Bijzondere Waarnemingen in 2015

23 december 2015: Gewoon olijfzwammetje in de Heldense Bossen (Limburg)


Gewoon olijfzwammetje
Callistosporium luteoolivaceum

Foto: Alina en Chris Billekens (2015)

Op 23 dec. vonden we tijdens een wandeling in de Heldense Bossen te Helden een zwammetje welke we niet kenden. Het groeide bij grove dennen tussen gras en mos. Al sleutelend kwamen we op Gewoon olijfzwammetje. De Hoed is ongeveer 3 tot 4 cm, glad, geel/bruin olijfkleurig, de lamellen zijn geel tot citroengeel. De stelen zijn kort en olijfbruin met een wittige viltige basis. Wij hebben de collectie ter controle opgestuurd naar Piet Kelderman. Hij bevestigde de determinatie en geeft de volgende informatie: Sporen klein 4-7 x 3-4 Ķm, geen cystiden wel gespen. De sporen zijn in feite wit maar de inhoud gekleurd dus erg verwarrend. Het is in principe een zuidelijke soort, in Nederland zeer zeldzaam!

Literatuur:
H. Knudsen & J. Vesterholt (2008): Funga Nordica, blz. 430.
R.M. Dšhncke (1993): 1200 Pilze, blz. 269

20 december 2015: Kapjesinktzwam op begraafplaats Westgaarde in Amsterdam


Kapjesinktzwam
Coprinopsis strossmayeri

Foto: Christiane Baethcke (2015)

Sinds enkele jaren zie ik in Amsterdam steeds vaker de anders zeer zeldzame Kapjesinktzwam. Zo ook op begraafplaats Westgaarde, waar hij op meerdere plaatsen in het gras staat. Maar zo uitbundig als nu heb ik hem zeldzaam gezien. En dat vlak voor de kerst! Dat is natuurlijk te danken aan deze zeer zachte december. Hij staat bijna in een heksenkring in meerdere groepjes onder kastanjebomen. De jonge zwammen steken als gespikkelde eieren net boven het gras en het mos uit. De volwassen exemplaren spreiden hun hoedje uit tot een klokvormig kapje. De Kapjesinktzwam groeit meestal op houtsnippers, maar ik heb hem ook al op vermolmde populierenstronken aangetroffen. Ik vermoed dat de Kapjesinktzwam hier op onder het gras liggend vermolmd hout teert. De Kapjesinktzwam lijkt enigszins op de Kale inktzwam, heeft in tegenstelling tot deze lichte wittig tot gelige vezelige schubjes op de hoed.

Literatuur:
H. Knudsen & J. Vesterholt (2008): Funga Nordica, blz. 574.

2 december 2015: Ringvormig Kristalkopje in het gemeentepark in Dedemspark


Ringvormig kristalkopje
Didymium anellus

Foto: Willy Heimeriks (2015)

Op 4 december was ik in het gemeentepark in Dedemsvaart het Verdwaald meniezwammetje aan het fotograferen. Toen viel mijn oog op heel kleine bolletjes tussen het mos op de boomschors. Het was voor mij duidelijk een slijmzwam, hij stond hier tussen wat suikermycena's. Ik maakte er ook een paar foto’s van en verzamelde materiaal. Allebei stuurde ik naar Hans van Hooff.

Een paar dagen later kreeg ik van hem een e-mail met de melding, dat de slijmzwam het Ringvormig kristalkopje is. Dit is een zeer zeldzame soort, die in de verspreidingsatlas als ZZZZ te boek staat.

Literatuur:
N. E. Nannenga Bremekamp (1974): De Nederlandse Myxomyceten, blz. 368.

