Bijzondere Waarnemingen in 2016

15 december 2016: Zandaardtong in het Zwanenwater in Callantsoog


Zandaardtong
Geoglossum arenarium

Foto: Theo Westra (2016)

Op 15-12-2016 ging ik op pad naar het Zwanenwater in Callantsoog. Vooral de soorten op koeienpoep hadden mijn aandacht. Aangezien er heide staat en destijds loodhagel door het kleiduifschieten is afgegraven is er sprake van open plekken met zand tussen korte heide had Zandaardtong mijn aandacht. In Huis ter Heide ook al eens gevonden, dus het beeld was bekend.

Al snel trof ik een mooi plekje aan tussen de heide met de soort. Een stukje verder stonden er veel meer. Een groepje dat nogal bleek was trok mijn aandacht, dit blijken anamorfe Heideknotszwammen te zijn. Bekijk ook de waarneming uit 2007.

Literatuur:
L. Hansen & H. Knudsen (2000): Nordic Macromycetes Vol. 1, blz. 179.

3 december 2016: De Stippelsteelslijmkop in Peel en Maas


Stippelsteelslijmkop
Hygrophorus pustulatus

Foto: Alina & Chris Billekens (2016)

Zaterdag 3 december nog naar een van onze vaste plekjes geweest waar we al jaren Bruine dennenslijmkoppen vinden onder pinus. Het had 's nachts licht gevroren dus de omstandigheden waren goed. Tot onze verrassing vond Alina nog voor de plek met de dennen op een met gras en mos begroeid smal paadje met jonge fijnsparren en wat loofbomen een exemplaar van wat thuis ook een slijmkop bleek te zijn. Na het raadplegen van wat literatuur kwamen we uit op de Stippelsteelslijmkop – Hygrophorus pustulatus, een in Nederland zeer zeldzame soort. De hoed was ca. 40 mm breed, grijsbruin met fijne schubben en een donkerder centrum. Lamellen redelijk ver uit elkaar, wasachtig. Kenmerkend zijn de zwartbruine stippeltjes op de steel. De geur was onopvallend. Alina heeft hem ook nog microscopisch onderzocht. Zondag nog eens terug geweest en onder de fijnsparren nog enkele jonge exemplaren gevonden.

Literatuur:
E. Gerhardt (1999): De grote Paddenstoelengids voor onderweg blz. 134.
H. Knudsen en J. Vesterholt (2008): Funga Nordica, blz. 222.
E.J.M. Arnolds (1974); Coolia 17 supplement, blz. 1-46.

26 november 2016: Bruin grondschijfje op landgoed Heidenheim in Beesel (Limburg)


Bruin grondschijfje
Discinella boudieri

Foto: Loe Giesen (2016)

Op 26 november 2016 bezocht ik samen met mijn vrouw een afgeschaafd veldje. Toen zij me wees op talloze bleekbruine schijfjes die op de kale grond leken te groeien, wist ik meteen dat ik een voor mij nieuwe soort zag. Ze deden me enigszins denken aan bekerzwammen, maar daar kwam ik niet tot een determinatie.
Nadat ik microscopiefoto's op de internationale Facebookgroep Ascomycetes of the World plaatste, kon Björn Wergen, die zich intensief bezighoudt met zakjeszwammen, bijna twee maanden na mijn vondst het verlossende woord spreken: dit was met 100% zekerheid het Bruin grondschijfje.
Deze zeldzame pionierssoort hoort tot de orde van de vlieskelkjes en is vooral te vinden op vrijwel kale, vochtige keileem. Een jaar of twintig geleden werd de soort in ons land nog als uitgestorven beschouwd, maar de laatste jaren lijken ze terug van weggeweest.

Literatuur:
E. Arnolds, R. Chrispijn & R. Enzlin (2014): Ecologische Atlas Paddenstoelen Drenthe, deel 2 , blz. 213.
M. B. Ellis & J. P. Ellis (1998): Microfungi on Miscellaneous substrates, blz. 67.

