was zelfs met een loep niet als beharing te herkennen. Door de microscoop echter wel en bleken de haren kort, cilindrisch met afgeronde top, dikwandig, gesepteerd en bruin gepigmenteerd te zijn; afmetingen tot 160 x 12 µ. Eveneens opvallend waren de sporen met grove, onregelmatige, stompe wratten waaraan de soort zijn naam ontleent. In katoenblauw worden de “knobbels” beter zichtbaar. Afmetingen: 15 – 18 x 7 – 8,5 µ. Het Knobbelsporig korthaarschijfje is volgens de verspreidingsatlas slechts enkele malen eerder in Nederland gevonden.

Literatuur:
M.B. Ellis, & J.B. Ellis (1998): Microfungi on Miscellaneous Substrates.
Diverse auteurs (2000): Nordic Macromycetes Vol. 1.

13 juni 2013: Trichopezizella horridula in “De Kaaistoep” bij Tilburg

Trichopezizella horridula (Desm.) Raitv.
Trichopezizella horridula
Foto: Luciën Rommelaar (2013)

Beschrijving:

Op 15 juni zou ik de laatste N.M.V. voorjaarsexcursie in “De Kaaistoep” bij Tilburg leiden. Op 13 juni ging ik voorwandelen. Er waren nog volop ascomyceetjes te vinden! Veelvuldig vond ik op beide dagen Trichopezizella horridula op grasresten. Dit discomyceetje groeit vaak in dichte groepjes bijeen. Opvallend is de dichte roodbruine beharing aan de buitenzijde. Er zijn nogal wat dubbelgangers dus is het zaak eerst het genus vast te stellen. Met de ascomyceten-generasleutel deelsleutel C2 op de N.M.V. website is dit niet echt moeilijk. Zonder probleem leidt deze sleutel naar groep 3: soorten met o.a. lancetvormige parafysen en oranjerode of roodbruine gegranuleerde haren. Door het wittige hymenium en de stijve, cilindrisch gevormde haren met wandpigment komt men bij het genus Trichopezizella uit. Met specifieke literatuur kom je op grond van substraat en microscopische kenmerken uit bij Trichopezizella horridula. Deze soort is volgens de verspreidingsatlas pas eenmaal eerder in Nederland waargenomen.

Literatuur:
N.M.V. website: Ascomycetenproject, Deelsleutel C2.
H.O.Baral: In Vivo Veritas, DVD of CD-rom.
A. Raitviir (2004): Revised synopsis of the Hyaloscyphaceae, Estonian Agricultural University.

20 april 2013: Gewone inkttruffel in een tuin in Haarlemmrliede

Gewone inkttruffel
Melanogaster ambiguus (Vittad.) Tul. & C. Tul.
Melanogaster ambiguus
Foto: Hans Adema (2013)

Beschrijving:

Via via kreeg ik een rare paddenstoel ter determinatie. Deze was bij graafwerkzaamheden in de tuin gevonden door André Mulder. Hij vermoedde dat het, mede vanwege de typische geur, een truffel zou kunnen zijn. Het ding was in een potje bij mij op Naturalis afgeleverd. Toen ik het potje opendraaide kwam me een ondraaglijke stank tegemoet. Omdat ik mijn collega’s geen overlast wou bezorgen heb ik hem thuis verder onderzocht. Een van de twee knollen was doorgesneden en zodoende herkende ik hem gelijk als een inkttruffel. Nu ken ik de welriekende inkttruffel goed en die ruikt beduidend anders. Gelukkig viel die met de tabel van G. A. de Vries bij de eerste stap, de sporengrootte, af. Het lag dus niet aan mijn reukvermogen. Aan de hand van de gemiddelde lengte van de sporen en de sporen met een uitstulpinkje kwam ik uit op de (verre van) Gewone inkttruffel.

Literatuur:
J. Breitenbach & F. Kränzlin (1995): Pilze der Schweiz 2, blz. 489.
G.A. de Vries: De fungi van Nederland III. Hypogea. Truffels en schijntruffels. Wetens. Meded. KNNV 88: 1-63.

23 maart 2013: Lasiobolus mactrotrichus in het Midelburgbos in Oostvoorne

Lasiobolus macrotrichus Rea Lasiobolus macrotrichus
Foto: Eline Vis (2013)

Beschrijving:

Begin maart, toen het nog heel erg koud was en redelijk droog in het bos, vond ik op de dorre, licht vochtige bladeren van loofbomen een hoopje reeënkeutels met wat geel- oranje sterretjes erop. Met het blote oog duidelijk zichtbaar, maar je moest er dan wel voor bukken. Met het loepje was de schoonheid van deze kleine ascomyceet goed te zien. Determinatie was niet eenvoudig, maar kwam uit op Lasiobolus macrotrichus. Dit zou een soort zijn die in Nederland nog niet opgespoord was. Uiteindelijk heeft Henk Huijser op grond van het aangeleverde microscopie materiaal bevestigd dat L. macrotrichus de beste optie was gezien de sporenmaat en vorm.