2 december 2015: Kleine kop-op-schotel in Pannenland (Amsterdamse Waterleidingduinen)


Kleine kop-op-schotel
Disciseda candida

Foto: Theo Westra (2015)

Ik was in de Amsterdamse waterleidingduinen op zoek naar Populierenschorsschijfjes op de door de laatste storm afgewaaide Populierentakken. Tot mijn oog viel op roze gekleurde Duinstuifwammen. Echter met mijn vondst van de Grote kop-op-schotel in Meijendel Wassenaar in het gebied Bierlap-Kijfhoek in mijn achterhoofd ging bij mij een lamp branden: dit is geen stuifzwam maar een bovist. Ook de grote broer heeft een roze tint, deze nog veel meer dus toen dacht ik al aan de Kleine kop-op-schotel. Met een exemplaar ging ik terug naar Leiden voor het microscopisch onderzoek door Hans Adema. Hij was natuurlijk ook heel nieuwsgierig en was zo vriendelijk direct aan het sporenonderzoek te beginnen.
De determinatie van Hans werd later nog bevestigd door Leo Jalink.

Literatuur:
E. Arnolds, Th. W. Kuyper, M.E. Noordeloos (red). (1995): Overzicht van de paddenstoelen in Nederland, blz. 579.
Leo Jalink, (1989): Coolia 32 (3), blz. 55.

14 november 2015: Rimpelige gordijnzwam in Natuurschoonbos in Nietap ( Drenthe)


Rimpelige gordijnzwam
Cortinarius lividoochraceus

Foto: Jeroen Onrust (2015)

Zaterdag 14 november 2015 liep ik een klein rondje door het Natuurschoonbos ten zuiden van Nietap . In een gemengde laan van beuken en eiken kon ik toch nog Trechtercantharellen tussen het blad ontwaren en zelfs ook Kleine trompetzwammen. In diezelfde laan viel mijn oog ook direct op een opvallende gordijnzwam. Dichterbij gekomen viel direct de witte steel met paarse gloed op. Het had een lichtbruine hoed die naar binnen donkerder was en ook iets slijmig was. De lamellen hadden dezelfde lichtbruine kleur. Ook ontdekte ik twee jonge exemplaren die volledig bedekt waren met slijm, maar met wel al een opvallende paarse steel. Thuis in de boeken gedoken kwam ik uit op Cortinarius stillatitius. Maar deze soort groeit in zure naaldbossen en komt niet in Nederland voor. Christiane Baethcke kwam dan ook snel met Rimpelige Gordijnzwam, een gelijkende soort die bij loofbomen groeit. De soort werd door Nico Dam werd bevestigd.
De Rimpelige Gordijnzwam is door vermesting en verzuring sterk achteruitgegaan.

Literatuur:
J. Breitenb. & F. Kršnzl. (1995): Pilze der Schweiz, Vol 5, blz. 281.
R. M. Dähncke, (1993) 1200 Pilze, blz. 788, 789 (als C. pseudosalor en C. lividoochraceus).

8 november 2015: Boompuist (teleomorf) in natuurgebied Hakenberg in Twente


Boompuist (teleomorf)
Postia ptychogaster

Foto: Ronald Morsink (2015)

Op 8 november liep ik door natuurgebied het Hakenberg in Beuningen. Het is een mooi gebied om te wandelen, en is eigendom van Natuurmonumenten. Daar hebben zich al veel soorten paddenstoelen gevestigd. Veel daarvan staan op de rode lijst. Ik zag op een dode dennenstam een boompuist zitten. Ik heb al vaker boompuisten gevonden, maar deze waren toch anders. Aan de onderzijde waren namelijk buisjes te zien. Het contrast met de buisjes en het pluizige er bovenop is een mooi gezicht. Na wat onderzoek bleek het te gaan om de Boompuist (teleomorf).De soort groeit op naaldhout en is zeldzaam in Nederland. Hij is nog maar op 17 andere plekken gevonden. In het bos ernaast heb ik ook een aantal exemplaren gevonden.

Literatuur:
H. Jahn (1979): Pilze die an Holz wachsen, blz. 114, als Tyromyces ptychogaster.

