Bijzondere Waarnemingen in 2014

6 november 2014: Pholiota brunnescens in het buitengebied van Brummen

Pholiota brunnescens A. H. Sm. and Hesler
Foto: Hannie Wijers (2014)

In het buitengebied van Brummen vinden werkzaamheden plaats i.v.m. de verbreding van de rivier. Onder ander werd een meidoornhaag versnipperd. Met enkele regelmaat ging ik langs de verschillende snipperhopen en dit leverde mooie vondsten op, zoals leemhoeden. Bleke bundelzwam, diverse inktzwam-soorten, Mestnestzwammetje en Kruisdisteloesterzwam. Zo ook Bruine bundelzwammen met mooie schubbige stelen. Toen ik hem met de microscoop wilde onderzoeken merkte ik dat de hoedhuid in zijn totaal aftrekbaar was. Omdat mijn kennis niet ver genoeg reikt heb ik een beroep op Chiel Noordeloos gedaan. Nog net in het oude jaar kreeg ik het antwoord: Pholiota brunnescens.
Ik citeer Chiel: "Pholiota brunnescens is oorspronkelijk beschreven uit Noord Amerika als een soort die nauw verwant is aan Pholiota highlandensis. We weten eigenlijk dus nog maar heel weinig over deze soort in Europa. Er is een voorkeur voor DNA-onderzoek om zeker te weten om welke soorten het kan gaan (Europees of Amerikaans)."



Literatuur:
M.E. Noordeloos (2010): Fungi Europaei, Vol. 13, Strophariaceae s.I.

8 november 2014: Microglossum rufescens op de begraafplaats in Zutphen

Microglossum rufescens (Grélet) Bon
Foto: Hannie Wijers (2014)

Ik wilde op zoek naar wasplaatjes. Jan Dieker vertelde dat deze ook te vinden zouden zijn op de begraafplaats in Zutphen. Behalve sikkelkoraalzwam stonden er aardtongetjes en wasplaatjes. Ineens zagen we vreemd gevormde aardtongetjes, bruin van kleur. Beiden hebben we dit direct onder de microscoop gedaan. Ik was erg verbaasd om totaal andere sporen te zien dan de gebruikelijke van aardtongen. Ik heb Kees Roobeek een mailtje gestuurd, hij vroeg om materiaal en dacht aan Microglossum fuscorubens. Atte v. d. Berg heb ik ook materiaal toegestuurd, hij dacht aan Microglossum olivaceum. Dat was een probleem: twee namen! Vervolgens heb ik Hans Otto Baral gemaild. Het werd steeds lastiger, hij opperde een derde mogelijkheid: Microglossum viride. Hij raadde me aan om Viktor Kucera om hulp te vragen. De heer Kucera vroeg om een ruime hoeveelheid materiaal. Het bleek: Microglossum rufescens. DNA-onderzoek volgt nog. Een hele speurtocht met een mooi resultaat waar zowel Jan Dieker als ik erg trots op zijn.


Literatuur:
S. & J.-M. Moingeon (2004): Contributions à l'étude des Geoglossaceae à spores hyalines. Miscellanea Mycologica blz. 80-81.

26 november 2014: Opgeblazen knoopzwam in het Renkums beekdal


Opgeblazen knoopzwam
Ascocoryne inflata D.E. Wilson

Foto: Alex Sytsma (2014)

De Opgeblazen Knoopzwammen zag ik na een tip van een andere natuurfotograaf die mij in het Renkums beekdal er op wees. Daar zag ik deze kleine zwammetjes op een dode beukenboomstam. De knoopzwammetjes zijn tot 10 mm doorsnede en roodbruin. Het leken net ‘gummi – snoepjes’, was het commentaar toen ik de foto's thuis liet zien. Martin Gotink was er na het zien van de foto’s welhaast zeker van dat het de zeer zeldzame (drie vindplaatsen in NL) Opgeblazen knoopzwammen waren. Hij is gevraagd voor determinatie en materiaal is door de natuurfotograaf opgestuurd. Hij heeft de knoopzwammenmicroscopisch onderzocht en bleek gelijk te hebben. Bekijk ook de eerdere waarneming van deze soort.


Literatuur:
H.O. Baral (2000): Key to Ascocoryne

4 november 2014: Vastgehecht kraagkroeskopje bij recreatieplas De Kotermeerstal in Dedemsvaart


Vastgehecht kraagkroeskopje
Collaria rubens (Matt.) Maire

Foto: Willy Heimeriks (2014)

In Dedemsvaart ligt een recreatieplas De Kotermeerstal. Eromheen loopt een loop/fietspad. Het terrein is mooi aangelegd voor recreatie. Toen ik naar dode pitrusstengels keek zag ik ineens een dood blad met bruine bolletjes van ca. 1mm groot. Deze zaten ook op een dode pitrusstengel. Nadat ik foto’s had gemaakt heb ik heel voorzichtig een blaadje met daarop de zwammetjes meegenomen naar huis om te laten drogen. De foto’s op Waarneming.nl gezet en ook een paar naar Hans van Hooff gestuurd, kreeg bericht terug van stuur maar op. De volgende dag heb ik ze opgestuurd. Daarna kreeg ik een dag later een mail van Hans van Hooff van heb ze bekeken onder de microscoop en het is een niet algemeen soort. Het Vastgehecht kraagkroeskopje is te herkennen aan het kraagje rondom de steel waaraan het capillitium is vastgehecht en aan de typische bruine kleur van de vruchtlichamen. Zeer zeldzaam.