Literatuur:
Brezerra en Kimbrough (1974): The genus of Lasiobolus.
F. Doveri (2007): Fungi Fimicoli Italici, blz. 566
.

23 maart 2013: Octospora affinis in de Blauwe Kamer te Wageningen

Octospora affinis Benkert & L.G. Krieglst. Octospora affinis
Foto: Dick Belgers (2013)

Beschrijving:

Tijdens mijn zoektocht naar insecten in de Blauwe Kamer te Wageningen vond ik op 23 maart tussen een polletje mos van de Gewone haarmuts (Ortotrichum affine) een minuscuul klein oranje paddenstoeltje. De groeiplaats, kleur en afmeting van de zwam intrigeerde mij dusdanig dat ik op internet ben gaan zoeken. Via de zoek combinatie Ortotrichum affine en zwam kwam ik al snel terecht bij de publicatie van Benkert en Kriegelsteiner (2006). Zij beschrijven hier de relatie Ortotrichum affine en het mosschijfje Octospora affinis. O. affinis is echter nog niet bekend uit Nederland. Via Waarneming.nl ben ik daarna in contact gekomen met Christiane Baethcke en Emiel Brouwer van de NMV. Zij bevestigden, na microscopisch onderzoek, de soort. Gewone haarmuts is heel algemeen in Nederland. Het is daarom verbazingwekkend dat dit eenkennige mosschijfje nooit eerder in Nederland is gevonden.

Literatuur:
D. Benkert & L. Krieglsteiner (2006): Zeitschrift für Mykologie 72: blz. 53-58. Octospora affinis (Ascomycetes, Pezizales), Eine neue, offenbar nicht seltene bryoparasitische Art auf Orthotrichum affine.

17 maart 2013: Neohendersonia kickxii in het Huyerense broek

Neohendersonia kickxii (Westend.) Sutton & Pollack Neohendersonia kickxii
Foto: Corry Abbink (2013)

Beschrijving:

Regelmatig loop ik rond mijn huis te speuren naar alles wat er zoal op een boerenerf te vinden is.  Op een paar dode beukjes in de haag zag ik enige schorsschijfjes, die ik met de loep niet op naam kon brengen. Daarom nam ik materiaal voor microscopisch onderzoek mee. Bij het bekijken van de preparaten, van de schorsschijfjes, ontdekte ik enige vreemde sporen. Deze pasten niet bij het preparaat maar waren wel te vinden in de mij beschikbare literatuur. Met in mijn achterhoofd de gevonden beschrijving kon ik deze ”bijvangst” al snel op de beukentakken vinden. De soort was volop aanwezig en niet moeilijk waarneembaar. Wel is het een soort die men eerder met de microscoop dan met het blote oog vindt. Via Waarneming.nl vernam ik dat het een nieuwe soort voor ons land zou kunnen betreffen, hetgeen mij door de NMV bevestigd werd.

Literatuur:
M.B. Ellis & J.P. Ellis (1985): Microfungi on Landplants (enlarged edition1997), blz. 136 fig. 593.

17 februari 2013: Doolhofraspzwam in de Alblasserwaard

Doolhofraspzwam
Steccherinum oreophilum Lindsey & Gilb.
Steccherinum oreophilum
Foto: Antonie Blom (2013)

Beschrijving:

Hoewel de Alblasserwaard niet echt bekend staat als een goed gebied voor paddenstoelen, zijn er een aantal bosschages, die toch wel de moeite waard zijn. Op 17 februari was ik in één van deze bossen op dood hout aan het zoeken naar allerlei paddenstoelen. Op nog geen 10 meter vanaf de parkeerplaats zag ik een tak liggen waar meerdere witte “hoedjes” op stonden. In het veld dacht ik dat het de Getaande kaaszwam was. Echter kon deze na microscopisch onderzoek en literatuurstudie gelijk afgeschreven worden omdat deze geen cystiden heeft en mijn vondst wel. Op basis van de vorm en afmeting van de cystiden en sporen kwam ik tot de conclusie dat het Doolhofraspzwam moet zijn.

Literatuur:
A. Bernicchia (2005): Fungi Europaei vol. 10, Polyporaceae s.l.
F.A. Bernicchia and S.P. Gorjón (2010) : Fungi Europaei vol. 12.