4 november 2015: Dennenbastsplijter op landgoed Wouwse Plantage bij Roosendaal


Dennenbastsplijter
Cenangium ferruginosum Fuckel

Foto: Aafke Buijs (2015)

Afgelopen donderdag, een ietwat betrokken herfstdag waarop in rap tempo ook de laatste bladeren van de bomen waaiden, een mooie wandeling gemaakt op het landgoed Wouwse Plantage, bij Roosendaal. Met het eind van de wandeling in zicht viel mijn oog op een stapel Dennentakken. Op ťťn tak lag een donker- tot olijfgroen waas, bij nadere bestudering een ascomyceetje dat in grote getale, in kleine clusters de tak overwoekerde. Met de microscopische kenmerken bij de hand eens in Ellis & Ellis gezocht en daaruit bleek al snel dat het hier om de Dennenbastsplijter gaat. Volgens de Verspreidingsatlas niet zo vaak gevonden, wat te maken zal hebben met het feit dat bij droogte de vruchtlichaampjes sluiten en dan de beige-bruine buitenkant laten zien, die op afstand amper opvalt tegen de vrijwel gelijk gekleurde bast van de tak.

Literatuur:
M. B. Ellis & J. P. Ellis (2012): Microfungi on Landplants, blz. 363.

4 november 2015: Rietmycena in de rietlanden Crommenije (Noord Holland)


Rietmycena
Mycena belliae (Johnst.) P.D. Orton

Foto: Piet Brouwer (2015)

Op 4 november vond ik in de Crommenije, dat zijn de oevers van het oer IJ die ze zijn vergeten te ontginnen na de middeleeuwen, Rietmycena’s. Het is hier een oude verlanding, de bodem golft voor je uit als je erover loopt. De Rietmycena kwam vroeger veel meer voor als nu, er stonden 200 jaar geleden duizenden molens met rieten daken in waterland en de Zaanstreek. In de schaduwkant van deze rieten daken was het vochtig dus de zwammen konden zich hier ontwikkelen. De Rietmycena is tegenwoordig vrij zeldzaam omdat tot voor kort op de rieten daken een bestrijdingsmiddel werd gespoten tegen zwammen en schimmel. Tegenwoordig komt dit fraaie zwammetje nog sporadisch voor in rietkragen met helder onvervuild water op de bodem, ze staan net boven de waterlijn op overjarige bladrietstengels.

Literatuur:
Henning Knudsen & Jan Vesterholt (2012): Funga Nordica, blz. 363.

19 oktober 2015: Ramaria sanguinea bij Landgoed De Voorst in Eefde


Ramaria sanguinea
(Pers.) Quél.

Foto: Hannie Wijers (2015)

Op 19 oktober 's ochtends was ik bij Landgoed De Voorst in Eefde op zoek naar gordijnzwammen. In de omgeving waar deze vaak voorkomen zag ik een fraaie koraalzwam staan. Het was een mooi compact exemplaar. Niet al te ver er vandaan staan veel Rechte koraalzwammen en ik dacht eerst dat het tot deze soort behoorde.
Na het maken van foto's heb ik materiaal meegenomen om te kijken of ik er wat mee kon onder de microscoop.
De determinatie is ook gedaan door Martin Gotink en Henk Huijser. Koraalzwammen zijn lastig te determineren, maar deze soort is al in het veld te herkennen aan de felgele kleur en de (donker) rode vlekken. Helaas is dat op de foto's niet goed zichtbaar. De soort is voor het eerst in Nederland gevonden en heeft nog geen Nederlandse naam.

Literatuur:
J. Christian (2008): Die Gattung Ramaria in Deutschland, blz. 230.

14 oktober 2015: Bijzonder knotsje in het Moricaansebos in Strijen


Klein kroonknotsje
Clavicorna taxophila (Thom) Doty.

Foto: Kees van den Berg (2015)

Op 14 oktober de tweewekelijkse inventarisatie ronde ging de paddenstoelenwerkgroep Oud-Beijerland naar het Moricaanse bos in Strijen. Daar vond ik in het strooisel onder loofbomen els, wilg en eik een klein wit knotsje waarvan de naam niet direct paraat was. Niemand van de groep kende deze soort, daarom werd wat materiaal meegenomen om 's avonds te determineren.
Op onze thuisbasis, bezoekerscentrum 'Klein Profijt' ging ik op zoek naar het geslachtvan deze soort via Google en de verspreidingsatlas. Via deze omzwervingen kwam ik uit op Wit kroonknotsje. Voor ons werkgebied de eerste waarneming.
Daar er maar een soort van dit geslacht in Nederland voorkomt was de conclusie dat het niet iets anders kon zijn. Het Wit kroonknotsje teert op rottend hout maar ook komt ook op de grond voor.
Deze soort staat als ZZZ te boek. Voor alle zekerheid is het materiaal microscopisch onderzocht. Bekijk ook de waarneming uit 2007.