Literatuur:
N. E. Nannenga-Bremekamp (1974): De Nederlandse Myxomyceten, blz. 236.

2 november 2014: Goudhoed op begraafplaats Landstichting bij Groesbeek


Goudhoed
Phaeolepiota aurea (Matt.) Maire

Foto: Gio van Bernebeek (2014)

Tijdens het bezoek begin november aan een graf op begraafplaats Landstichting bij Groesbeek kwam ik vele leuke paddenstoelen tegen, waaronder Zwartwordende wasplaat, diverse aardtongen en Bruine satijnzwam. Teruglopend zag ik in en om een graf vele paddenstoelen, bleken allemaal Goudhoeden te zijn, meer dan 100!!! Kenmerken zijn de gouden hoed en steel als ook de brede, afstaande, vliezige ring. De Goudhoed staat niet meer op de Rode Lijst, maar is een vrij zeldzame paddenstoel van voornamelijk ruderale plaatsen. Ondanks verschralend beheer met o.a. maaien en afvoeren blijven er toch nog plekjes over waar deze paddenstoel zich hier thuis voelt.
De Goudhoed heb ik de afgelopen tijd op meerdere plaatsen gezien in grote aantallen, blijkbaar een goed jaar voor deze fraaie paddenstoel.


Literatuur:
E. Gerhardt (2013): De grote paddenstoelengids voor onderweg blz. 244.
J. Breitenbach & F. Kränzlin (1991): Pilze der Schweiz, Vol. 4, blz. 222.

30 oktober 2014: Groenplaatsatijnzwam in het Gaasperpark in Amsterdam


Groenplaatsatijnzwam
Entoloma chlorophyllum (Fr.) Donk

Foto: Christiane Baethcke (2014)

Na een rondje door het Gaasperpark liep ik de stadsdeelwerf daar op, het zag er veelbelovend uit. Rondom hoge populieren en weinig blad op de grond. Wat grote Populiermelkzwammen, Zilveren ridderzwammen vezelkoppen. Een medewerker van het stadsdeel kwam en maakte me erop attent, dat het betreden van de werf verboden was. Maar met zijn toestemming mocht ik mijn rondje voltooien. Even verderop zag ik een klein groengeel zwammetje, dat ook plaatjes van dezelfde kleur had. Integrerend, nog nooit gezien, even wat foto’s genomen en mee na huis genomen.
Onder de microscoop bleek mijn eerste indruk goed, duidelijk een Entoloma. Met de Flora Agaricina Neerlandica deel 1 kwam ik eruit, de Groenplaatsatijnzwam. Deze onderscheidt zich van de Citroengele satijnzwam, die sterk op hem lijkt, door zijn aanvankelijk groene lamellen en de aanwezigheid van cheilocystiden.


Literatuur:
M. Noordeloos (1988): Fl. agar. neerl. 1 blz. 142.
M. Noordeloos (1992): Entoloma s.l. blz. 318-320.

20 oktober 2014: Zwartgeel elfenbankje op het eiland Koudenhoorn in de Kagerplassen


Zwartgeel elfenbankje
Flaviporus brownii (Humb.) Donk

Foto: Hans Adema (2014)

Twee jaar geleden werd een knalgeel paddenstoeltje met poriën aan de onderzijde van een elzenstam ontdekt op het eiland Koudenhoorn in de Kagerplassen (gemeente Warmond). Na veel speuren kwamen we er uiteindelijk uit dat het de soort Flavoporus brownii moest zijn. Deze soort was één keer eerder in Nederland gevonden en wel in Burgers Bush, een tropische kas, en kreeg daarom de naam ‘broeikasporia’. Deze naam was natuurlijk niet te handhaven voor een soort die in januari buiten gevonden wordt. Afgelopen jaar waren er weinig exemplaren en die waren door de weersomstandigheden zwart van boven, wat waarschijnlijk geleid heeft tot de naam Zwartgeel elfenbankje. Vorige week werden er fraaie verse exemplaren aangetroffen, reden om Koudenhoorn te gaan bezoeken. De soort werd hier nu al op drie plekken gevonden. De vindplaats is een loofbos met een dichte onderbegroeiing.


Literatuur:
M.A. Donk (1960): Persoonia 1 (2): The generic names proposed for Polyporaceae blz. 173-302.

15 oktober 2014: Echt judasoor var. lactea in het Bunderbos in Zuid-Limburg


Echt judasoor var. lactea
Auricularia auricula-judae var. lactea Quél.

Foto: John Breugelmans (2014)

Beschrijving:
Tijdens mijn wandeling vandaag in het Bunderbos was het behoorlijk droog en er waren niet heel veel paddenstoelen te vinden. Na een tijdje vond ik op een aantal flinke boomstronken eerst het Echt judasoor en een stukje verder enkele witte judasoren tussen de (gewone) Echte judasoren.
Na controle op de verspreidingsatlas van de NMV site bleek het te gaan om de zeer zeldzame witte vorm van het Echt judasoor, namelijk Echt judasoor var. lactea. Volgens de NMV verspreidingsatlas is deze zeer zeldzaam en slechts bekend van 7 atlasblokken; zover ik kan nagaan zijn er nog geen meldingen uit het zuiden van het land.