25 november 2016: Fluweelzaagplaat in het Renkums beekdal (Gelderland)


Fluweelzaagplaat
Lentinellus ursinus

Foto: Jan Knuiman (2016)

Sinds enkele maanden volg ik een zaagplaat in zijn ontwikkeling. Op vrijdag 25 november zag ik dat er nieuwe vruchtlichamen gevormd waren. De zaagplaat groeit op een omgevallen boom die half in een beek ligt in het schitterende Renkums beekdal. Funga Nordica (FN) onderscheidt drie soorten Lentinellus die veel op elkaar lijken, namelijk de Fluweelzaagplaat, de Bundelzaagplaat en Lentinellus castoreus. Voor het onderscheid tussen de Fluweelzaagplaat en de Bundelzaagplaat verwijs ik naar een waarneming van 5 januari 2014 in deze rubriek. L. castoreus is een in Nederland niet erkende soort en onderscheidt zich nauwelijks van de Fluweelzaagplaat. FN noemt slechts het minder amyloïde karakter en mildere smaak van L. castoreus. De door mij gevonden zaagplaat was scherp van smaak, had sterk amyloïde skelethyfen en sporen. De beschrijving in FN van Fluweelzaagplaat is daarom het best passend. De Fluweelzaagplaat is in Nederland uiterst zeldzaam.

Literatuur:
H. Knudsen en J. Vesterholt (2012): Funga Nordica, blz. 116/117.
E. Ludwig (2001): Pilzkompendium Band 1, blz. 226.

22 november 2016: Amaurodon viridis op een vermolmde beuk bij Oosterhout

Amaurodon viridis

Foto: Henriëtte Stuurman-Haije (2016)

Op de valreep van een niet zo denderend paddenstoelenjaar kwam er toch nog iets moois op mijn pad. Op 22 november bij de dagelijkse wandeling met de hond, rond Oosterhout, zag ik dat een oude, vermolmde beuk, op de grens met Teteringen, was verplaatst en in een paar stukken uiteen was gevallen. Dat kan iets interessants opleveren. Ik draaide een paar stukken en zag: schitterde plakkaten blauwe zwammen met een paarse glans, een lila druppel, hier en daar zacht grijsblauw, net hoe het licht viel. Een intense kleur die ik nog nooit had gezien. Zou het de Blauwe Korstzwam zijn? Luciën Rommelaars wilde het meegenomen stuk graag onderzoeken. Hij is er lang mee bezig geweest, maar stuurde mij recent zijn bevindingen toe. Ook werd Henk Lammers nog geraadpleegd naar aanleiding van een afwijkende kleurreactie van de sporen in KOH. Beiden kwamen tot de eindconclusie: Amaurodon viridis, nieuw voor Nederland. Daar mogen wel toch heel blij mee zijn.

Literatuur:
P. Hugill & A. Lucas (2015): A Field Guide to the Resupinates of Hampshire, blz. 211.
W. Jülich (1984): Die Nichtblätterlpilze, Gallertpilze und Bauchpilze, blz. 242, als Tomentella chlorina.

17 november 2016: Franjekorsttrechtertje op de Walberg in Limburg


Franjekorsttrechtertje
Cotylidia undulata

Foto: Loe Giesen (2016)

De Walsberg maakt deel uit van een lange rij zandverstuivingen in Limburg aan weerszijden van de Maas. Het gebied bestaat vooral uit schrale grond en leverde eerder dit jaar al zeldzame soorten op zoals de Voorjaarskluifzwam en de Oliebolzwam. Tijdens een wandeling op 17 november bezocht ik een er perceel dat enkele jaren geleden ongeveer een halve meter diep werd afgeschaafd tot op de lemige bodem. Bij het zoeken naar klein spul zoals het Blauwgroen trechtertje, dat hier ook voorkomt, zag ik enkele trechtervormige zwammetjes met een gezoneerde 'hoed' en een gerafeld randje. Het blijkt hier te gaan om het Franjekorsttrechtertje, zoals de naam al aangeeft een korstzwam. De soort staat genoteerd als gevoelig en het aantal gemelde waarnemingen van de laatste jaren is zeer gering. De meeste meldingen komen uit de oostelijke helft van ons land.

Literatuur:
J. Breitenbach & F. Kränzlin (1991): Pilze der Schweiz, Vol. 1, blz. 218.
H. Lammers e.a. (2012) Niet zomaar een bos, blz. 53.