Literatuur:
H. Knudsen & J. Vesterholt (2012): Funga Nordica, blz. 113.
Ellis & Ellis (1990): Fungi without Gills, blz. 20, 93 en 65.

3 oktober 2015: Rafelige champignon in het Twiske


Rafelige champignon
Agaricus subfloccosus Bon

Foto: Piet Brouwer (2015)

De Rafelige champignon staat al vanaf 1989 of nog eerder in het Twiske maar is altijd uitgescholden voor Reuzenchampignon. Daar lijkt hij natuurlijk wel enigszins op, maar na het grondig bekijken van deze grote zwammen kwam ik tot de conclusie, dat het geen Reuzenchampignons konden zijn. In tegenstelling tot de Reuzenchampignon verkleurt de Rafelige champignon bij doorsnijden rood. Ook mist hij de anijsgeur.
Het was maar een klein groepje zwammen, dus heb ik 2013 enkele stukken hoed verspreid in de hoop dat de sporen zouden aanslaan in de vochtige bodem. Er staan nu op vier plaatsen in het Twiske groepjes van deze champignon, het experiment is blijkbaar gelukt. De bodem in het Twiske bestaat uit een mengsel van kalkrijk zand en zwarte aarde, ogenschijnlijk een mix waar de Rafelige champignon goed op groeit.

Literatuur:
E. Gerhardt (2006): De grote paddenstoelengids voor onderweg, blz. 62.
J. Breitenb. & F. Kršnzl. (1995): Pilze der Schweiz, Vol 4, blz. 178.

2 oktober 2015: Zeer zeldzame Sombere violetmelkzwam in Leuvenheim (Brummen)


Sombere violetmelkzwam
Lactarius violascens (J. Otto) Fr.

Foto: Hannie Wijers (2015)

Ik een rommelig stukje loof bos trof ik deze paddenstoel aan, half begroeid met gras. Toen ik er eentje uithaalde om de onderkant te bekijken dacht ik dat de lamellen aangetast waren, dit vanwege de donkere kleur. Een jonger exemplaar kon ik beter bekijken. De melk was wit en verkleurde ook hoegenaamd niet. De plaatjes die door druk en melk beschadigd waren kleurden op het laatst donkerpaars, dit kon ik zien door onderweg telkens een foto van de plaatjes te maken. Uiteindelijk kleurde ook de steel door druk helemaal paars.
Natuurlijk wilde ik graag weten welke aparte soort ik gevonden had. Het raadsel werd al vrij snel opgelost door Chiel Noordeloos die me kon vertellen dat het de Sombere violetmelkzwam is.

Literatuur:
F. Breitenb. & F. Kršnzl. (2004): Pilze der Schweiz, Vol 6, blz. 120.

28 september 2015: Spoelvoetchampignon in Amsterdam-Geuzenveld


Spoelvoetchampignon
Agaricus bohusii Bon

Foto: Christiane Baethcke (2015)

In een eikenlaantje naast de schooltuinen staat elk najaar de Spoelvoetchampignon in grote bundels. Een paar maal had ik het voornemen de volgende dag met de camera na de plek terug te keren en foto’s te nemen. Vaak was dan net de maaimachine geweest en had honderden van die zeldzame champignons aan gort gereden. Dit jaar proberen de zwammen de medewerkers groen te slim af te zijn en zijn ze vlak bij de stam van een eik gaan staan. Hier kunnen ze met hun machine wellicht niet bij! De Spoelvoetchampignon zorgt op het eerste ogenblik in het veld voor verwarring, want door zijn donkere en zeer schubbige hoed is hij eerst niet als champignon herkenbaar. Het is een forse paddenstoel en groeit in dichte bundels. Door deze groeiwijze loopt de steel taps toe. Bij doorsnijden verkleurt hij lichtrood. Hij is internationaal zeer zeldzaam en geldt daardoor als bedreigd.