Literatuur:
A. Gutter (1995): Witte judasoren in Bergen (Noord-Holland), Coolia 38 (4), blz. 195-196.
G. J. Krieglsteiner (2000): Die Großpilze Baden-Württembergs, Band 1, blz. 60.

12 oktober 2014: Scleroderma polyrhizum op de stuwwal bij Molenhoek

Scleroderma polyrhizum (J.F. Gmel) Pers.
Foto: Rob Koelman (2014)
In januari vond ik op de stuwwal bij Molenhoek oude vruchtlichamen van een toen niet te determineren, aardsterachtige paddenstoel. In oktober stonden er verse exemplaren. Het bleek uiteindelijk te gaan om Scleroderma polyrhizum, een aardappelbovist die in Europa hoofdzakelijk een zuidelijke verspreiding heeft en die nog niet uit ons land bekend was. Scleroderma polyrhizum is een wortelende bovist met een diameter van 5 tot 15 centimeter. Het peridium splijt bij rijping open in een aantal onregelmatig gevormde, dikvlezige slippen, waarbij de sporenmassa vrij komt te liggen. De doorsnede van de dan gevormde ‘sterren’ varieert van 10 tot 22 cm. Een oude naam van de soort is Scleroderma geaster, waarbij geaster verwijst naar het aardsterachtige uiterlijk. Scleroderma polyrhizum heeft nog geen Nederlandse naam. Een voorstel is Aardsterachtige aardappelbovist.


Literatuur:
M.B. Ellis & J.P. Ellis (1990): Fungi without Gills, blz. 248.

8 oktober 2014: Bleekroze koraalzwam in het Revebos


Bleekroze koraalzwam
Ramaria suecica (Fr.) Donk

Foto: Ieko Staal (2014)

In het Revebos in Flevoland (Gemeente Dronten) werd door de Werkgroep Mycologisch Onderzoek voor de IJsselmeerpolders op 8 oktober 2014 de Bleekroze koraalzwam teruggevonden. Meer dan 40 jaar werden geen vondsten meer gemeld voor deze soort en werd daarom volgens de verspreidingsatlas van de NMV als verdwenen beschouwd uit Nederland.
De soort wordt macroscopisch gekenmerkt door de groei in strooisel van spar en de kleine, lichtgekleurde vruchtlichamen met witte toppen. Microscopisch zijn de sporen duidelijk wrattig en skelethyfen ontbreken. De soort zou verward kunnen worden met de Anijskoraalzwam, dat is een blekere soort welke naar anijs ruikt en bovendien skelethyfen heeft. Twee weken later stonden er honderden exemplaren, echt mooi! In de buurt werd eveneens de zeer zeldzame Oranje populierboleet aangetroffen. Kortom een bos om zuinig op te zijn!


Literatuur:
J. Christan (2008): Die Gattung Ramaria in Deuschland blz. 256-257.

8 oktober 2014: Blozende schijnridderzwam in de Wageningse bossen


Blozende schijnridderzwam
Lepista martiorum (J. Favre) Bon

Foto: Jan Knuiman (2014)

Beschrijving:
Langs een onverhard fietspad van Wageningen naar Bennekom door de Wageningse bossen vond ik op 8 oktober een mij onbekende soort paddenstoel. In dicht struikgewas van bramen zag ik iets glinsteren tussen dichte gebladerte dat eruitzag als berijpt blad. Naderbij gekomen bleek het om een grote groep paddenstoelen te gaan. Omdat ik ze niet herkende, plaatste ik foto's op een internetforum van de British Mycological Society. Al snel werd duidelijk dat het om een Lepista/Clitocybe ging, maar welke? De Franse mycoloog en kenner van deze soorten Pierre-Arthur Moreau was vrijwel zeker dat het de Blozende schijnridderzwam moest zijn op basis van de macroscopische kenmerken. Microscopisch onderzoek van Thom Kuyper wees uit dat het inderdaad de voor Nederland nieuwe soort, de Blozende schijnridderzwam was. Deze onderscheidt zich microscopisch van de andere schijnridderzwammen door gladde en extreem kleine sporen.

Literatuur:
H. Knudsen en J. Vesterholt (2008): Funga Nordica, blz. 406.

>

17 september 2014: Olijfzwam ik het Poelbos bij Goes


Olijfzwam
Catinella olivacae (Batsch) Boud.

Foto: Niek Oele (2014)

Beschrijving:
Op 17 september wandelde ik het Poelbos bij Goes en sprak daar een vriendelijke wandelaar. Zijn dochtertje, 2 en een ½ jaar oud, had gezegd: ‘Kijk eens papa, een paddenstoeltje.’ Hij moest ver naar de grond buigen en zag daar kleine groenige schoteltjes/kelkjes. Hij wilde ze me wel even aanwijzen.
Toen ik ze zag, kreeg ik wel door dat dit iets bijzonders was, ik had ze nog niet eerder gezien. Thuis gekomen en gezocht, al gauw werd duidelijk dat het hier om de olijfschijfzwam ging. Henk Remijn onderzocht de schijfjes microscopisch en nam zo het laatste kleine restje twijfel weg.