5 november 2016: Roestvlekkenmycena op Kwintelooijen bij Veenendaal


Roestvlekkenmycena
Mycena zephirus

Foto: Jan Knuiman (2016)

Op zaterdag 5 november kwam ik tijdens een van mijn vele ontdekkingstochtjes op Kwintelooijen bij Veenendaal een grote groep mycena’s tegen. Ze staken met hun hoedjes schitterend af tegen de bemoste achtergrond in een bosperceel met overwegend naaldbomen. Vorig jaar had ik ze op dezelfde plek ook gezien, maar kon ze toen niet op naam brengen. Ik werd toen in de war gebracht door de tussenschotjes bij de lamellen en dacht daarom aan een wat vreemde uitvoering van de Helmmycena. Onder de microscoop zag ik lange, smalle sporen die beter passen bij de Roestvlekkenmycena en kwam erachter dat de lamellen van die soort ook tussenschotjes kunnen hebben. De soort is zeer zeldzaam in Nederland en volgens de verspreidingsatlas sinds 1990 in 3 atlasblokken waargenomen.

Literatuur:
E. Gerhardt (1999): De grote Paddenstoelengids voor onderweg blz. 202.

2 november 2016: Witte franjezwam in het Groenedaalse bos te Heemstede


Witte franjehoed
Psathyrella vestita

Foto: Lou van der Linde (2016)

In het Park Groenendaal -Heemstede heb ik in 2015 onder een grote stapel dikke stammen van een Kastanje kleine wit franjehoeden met hun hoed vol velumvlokjes gevonden. Ik kon toen geen naam vinden voor deze leuke paddenstoel, heb wel op Google gekeken en een foto gevonden die erbij paste maar deze was zo zeldzaam dus heb ik niet verder gezocht. Deze herfst 2016 was ik volop in het Groenendaalse bos aan het zoeken en kwam ook weer bij de stapel kastanjestammen. Ik kon de Witte franjehoed eerst niet terugvinden. Toen ik mij omdraaide en op de stronk van de kastanje zwerminktzwammen zag keek ik verbaasd op toen ik hem daar tussen zag staan. De kleine Witte franjezwammen stonden boven op de stronk in het mos en op de zijkant en grond.
Martin Gotink heeft ook deze soort gedetermineerd. De Witte franjehoed is een zeer zeldzame soort met maar een paar vindplaatsen in Nederland.

Literatuur:
H. Knudsen & J. Vesterholt (2008): Funga Nordica, blz. 603.

2 november 2016: Geelgroen oorzwammetje in het Groenedaalse bos te Heemstede


Geelgroen oorzwammetje
Crepidotus cristatus

Foto: Lou van der Linde (2016)

Het Groenedaalse bos te Heemstede is rijk aan paddenstoelen; vooral op oude houtwallen die elk jaar weer aangevuld worden met takken en oude boomstronken is veel te vinden. In 2015 kwamen er weer nieuwe plekken met houtafval. Op 2 november 2016 en kwam een boom tegen in stukken die begroeid was met braam en brandnetels. Daaronder lagen over de boomstronken losse takken van die boom met daarop kleine gele oorzwammetjes die mijn aandacht trokken. Toen ik een tak voorzichtig ertussen uit haalde en omdraaide leek het wel een boeket van kleine zwammetjes. Er lagen veel takken die vol zaten met deze mooie zwammetjes. Ik heb foto’s ervan op waarneming.nl forum gezet. Martin Gotink vermoedde, dat het het zeer zeldzame Geelgroen oorzwammetje was en heeft exemplaar onderzocht. Het bleek die soort te zijn. Het is pas de derde vindplaats in Nederland.

Literatuur:
H. Knudsen & J. Vesterholt (2008): Funga Nordica, blz. 866.

26 oktober 2016: Vurige franjezwam op Landgoed Elswout bij Overveen


Vurige franjehoed
Lacrymaria pyrotricha

Foto: Lou van der Linde (2016)

Ik loop geregeld op het Landgoed Elswout in Overveen waar heel veel oude bomen staan, vooral eik en beuk. Bomen die gevaar opleveren worden uit voorzorg omgezaagd en de stammen blijven op de grond liggen. Zo kwam ik op een gegeven moment in oktober 2014 een omgezaagde Beuk met wel een doorsnee van ruim 1 meter tegen, hij stond langs water. Ik liep om de beuk heen en zag aan de waterzijde voor mij onbekende paddenstoelen staan. Ik heb toen er een foto van gemaakt en op het forum gezet van waarneming.nl en hij werd toen als de Vurige franjehoed gedetermineerd. In 2015 ben ik er weer geweest maar heb de soort dat jaar niet gezien. Dit jaar heb ik gelukkig de Vurige franjezwam weer in Elswout kunnen vinden en gefotografeerd. Een week later heb ik nog een keer foto’s genomen in een meer gevorderd stadium van rijpheid van de zwammen.