Literatuur:
H. Knudsen & J. Vesterholt (2008): Funga Nordica, blz. 524.
M. M. Nauta (2001): Flora Agaricina Neerlandica Vol 5, blz. 37, 38.

26 september 2015: Stinktolletje op Kwintelooijen bij Rhenen


Stinktolletje
Sistrotrema confluens Bon

Foto: Jan Knuiman (2015)

Kwintelooijen is een gebied met een grote diversiteit aan biotopen. Het is dan ook niet verbazingwekkend dat het een rijke funga kent. Eerder dit jaar kwam ik in het hoger gelegen bos de Narcisboleet tegen, maar 26 september was extra bijzonder. Toen ik bezig was met het fotograferen van Tricholoma frondosae (zie eerder in deze rubriek) in het lager gelegen deel, zag ik op de grond een grote kring van kleine zwammetjes. Ze bleken gesteeld, tolvormig en hadden een hymeniumstructuur die het midden houdt tussen stekels en poriŽn (irpicoÔd). De zeer onaangename geur viel bijzonder op. Nadat duidelijk was geworden dat het weleens om het Stinktolletje (Sistotrema confluens) zou kunnen gaan, heeft Mirjam Veerkamp het zwammetje onderzocht en de identiteit bevestigd. Twee uiterst zeldzame zwammen binnen ťťn meter afstand zal wel niet snel nog eens voorkomen.

Literatuur:
E. Gerhardt (2006): De grote paddenstoelengids voor onderweg, blz. 574.
M.T. Veerkamp & R. Sullock Enzlin (1994):Coolia 37, blz. 81 - 85.

26 september 2015: Tricholoma frondosae op Kwintelooijen bij Rhenen


Tricholoma frondosae Kalamees & Shchukin

Foto: Jan Knuiman (2015)

In het weekend van 26 september kwam ik op Kwintelooijen tussen Rhenen en Veenendaal deze ridderzwam met gele lamellen tegen. Aanvankelijk dacht ik met de Gele ridderzwam (Tricholoma equestre) te maken te hebben die ectomycorrhiza vormt met Den. Echter, er is daar geen Den te bekennen, maar wel Populier! Daarom kwam ik al snel uit bij Tricholoma frondosae, een soort die nog niet in de standaardlijst is opgenomen, maar waarvan bekend is dat hij bij Populier groeit. Thom Kuyper heeft de soort microscopisch onderzocht en bevestigd dat het om T. frondosae gaat.
De soort is naar verluidt ťťnmaal eerder in Nederland gevonden, maar nog niet in behandeling om te worden opgenomen in de standaardlijst.

Literatuur:
M. E. Noordel. & Christensen (1999): Flora Agaricina Neerlandica Vol 4, blz. 112, 113.

20 september 2015: Spits kroeskopje aan de Kotermeerstal in Dedemsvaart


Spits kroeskopje
Comatricha tenerrinma (Berk. & M.A. Curtis) G. Lister

Foto: Willy Heimeriks (2015)

Op zondag 20-9-2015 aan de Kotermeerstal in Dedemsvaart. Ik was aan het zoeken tussen Pitrus en dode rietstengels naar zwammetjes. Nadat ik wat andere paddenstoeltjes gevonden te hebben zag ik ineens hele kleine bruine bolletje aan een stengel zitten, die ik nog nooit eerder waargenomen had. Slijmzwammetjes dus. Deze kleintjes zitten op een dode rietstengel en zijn 0,5mm groot (klein).
Ik heb een paar mooie foto's gemaakt en bij thuiskomst een mail gestuurd naar de Heer van Hooff. S ‘Middags kreeg ik een mail terug dat dit het Spits kroeskopje was. Dit is te herkennen aan het spitse puntje aan het bolletje. Hij staat mooi beschreven in het boek De Nederlandse Myxomyceten van N. E. Nannenga Bremekamp. Het is een zeer weinig waargenomen soort, ZZZ volgens de NMV verspreidingsatlas.

Literatuur:
N. E. Nannenga Bremekamp (1974): De Nederlandse Myxomyceten blz. 225, 226.