Literatuur:
J. Breitenbach & F. Kränzlin (1991): Pilze der Schweiz, Vol. 1, blz. 218.
M. B. Ellis & J. P. Ellis (1998): Microfungi on Landplants, blz. 4.

8 september 2014: Stekelkopamaniet in Oegstgeest


Stekellkopamaniet
Amanita solitaria (Bull.) Fr.

Foto: Hans Adema (2014)

Beschrijving:
Op het grasveld voor het stadhuis van Oegstgeest, Rhijngeest, en in de bermen van de Endegeesterstraatweg en Rhijngeesterstraatweg staan altijd bijzondere paddenstoelen, reden voor mij om daar eens per week vanuit mijn werk op Naturalis te gaan kijken.
Op 8 september trof ik er twee amanieten aan, die mij onmiddellijk aan de Stekelkopamaniet deden denken. Deze had ik al eens eerder gevonden, in Huys ter Donck in Ridderkerk. De Stekelkopamaniet herken je aan de lichte zilvergrijze hoed met puntige velumresten erop, het velum laat onder aan de steel een smalle getande  ring achter. Op het grasveld staan eiken en beuken, met deze vormt de Stekelkopamaniet mycorrhiza. Zowel het grasveld als de wegbermen worden zeer regelmatig gemaaid, het zogenaamde gazonregime. Dat weerhoudt de paddenstoelen niet om telkens terug te komen. Jammer dat honden en spelende kinderen die de vruchtlichamen vertrappen.


Literatuur:
J. Breitenbach & F. Kränzlin (1991): Pilze der Schweiz, Vol. 4, blz. 154.
H. Knudsen en J. Vesterholt (2012): Funga Nordica, blz. 163.

4 september 2014: Prachtmycena in de Hooge Lutte in Twente


Prachtmycena
Mycena croata (Schrad.) P. Kumm.

Foto: Ronald Morsink (2014)

Beschrijving:
In een gemengd beukenbos op klei/leemgrond vond ik de Prachtmycena. Het vocht van de paddenstoel kleurt oranje, hij heeft een fel oranje steel. De Prachtmycena groeit hier op beukenhout en op strooisel die er nu ongeveer 8 jaar ligt. Deze takken zijn in een zogenaamde ril gelegd. Vorig jaar zijn ze voor het eerst gezien, toen telde ik maar liefst 63 vruchtlichamen! Die keer werden een aantal vruchtlichamen meegenomen en door Marian Jagers en microscopisch onderzocht. Er was toen het tijdelijke Barcode-project van Naturalis te Leiden gaande om zoveel mogelijk mycena’s te verzamelen, een van die exemplaren die daar tussen zit is de gevonden Prachtmycena. Dit jaar staan er weer ongeveer 10 exemplaren. Hij is zeer zeldzaam in Nederland; in de rode lijst staat hij als gevoelig.


Literatuur:
E. Gerhardt (2008):De grote paddenstoelengids voor onderweg, blz. 204.
J. Breitenbach & F. Kränzlin (1991): Pilze der Schweiz, Vol. 3, blz. 266.

3 september 2014: Zwart hazenoor langs de Gooyerdijk nabij Darthuizen


Zwart hazenoor
Otidea apophysata (Cooke & W. Phillips)

Foto: Marjon van der Vegte (2014)

Beschrijving:
In een kleigebied met Populier langs de Gooyerdijk nabij Darthuizen vond ik verborgen tussen het gras verschillende donkere bekerzwammen met een tamelijk gebundelde groeiwijze. De soort leek wel iets op het Warrig hazenoor, Otidea platyspora. Onder de microscoop echter vond ik veel te grote sporen voor deze soort. Met de sleutel van Nordic Macromycetes Vol. 1 paste er niets op, maar met een gevonden Otidea-sleutel van het internet kwam ik uit op Otidea apophysata, een soort die slechts eenmaal in Nederland gevonden is. Dit Zwart hazenoor met sporen van 18-24 x 8,5-12 mu, die fusivorm zijn met twee guttules paste wel goed op mijn vondst. Ook de soms vertakte gekromde aan de apex vrij brede parafysen klopte prima. De soort komt voor in natte humusarme kleiige gebieden. De jonge vruchtlichamen zijn donker kastanjebruin en worden zwartbruin bij ouderdom.

Literatuur:
Nicolas Van Vooren (2005): Key of the species of the genus Otidea.
Link: www.ascofrance.com/uploads/forum_file/6230.pdf
.

27 augustus 2014: Kersrode boleet in kroonjuweel Neerijnen


Kersrode Boleet
Aureoboletus gentilis ((Quél.) Pouzar

Foto: John Breugelmans (2014)

Beschrijving:
Het was aardig nat geweest afgelopen weken en ik kwam op het idee om bij het bekende kroonjuweel Neerrijnen te gaan kijken of er al paddenstoelen waren zo vroeg in het jaar. Er stonden al diverse boleten en russula’s maar de kersrode boleet was wel de meest bijzondere paddenstoel van die dag.
De soort is vooral goed te herkennen aan de felgele poriën en ook de kersen rode kleur. De steel is aan de bovenkant geel en naar de basis toe roestbruin of gevlekt.
Deze soort is bedreigd en zeer zeldzaam met slechts 15 atlasblokken volgens de verspreidingsatlas van de NMV.