15 februari 2013: Winterkorrelhoed ook in Twente gevonden

Winterkorrelhoed
Cystoderma simulatum P.D. Orton
Cystoderma simulatum
Foto: Marian Jagers (2013)

Beschrijving:

Veertien dagen geleden werd in de duinen van Egmond-Binnen de vierde Nederlandse groeiplaats van de Winterkorrelhoed gevonden (Natuurbericht). Nu blijkt de soort ook in het oosten van het land voor te komen, op Het Leutink te Enschede. Er stonden tien vruchtlichamen op een op de grond liggende, sterk verrotte stam van een loofboom. De helder rood tot bruinoranje gekleurde hoeden deden me in eerste instantie denken aan het Gewoon fluweelpootje, (Flammulina velutipes) maar dichterbij gekomen, bleken de hoeden opvallend gerimpeld. Door de velumvlokken aan de hoedranden en op de stelen was meteen duidelijk dat deze prachtige paddenstoeltjes (hoeddoorsnede tot 23 mm) tot het geslacht Cystoderma behoorden. Gezien er maar van één soort uit dit geslacht bekend is dat deze in de winter voorkomt en op hout groeit, kon ik in het veld al tot de conclusie komen dat dit de Winterkorrelhoed moest zijn. Uiteraard werden thuis de microscopische kenmerken toch nog even vergeleken. Zie ook de waarneming, 16 januari 2006: Winterkorrelhoed in kasteelpark Nijenrode: Nieuw in Nederland!

Literatuur:
J. Breitenbach & F. Kränzlin (1995): Pilze der Schweiz 4, blz. 186.
E. Ludwig (2001): Pilzkompendium, Band 1, blz. 94.

2 februari 2013: Konijnemestspikkelschijfje in de Amsterdamse Waterleidingduinen

Konijnemestspikkelschijfje
Ascobolus michaudii Boud.

Foto: Ben Kraan (2013)

Beschrijving:

Na de periode van vorst en sneeuw ben ik op zaterdag 2 februari weer lekker gaan struinen in de duinen. Ik ging ervan uit dat er na die vorst en sneeuwperiode er qua paddenstoelen niet veel meer te vinden zou zijn, en had dus ook niet verwacht iets te vinden. Dus was de verrassing groot toen ik deze zwammetjes op de konijnenkeutels aantrof. Ik heb toen voor de zekerheid er maar een meegenomen voor een eventuele microscopische determinatie, voor als dat nodig mocht zijn. Na wat speurwerk op het net kwam ik er achter dat het waarschijnlijk het Konijnemestspikkelschijfje zou kunnen zijn, een zwammetje op de rode lijst en bijna niet gevonden hier in Nederland maar alleen microscopisch onderzoek zou dit kunnen bevestigen. Ik heb dit toen laten doen bij Hans Adema en hij kon mij bevestigen dat het wel degelijk het Konijnemestspikkelschijfje was.

Literatuur:
L. Hansen & H. Knudsen (2000): Nordic Macromycetes Vol. 1, blz. 69.
F. Doveri (2007): Fungi Fimicoli Italici, blz. 421.

12 januari 2013: Purpersteelmosschijfje in de Amsterdamse Waterleidingduinen

Purpersteelmosschijfje
Lamprospora seaveri Benkert

Foto: Ben Kraan (2013)

Beschrijving:

Op zaterdag 12 januari bij mooi zonnig winterweer weer de Amsterdamse Waterleidingduinen in geweest. Ik ging op zoek naar mosschijfjes, die had ik nog nooit gevonden. Dat de mosschijfjes in hun naam de naam van het mos hebben waar ze tussen groeien, geeft geen zekerheid voor de determinatie, is mij verteld. Maar dat was voor latere zorg, eerst maar ze zien te vinden en dat lukte wonder boven wonder. Ik ben gewoon ergens tussen het mos op mijn knieën gaan zitten en gaan zoeken. Je moet goed zoeken, want ze zijn niet groter dan 2–3 mm. Ze zijn niet voor niets zeldzaam. Ik heb er die dag verschillende gevonden tussen diverse soorten mos. Mosschijfjes moeten microscopisch gedetermineerd worden. Na microscopische determinatie bleek het het Purpersteelmosschijfje te zijn wat dus ook gewoon tussen het Gewoon Purpersteeltje groeide.

Literatuur:
J. Breitenbach & F. Kränzlin (1991): Pilze der Schweiz 1, blz. 120 (als L. laetirubra), fig. 105 (als L. laetirubra).