10 september 2015: Houtboleet in Kesseleikerbroek te Kessel (Limburg)


Houtboleet
Buchwaldoboletus lignicola (Kallenb.) PilŠt

Foto: Alina Billekens (2015)

Donderdag 10 september gingen we weer eens kijken naar een van onze favoriete plekjes. het Kesseleikerbroek te Kessel (L). We namen voor de verandering eens een ander pad om het gebied binnen te gaan. Langs dit pad staan vooral eiken en vogelkers. Binnenin staan hoofdzakelijk Lariksen. Aan de voet van een Lariks zag Alina enkele paddenstoelen staan en ging even dichterbij kijken. Ze zag meteen dat dit iets anders was dan fluweelboleten dus toch maar wat foto's maken en 1 exemplaar mee naar huis voor verdere determinatie. Ze stonden ook letterlijk aan de voet van oude Dennenvoetzwammen, wat volgens de literatuur zeer vaak het geval is. De hoed voelde wollig aan, bruin en in stukjes openbrekend en daar geel. Na het nodig zoekwerk op internet en boeken kwam ik uit op de Houtboleet. Gerard Dings heeft hem voor ons microscopisch onderzocht en de determinatie bevestigd.

Literatuur:
J. Breitenb. & F. Kršnzl. (1986): Pilze der Schweiz, Vol 3, blz. 76 (als Pulveroboletus lignicola).
M.E. Noordeloos(2001): Coolia 44, 1, Hoe raak ik thuis in boleten, blz. 12-18.

4 september 2015: Kersrode boleet op Landgoed Clingendaal/Oosterbeek


Kersrode boleet
Aureoboletus gentilis (Quťl.) Pouzar

Foto: Michel Beeckman (2015)

Op zaterdag 4 september organiseerde Maurits Burgers een paddenstoelenwandeling door Landgoederen Clingendael/Oosterbeek, Den Haag. Het werd een dag vol leuke en interessante soorten! Tijdens het fotograferen van de bijzondere Roodnetboleet merkte ik op dat in het mos ertegenover een aantal kleine, opvallend slijmerige boleetjes met knalgele poriŽn stond. Meteen slaakte ik een kreet van geluk, want ik herkende de combinatie direct: het was de Kersrode boleet), een zeldzame boleet die als Bedreigd in de Rode Lijst (Arnolds en Veerkamp, 2008) staat! Kenmerkend zijn de rozegrijze tot bruinroze, slijmerige hoed, die in droge toestand iets kleverig en glanzend is en de knalgele, later bruingele relatief grote en onregelmatige poriŽn. De gele steel heeft in de top heel zwakke reticulatie, is verder glad, en heeft een bruinroze onderste helft. Het bleke vlees verkleurt niet aan de lucht en is onder de hoedhuid en in de steelvoet bleekroze doortrokken. Deze kleine boleet is een beuk- en eikenbegeleider van oude, voedselarme lanen.

Literatuur:
J. Breitenb. & F.Kršnzl. (1986): Pilze der Schweiz, Vol 3, blz. 76 (als Pulveroboletus gentilis).
Roger Phillips (1993): Paddestoelen van West-Europa, blz. 205

13 augustus 2015: Bruine knolparasolzwam op oude hooiberg in Kockengen


Bruine knolparasolzwam
Chlorophyllum brunneum (Farl. & Burt) Vellinga

Foto: Wim Hoogendoorn (2015)

Ik was bij een bevriende (oud)boer op bezoek en hij zei tussen neus en lippen door tegen mij: “O ja er staan aan de rand van mijn oude hooiberg een paar grote mooie paddenstoelen met hun voeten in de oude oort (de verturfte onderlaag van het hooi).” De paddenstoelen leken op gewone Knolparasolzwammen maar hadden geen duidelijk dubbele ring. Een exemplaar was er omgeschopt waardoor er een met humus gepaneerde gerande knol omhoog was gekomen.
Op internet vond ik de Giftige knolparasolzwam meteen zelfde gerande knol , in Nederland alleen in onverwarmde kassen gevonden. Dat zou dus kunnen maar voor microscopisch uitsluitsel belde ik Christiane en die wilde hem graag onderzoeken. In de Funga Nordica zagen wij dat ook de Bruine knolparasolzwam een zelfde gerande knol heeft. Bij het microscopisch onderzoek vonden wij de voor de Bruine knolparasolzwam typisch knotsvormige cheilocystiden. Het was inderdaad de zeer zeldzame Bruine knolparasolzwam die op de oude hooimijt zijn plekje had gevonden.