Literatuur:
J. Breitenbach & F. Kränzlin (1991): Pilze der Schweiz, Vol. 3, blz. 76 (als Pulveroboletus gentilis).
H. Knudsen en J. Vesterholt (2012): Funga Nordica, blz. 332.

5 augustus 2014: Vorkplaathoutzwam in de Kijfhoek in Wassenaar


Vorkplaathoutzwam
Lenzites warnieri Durieu & Mont.

Foto: Theo Westra (2014)

Beschrijving:
De Vorkplaathoutzwam is pas voor het eerst ontdekt in 2005 in Nederland, en komt oorspronkelijk uit Zuid -Europa. Er wordt gespeculeerd dat de zwam hier een plek heeft gevonden doordat vogels sporen meenamen, in combinatie met het warmer wordende weer door de klimaatsverandering. Het zou ook kunnen dat een zuidelijke windstroom de sporen hier naartoe heeft gebracht. De zwam is nu opnieuw in Kijfhoek in Wassenaar te vinden! Zeer bijzonder, omdat deze soort slechts op twee plaatsen te vinden is in Nederland. Op een oude, liggende Iep in Wassenaar pronken drie nieuwe zwammen, naast een paar zwammen van vorig jaar. De Vorkplaathoutzwam varieert in kleur van crème/bruin tot grijsbruin in het centrum, tot een lichtbruine of juist donkerder gekleurde rand. Hij kan tien tot achttien centimeter breed en tot drie centimeter dik worden. De vorm van de lamellen is opvallend anders dan die van de Doolhofzwam waar hij wel wat van weg heeft. Een zwam dus met een goud randje.

Literatuur:
A. Bernicchia (2005): Fungi Europaei, Volume 10, Polyporaceae s.l. blz. 316.
L. Ryvarden 2014. Poroid Fungi of Europe. blz. 422 (als Trametes warnieri).

24 juli 2014: Vezelige wasplaat in het komgebied Hollanderbroek vlakbij Driel


Vezelige wasplaat
Hygrocybe intermedia (Fr.) Tul.

Foto: Marjon van der Vegte (2014)

Beschrijving:
Donderdag 24 juli stond Ben Besselink voor mijn deur met een bakje met daarin prachtige wasplaten die hij vlakbij Driel gevonden had. Het gebied daar is beschermd en eigendom van Natuurmonumenten en wordt de laatste 12 jaar alleen als hooiland gebruikt. Het is een moerassig gebied waar boeren niets mee konden beginnen. Daar aankomen merk je direct de zware vettige klei op. Al gauw vonden we tussen het relatief hoge gras zeker 150- 200 vruchtlichamen, jong rood met een conische hoed, verkleurend naar oranje en uiteindelijk gelig wordend. De hoed en steel van deze vrij forse paddenstoelen waren allebei droog en vezelig.
Thuis sleutelde deze soort eenvoudig uit op de de Vezelige wasplaat, een zeer zeldzame soort die op de verspreidingsatlas nog maar 2 stippen heeft.

Literatuur:
H. Knudsen en J. Vesterholt (2012): Funga Nordica, blz. 200.
E. Arnolds (1990): Flora Agaracina Neerlandica Vol. 2, blz. 88-89.

10 mei 2014: Eikenspleetlip op Fort de Roovere te Bergen op Zoom


Eikenspleetlip
Colpoma quercinum (Pers.) Wallr.

Foto: Aafke Buijs (2014)
Beschrijving:
Eén van die soorten die ik heel graag nog een keertje zou willen vinden is de Eikenspleetlip. Regelmatig vind ik restanten van deze zakjeszwam op afgestorven Eikentakjes maar een vers exemplaar ken ik alleen maar van foto's. Afgelopen weekend maakte ik een heerlijke boswandeling nadat het die dag en de dagen daarvoor overvloedig geregend had. Bijna terug bij de auto toch nog even een vrij nat bosje ingedoken, begroeid met Hazelaar en Eik. Mijn oog viel op de met mos begroeide dode takjes van een Eik die zo te zien bijna de geest gegeven had. Nader bekeken met de loep kreeg ik een klein 'euforiemomentje': de Eikenspleetlip! Deze grijsgeel tot donker olijfkleurige ascomyceet groeit op dode, vaak nog aan de boom zittende takken van Eik. Het vruchtlichaam groeit onder de bast en barst bij een langere periode van vochtig weer door langwerpige spleten, dwars op de tak, naar buiten.

Literatuur:
M. B. Ellis & J.P. Ellis (1998): Microfungi on Landplants, blz. 945.
J. Breitenbach & F. Kränzlin (1991): Pilze der Schweiz, Vol. 1, blz. 238.

9 mei 2014: Stersporig mosschijfje bij Katwijk


Stersporig mosschijfje
Ramsbottomia macracantha ((Boud.) Benkert & T. Schumach.