Literatuur:
H. Knudsen & J. Vesterholt (2008): Funga Nordica, blz. 532, 533.

20 juli 2015: Schelpjestaailing in “De Zumpe” bij Doetinchem


Schelpjestaailing
Gloiocephala menieri (Boud.) Singer

Foto: Marjon van der Vegte (2015)

In het natuurgebied “De Zumpe” bij Doetinchem inventariseer ik al jaren paddenstoelen.
Dit keer ging ik de bijbehorende vennen eens grondig onderzoeken.
Op de Grote lisdodde, Typha latifolia vond ik een klein gesteeld taai schelpje met enkele onduidelijke lamellen.
Na goed speurwerk vond ik uiteindelijk vele exemplaren van deze soort waarvan de oude exemplaren roestbruinig waren met aderige anastomoserende lamellen.
De grote langwerpige sporen van 15-22 x 5,5-7,5 mu en de aparte cystiden, leidde naar de Schelpjestaailing,, een tamelijk zeldzame bedreigde soort, met slechts drie stippen op de verspreidingsatlas.


Literatuur:
H. Knudsen & J. Vesterholt (2008): Funga Nordica, blz. 256.

20 juli 2015: Forse anijschampignon in Amsterdam Geuzenveld


Forse anijschampignon
Agaricus macrocarpus (F.H. MÝller) F.H. MÝller

Foto: Christiane Baethcke (2015)
Een paar mini buitjes en een beetje motregen is alles aan hemelwater wat de laatste maanden in Amsterdam gevallen is. Zonder echt hoop te hebben op paddenstoelen bezocht ik met mijn teckeltje een klein berkenveldje tussen de huizen, waar soms om deze tijd van het jaar al verschillende russula’s te vinden zijn. Er stond nul. Maar dan zie ik al uit de verte onder de berk, waar ik in het verleden al jaren achtereen de Forse anijschampignon heb gezien, de dikke witte hoeden van deze statige soort. De Forse anijschampignon is gekenmerkt door zijn stevige bouw, de hoeden kunnen tot 30 cm meten . Daarnaast onderscheidt hij zich van de Gewone Anijschampignon ook door de lamellen, die lange tijd bleek blijven. Microscopisch is hij te onderscheiden van zijn dubbelganger door de gedeeltelijk flesvormige cheilocystiden.


Literatuur:
J. Breitenb. & F.Kršnzl. (1986): Pilze der Schweiz, Vol 4, blz. 170.

23 mei 2015: Paarse dennentandzwam in Nijverdal


Paarse dennentandzwam
Trichaptum hollii (J.C. Schmidt) Kreisel

Foto: Ismael Wind (2015)
Op 23 mei was ik op zoek naar morieljes, die waren helaas niet te vinden. Dan maar even verder snuffelen in een rommelbosje met voornamelijk Fijnspar. Veel van de bomen waren aan het afsterven. Een van de liggende dode bomen was bezaaid met een ingedroogde paarse dennenzwam. Tenminste dat dacht ik in eerste instantie, maar de soort, hoewel ingedroogd, had duidelijk langgerekte buisjes. Nu wist ik dat er een getande versie van de Paarse dennenzwam bestond en deze ook al een tijdje op mijn verlanglijstje stond. Dus een stuk meegenomen om wat vochtig te maken en het resultaat was bevredigend, het moest wel de Paarse dennentandzwam zijn! Omdat de soort zeldzaam is heb ik wat gestuurd naar Peter-Jan Keizer, hij bevestigde mijn vondst.


Literatuur:
J. Breitenb. & F. Kršnzl. (1986): Pilze der Schweiz, Vol 2, blz. 290.

9 mei 2015: Kronkelsteelmosschijfje in Groote Moost


Kronkelsteeltjesschijfje
Lamprospora campylopodisBuckn.