Foto: Theo Westra (2014)
Beschrijving:

Op 9 mei 2014 vond Theo Westra op de Friese Wei in het duingebied Berkheide bij Katwijk op het duinzand kleine (1 mm) gele schijfjes, waar in het veld niets van te maken viel. Zoals gewoonlijk heeft hij de paddenstoeltjes bij mij in de brievenbus gedaan om te kijken of ik er met de microscoop iets meer over kon vertellen. Het eerste preparaat leverde al een bijzondere verrassing op: de sporen waren bolrond, met lange stekels. Met Ellis & Ellis kwam ik al snel uit op Lamprospora chrechqueraultii en gezien de stekels op de var. macrantha. Ze stonden op kaal nat zand, dus dan horen ze niet in het genus Lamprospora, maar in Ramsbottomia. Lamprospora is (parasitair?) verbonden met mossen. Met de Nordic macromycetes erbij bleek het Stersporig mosschijfje te zijn. Deze is slechts van 7 atlasblokken bekend: één in Drenthe, 5 in Noord-Brabant en één in de duinen.
Hans Adema

Literatuur:
M. B. Ellis & J .P. Ellis (1998): Microfungi on miscellaneous substrates, blz. 78.
L. Hansen & J. Knudsen (2000): Nordic macromycetes, deel 1, blz. 99.

4 mei 2014: Echt moederkoren op landgoed Larenstein te Velp


Echt moederkoren
Claviceps purpurea (Fr.) Tul.

Foto: Marjon van der Vegte (2014)

Beschrijving:
Dit paddenstoeltje zette mij aanvankelijk op het verkeerde been! Ik dacht met een Cordyceps te maken te hebben, maar kon maar niet uitvinden waar het op zat, het leek niet echt op iets dierlijks. Nadat ik een foto naar Herman Sieben stuurde, die het ook niet direct herkende, vond hij toevallig ook zoiets en schoot hem de naam te binnen, het was Echt moederkoren.
Nu heeft iedereen wel eens Moederkoren gevonden, maar ik wist niet dat uit dit ongeslachtelijke stadium later de paddenstoeltjes zouden gaan groeien. Dit laatste geslachtelijke stadium is de teleomorf. Hierin vind men de peritheciën met de ascosporen. Deze komen vrij op het moment dat de grassen bloeien en infecteren de plant die in eerste instantie conidiën gaat vormen, de primaire infectie. Insecten zorgen er vervolgens voor dat deze conidiën, die een soort honingdauw bevatten, meer aren infecteren (secundaire infectie). Na de bloeiwijze worden dan de sclerotia gevormd waaruit de vruchtlichamen groeien.

Literatuur:
M. B. Ellis & J .P. Ellis (1998): Microfungi on Landplants, , blz. 460, afb.1760.
J. Breitenbach & F. Kränzlin (1991): Pilze der Schweiz, Vol. 1, blz. 248.

28 april 2014: Tonnetjesmycena in Twente


Tonnetjesmycena
Mycena picta (Fr.) Harmaja

Foto: Ronald Morsink (2014)
Beschrijving:

Tijdens een wandeling ben ik gestopt om te kijken bij een oude beuk die de storm van 2007 niet heeft overleefd. Omdat het een vochtig en op sommige plaatsen nat voorjaar was ben ik gaan kijken naar Myxomyceten. Mijn oog viel toevallig op iets anders. Aan de vorm en de kleur te zien wist ik dat het om een Tonnetjesmycena Mycena picta ging.
De Tonnetjesmycena is een zeer zeldzame soort in ons land en staat als bedreigd op de rode lijst. Bekijk ook de eerdere waarneming van deze soort.

Literatuur:
J. Breitenbach & F. Kränzlin (1991): Pilze der Schweiz, Vol. 3, blz. 284.

7 april 2014: Geel zandbekertje op de Duivelshof bij de Lutte


Geel zandbekertje
Kotlabaea deformis (P. Karst.) Svrcek

Foto: Gerben Winkel (2014)
Beschrijving:

Op de Duivelshof (de Lutte, Ov) is in een weiland de teellaag verwijderd om een poel te graven. Siebe v.d. Woude meldde ons enorme hoeveelheden (tienduizenden) knaloranje ascomyceetjes; hele stukken bodem kleuren oranje. Determinatie door Laurens van Run mislukte aanvankelijk, maar dankzij Atte van den Berg weten we dat het Kotlabaea deformis, Geel zandbekertje betreft. Nu werd ook duidelijk waarom determinatie aanvankelijk mislukte. In het gebruikte boek van Ellis & Ellis wordt deze soort alleen uitgesleuteld als je in plaats van “orange to red” kiest voor “yellow”, hetgeen bij deze vondst niet bepaald voor de hand ligt. Elders (zie literatuur) wordt bij K. deformis echter gesproken van “orangegelb bis lebhaft orange” en “hymenium yellowish orange” en ook de foto van H. Huijser op de Verspreidingsatlas toont fel oranje exemplaren. Na 1990 slechts gemeld uit 9 km-hokken; Rode lijst (2008): GE.

Literatuur:
M. B. Ellis & J .P. Ellis (1996): Microfungi on miscellaneous substrates, blz. 78
L. Hansen & J. Knudsen (2000): Nordic macromycetes, deel 1, blz. 99.
D. Benkert (2008): Emendation der Gattung Kotlabaea, Österr. Z. Pilzk. 17, blz. 173 - 193

7 april 2014: Kleine wimperzwam op de Duivelshof bij de Lutte


Kleine wimperzwam
Scutellinia minutella Svrcek & J. Moravec

Foto: Gerben Winkel (2014)
Beschrijving:

Bij het fotograferen van de knaloranje ascomyceet Kotlabaea deformis op de Duivelshof (de Lutte, Ov) viel het oog op een andere kleine ascomyceet, die duidelijk veel meer een rood-bruine indruk maakte en aan de buitenzijde wimpers liet zien. De indruk ontstond al snel dat het een Scutellinia-soort moest zijn. Microscopisch onderzoek door Laurens van Run leidde tot Kleine wimperzwam. Doorslaggevend waren de relatief kleine afmetingen van de sporen, de haarlengte en het optreden van zowel donkere als kleurloze haren. De biotoop past perfect bij de beschrijving in de Verspreidingsatlas: “Saprotroof op vochtige of langzaam opdrogende zand- of leembodems, vooral kalere, iets verrijkte plekjes van recent verplaatste of weggespoelde grond…”. Na 1990 slechts gemeld uit 7 km-hokken; Rode lijst (2008): OG. Twee zeldzame soorten dus in dit Natuurontwikkelingsterrein.

Literatuur:
L. Hansen & J. Knudsen (2000): Nordic macromycetes, deel 1 blz. 116.

9 maart 2014: Oranje schijnoesterzwam in het Roderveld bij Rossum


Oranje schijnoesterzwam
Phyllotopsis nidulans Quél.

Foto: Jan Parmentier (2014)
Beschrijving:
In het Roderveld kun je altijd een mooie boswandeling maken. Auto parkeren bij Havezate Het Everlo en dan het lange pad volgen, naar het Roderveld, eigendom van Natuurmonumenten.
Ik zag deze bijzondere paddenstoel vanaf een zandpad, 30 meter vanaf het pad. De oranje kleur viel op in het zonnetje, dus toch even kijken. Ik ben geen specialist in paddenstoelen, al kijk ik er meer dan 60 jaar naar, maar deze paddenstoel viel meteen op als bijzonder. Eerst dacht ik aan de Ongesteelde krulzoom, maar dat klopte toch niet helemaal. Die groeit later en staat op naaldhout. Maar na het nodige zoekwerk kwam ik er toch achter: Oranje schijnoesterzwam, op een liggende berkenstam. Internet leverde zelfs een Nederlandse naam en veel foto's op. Blij met mijn vondst, dus toch maar even melden. Bekijk ook de eerdere waarnemingen van deze soort.

Literatuur:
C Bas (1990): Flora Agaricina Neerlandica Vol. 2, blz. 24.
J. Breitenbach & F. Kränzlin (1991): Pilze der Schweiz, Vol. 3, blz. 310
.

7 maart 2014: Lentebekerzwam in het Spijkbos in Flevoland


Lentebekerzwam
Caloscypha fulgens (Pers.) Boud.

Foto: Marna Kroese (2014)
Beschrijving:
Tijdens mijn dagelijkse wandeling in het Spijkbos zag ik vanuit mijn ooghoeken iets oranje. Snoeppapiertje, mandarijnenschilletje? Toch maar even kijken, het was duidelijk een bekerzwammetje. Mijn volgende gedachte was dat het waarschijnlijk een ingedroogde Oranje Bekerzwam was. Paar foto’s gemaakt en snel weer doorgelopen. Thuis toch even voor de zekerheid wat foto’s op internet bekeken en tot mijn grote verbazing zag ik een foto van een Lentebekerzwam. Dit moest hem wel zijn. Via het forum van waarneming.nl werd dit door verschillende mensen al snel bevestigd. De Lentebekerzwam is een zeer zeldzame paddenstoel waarvan er ,in de loop van de jaren, maar een paar in Nederland gevonden zijn. Volgende dag naar de vind plek teruggegaan en na enig speurwerk trof ik op verschillende plekken groepjes aan. Meest in de buurt van jonge Berken, maar ook onder Grove Den. Meer dan 50. Waarschijnlijk staan ze hier al jaren zonder ooit ontdekt te zijn. Bekijk ook de waarneming uit 2011.

Literatuur:
G. Medardi (2006): Atlante fotografico degli Ascomiceti d'Italia, blz. 24.
J. Breitenbach & F. Kränzlin (1981): Pilze der Schweiz, Vol. 1, blz. 108.
R.W.G. Dennis (1981): British Ascomycetes, blz. 50 (Pl. XII A.).

26 februari 2014: Violette duinbekerzwam in het Numansdorpse Bos bij Haringvliet


Violette duinbekerzwam
Peziza boltonii Quél.