Foto: Peter Eenhuistra (2015)
Op 9 mei 2015 was ik mee met een mossenexcursie naar de Groote Moost in Limburg met KNNV-Eindhoven. Het meest interessante mos in de Moost is Wolfsklauwmos. Op een natte plek raapte ik wat mos op. Met de loupe waren ca 10 kleine, bleek oranje schijfjes met een diameter van ongeveer 1 mm diameter te zien. Huub van Melick verzekerde mij dat het mos Breekblaadje betrof, een soort die op andere plaatsen veel beter ontwikkeld en herkenbaar was. Onder de microscoop werden prachtige vrijwel ronde sporen zichtbaar met een fraaie, duidelijke honingraatstructuur. De sporen waren 16 –19 micrometer groot. Ook de andere microscopische kenmerken komen overeen met de kenmerken genoemd in de geciteerde literatuur. De Verspreidingsatlas is nog leeg, maar de soort bleek eerder in 2000 gevonden te zijn door Emiel Brouwer in de Bergvennen (Overijssel). De soort groeit alleen op Kronkelsteeltjes.


Literatuur:
D. Benkert & E. Brouwer (2004): New species of Octospora and some further remarkable bryoparasitic Pezizales from the Netherlands. Persoonia 18, blz. 18: 381-391.

21 februari 2015: Verdwaald meniezwammetje in het Bos van Krantz/Huys te Warmont in Warmond


Verdwaald meniezwammetje
Paranectria oropensis (Ces. ex Rabenh.) D. Hawksw. & Piroz.

Foto: Ben Kraan (2015)
Zoals gewoonlijk ging ik deze zaterdagochtend met de macrolens op pad, en omdat er bijna geen paddenstoelen meer te vinden zijn, had ik me voorgenomen om korstmossen te fotograferen. Ik had op Waarneming.nl al gezien dat dit een net zo’n boeiend onderwerp is om je in te verdiepen en te fotograferen als paddenstoelen. Het weer was gunstig voor de fotografie. De eerste de beste boom waar ik daar naar toe liep zat vol met korstmossen en omdat alles nog nieuw voor mij was fotografeerde ik er lustig op los en nam ik en passant een foto van een vreemd plekje tussen de korstmossen. Thuis op de computer zag ik pas dat ik iets van rozige bolletjes had gefotografeerd, erg interessant dus dacht ik. Na wat speurwerk op het forum van Waarneming.nl bleek het het zeer zeldzame Verdwaald meniezwammetje te zijn, erg leuk om er zo per ongeluk tegen aan te lopen. Een week later trof ik het zelfde aan in het Pan van Persijn/Panbos te Katwijk.


Literatuur:
L. Hansen & H. Knudsen (2000): Nordic Macromycetes Vol.1, blz. 218.

30 januari 2015: Kleurloze Gele trilzwam in de Middachterbossen bij Rhenen

Gele trilzwam forma crystallina
Tremella mesenterica forma crystallina Retz.

Foto: Kees van Oorde (2015)

Op 30 januari 2015 kwam ik aan de rand van de Middachterbossen (Atlasblok 14-50-22) een aantal vruchtlichamen tegen van een vrij kleurloze trilzwam. Volgens ťťn van mijn gidsen mogelijk Tremella mesenterica forma crystallina. Op het internet werd mij echter niet duidelijk of deze albino vorm van de Gele trilzwam ook in Nederland voorkomt. Ik legde de vraag en foto’s voor aan Jan Hengstmengel van Naturalis, die ook ťťn van de vruchtlichamen heeft gedetermineerd. Zijn conclusie: “Na het bekijken van de foto's en microscopisch onderzoek ben ik tot de conclusie gekomen dat je vondst inderdaad Tremella mesenterica forma crystallina ofwel de kleurloze vorm van de Gele trilzwam betreft. De hyfen bevatten gespen. De basidiŽn zijn 4-sporig, zelden 2-sporig. De sporen zijn ellipsoÔdisch, 8-10 x 6.5-8 Ķm (dus niet bolvormig, zoals bij de Witte trilzwam, )”. Jan was op het internet ťťn eerdere waarneming tegen gekomen. Het lijkt er dus op dat deze kleurloze vorm beslist niet algemeen is.


Literatuur:
E. Gerhardt (2006): De grote paddenstoelengids voor onderweg, blz. 670.