Foto: Kees van de Berg (2014)
Beschrijving:
Op 26 februari ging de paddenstoelenwerkgroep van het HWL (Hoekschewaards Landschap) op pad naar het Numansdorpse Bos, een kleibos net achter de dijk van het Haringvliet. Hier waren oud opgeworpen molshopen van scherpe zand in van de rest kleiige grond.. Op twee van deze hopen, ongeveer 2,5 meter uit elkaar stonden een aantal zeer donkere bekerzwammen. We waren het er over eens dat ze bijna zwart zijnde toch een zweem violet in zich hadden. Met de Nordic Macromycetes en de tabellen van Hohmeyer kwam Anneke van den Berg tot de slotsom dat het de violette duinbekerzwam moest zijn. In het paddenstoelenoverzicht van 1995 kwam deze niet voor, maar in de standaardlijst 2013 wel. De bekerzwam werd opgestuurd naar Atte van den Berg, die de determinatie bevestigde. In de Nordic staat: op kalkhoudende of kleiige grond in bossen. Hij blijkt in 2001 voor het eerst gevonden te zijn. Drie vondsten in de duinen en een op de vestingmuur van Maastricht. Anneke Hoekstra.

Literatuur:
L. Hansen & H. Knudsen (2008): Nordic Macromycetes Vol. 1, blz. 61.

26 februari 2014: Paarse brandplekbekerzwam op Parkeerterrein in Amsterdam


Paarse brandplekbekerzwam
Peziza moseri Aviz.-Hersh. & Nemlich

Foto: Christiane Baethcke (2014)
Beschrijving:

Met gemengde gevoelens liep ik naar een recent radicaal vernieuwd parkeerterrein vlak bij het Sloterpark. Vroeger stonden er aan de rand van het parkeerterrein populieren en naast de vakken berken. Ik had hier voordien veel mooie paddenstoelen gevonden: de Gewone morielje, de Kapjesmorielje, Giftige vezelkop, Schwartschubbige ridderzwam en zoveel meer leuke soorten. Alles verkwanselt, de bomen gekapt, een naakte steenvlakte met her en der een weinig belovend pas geplant iepje. Ik keek naar de grond, he, een iets paarsig bekertje in het zand. Spannend! Microscopisch onderzocht bleek het de zeer zeldzame Paarse brandplekbekerzwam te zijn. Wellicht was er met al dat aangevoerde zand ook wat materiaal van een brandplek aangevoerd. Al met al stonden er op verschillende plekken tussen het pas gezaaide gras naast de parkeerplekken wel meer dan 20 van deze bijzondere bekertjes.

Literatuur:
J. Breitenbach & F. Kränzlin (1981): Pilze der Schweiz, Vol. 1, blz. 80 (als P. violacea)

15 februari 2014: Hoefzwam op Schotse ramschedel in Arnhem


Hoefzwam
Onygena equina (Willd.: Fr.) Pers.

Foto: Kees van Oorde (2014)
Beschrijving:
In onze achtertuin in Arnhem-Noord, op de hoorns van een ramsschedel, die we in mei 2012 hebben meegenomen van het Schotse eiland Skye, ontdekte we begin februari 2014 plots kleine paddenstoelen. Volgens de determinatie van Jan Hengstmengel van Naturalis bleek het te gaan om de Hoefzwam die in Nederland pas 1x eerder is gevonden (in 2005 op een hertenhoefje in de Kennemerduinen bij Bloemendaal). Gezien de zeldzaamheid van de soort in Nederland en het algemenere voorkomen van de soort bij onze overzeese westerburen, is het zeer waarschijnlijk dat de sporen als verstekeling met de ramsschedel zijn meegekomen. Met de Veluwezoom vlak bij en het feit dat daar steeds vaker kadavers van wild en grote grazers in het veld achterblijven, is het de vraag of deze verstekeling hier vaste voet aan wal krijgt. Dood doet leven! Bekijk ook de waarneming uit 2005.
Literatuur:
S. Ryman & I. Holmåsen (1992): Pilze, blz. 677.
J. Breitenbach & F. Kränzlin (1981): Pilze der Schweiz, Vol. 1, blz. 292.
M. Lange (1974): Elseviers paddestoelengids, blz. 48.

5 januari 2014: Fluweelzaagplaat op landgoed Gunterstein te Breukelen


Fluweelzaagplaat
Lentinellus ursinus (A.L. Smith) B. Sutton

Foto: Marjon van der Vegte (2014)
Beschrijving:
Langs een mooi wandelpad op landgoed Gunterstein te Breukelen ligt veel populierenhout. Ik besloot 5 januari daar eens een kijkje te gaan nemen om te zien of er op dit dode hout wellicht nog leuke houtpaddenstoelen zouden staan. Ik ontdekte onderaan een oude liggende stam mooie roodbruine paddenstoelen die dakpansgewijs boven elkaar groeiden. Aan de basis waren ze flink harig en aan de onderzijde hadden ze gezaagde lamellen. De kleine gestekelde sporen en gloeocystidia passen bij het geslacht Lentinellus. Bepalend om welke soort het gaat moet men hiervoor de structuur van de hoedhuid bestuderen, zo kunnen we L. ursinus van l. vulpinus onderscheiden, twee soorten uit dit geslacht die erg veel op elkaar lijken. Dit staat goed beschreven in 'Funga Nordica'. In de nieuwe standaardlijst 2013 heeft deze extreem zeldzame paddenstoel nu ook een Nederlandse naam: de Fluweelzaagplaat. In de verspreidingsatlas staat maar één stip, maar hij is ook al een keer in “De Brand” bij Tilburg gevonden.
Literatuur:
H. Knudsen en J. Vesterholt (2012): Funga Nordica, blz. 116/117.
E. Ludwig (2001): Pilzkompendium Band 1, blz. 226.