Literatuur:
H. Knudsen & J. Vesterholt (2008): Funga Nordica, blz. 585.

25 oktober 2016: Talloze Karbolchampignons in Amsterdam Noord


Karbolchampignon
Agaricus xanthoderma

Foto: Christiane Baethcke (2016)

In een klein parkje pal aan de snelweg gelegen in Amsterdam Noord doemt een grote heksenkring van ontelbare champignons sprookachtig in de herfstzon onder een al blad verliezende haagbeuk op. Onwerkelijk veel kleine en ook al wat grotere champignons doen me vermoeden dat een champignonkweker hier wat van zijn aarde gedumpt had. Groot is mijn verbazing toen bij het snijden van een exemplaar de steel gelijk chroomgeel verkleurt en de bekende inktgeur opstijgt. Niet bepaald een feest in de neus en zeker geen uitnodiging om er een maaltje van te bereiden. Maar enkele tientallen meter verderop staan uit hun kluiten gegroeide Gordelchampignons. Ik wijt nu de uitbundige groei aan de zeer rijke aarde hier, daar houden champignons nogal van. Of is hier sprake van hekserij en heeft het wat met Halloween in het verschiet te maken? Sjarifah Meijerman heeft deze heksenkring ontdekt.

Literatuur:
N. Dam & T. W. Kuyper (2016): Veldgids Paddenstoelen II, blz. 105.
E. Gerhardt (1999): De grote Paddenstoelengids voor onderweg blz. 85.

22 oktober 2016: Kleine fopzwam op Kwintelooijen bij Veenendaal


Kleine Fopzwam
Laccaria pumila

Foto: Jan Knuiman (2016)

Op zaterdag 22 oktober zag ik op Kwintelooijen bij Veenendaal een stel zwammetjes dat er net even anders uitzag dan de vele Greppelmelkzwammen die er stonden. Het bleken fopzwammetjes te zijn, maar ook weer net even anders dan de fopzwammetjes die ik gewend was. Misschien hadden ze een wat meer oranje tint, maar zeker wist ik het niet.
Onder de microscoop zag ik alleen maar tweesporige basidiën, een kenmerk van de Kleine fopzwam. Ook het biotoop met Wilg, Els en Berk in een drassige omgeving past bij de Kleine fopzwam. De soort is zeer zeldzaam in Nederland en staat op de Rode Lijst 2008 als gevoelig. Thom Kuyper heeft de identiteit van de vondst bevestigd.

Literatuur:
H. Knudsen & J. Vesterholt (2008): Funga Nordica, blz. 659.
E.C. Vellinga (1995): Flora Agaricina Neerlandica, deel 3, blz. 100.

15 oktober 2016: Groenverkleurende vezelkop in Tichelgaten in Buren (Gld)


Groenverkleurende vezelkop
Inocybe aeruginascens

Foto: Wendy van der Heeden (2016)

Op 15 oktober brachten we met enkele leden van de 'We Love Mushrooms' paddenstoelengroep een bezoek aan de Tichelgaten in Buren (Gld). Op een zanderige plek in een gras- en kruidachtig terrein omgeven door Populier, Els en Eik troffen we een groepje al wat oudere paddenstoelen aan. Sommige daarvan vielen op door hun gifgroen gekleurde steel en hoed. Onder de microscoop bleek al gauw dat het ging om een vezelkop met gladde sporen en wat plompe cystiden. Dat leidde al snel tot de Groenverkleurende vezelkop, omdat het vlees na het maken van een doorsnede groen verkleurde, vooral onderin de steel.
De Groenverkleurende vezelkop is uiterst zeldzaam in Nederland en bekend van enkele vindplaatsen aan de kust, vooral van voor 1990. Thom Kuyper heeft de identiteit van de vondst bevestigd.

Literatuur:
T. W. Kuyper (1986): A revision of the genus Inocybe in Europe. Persoonia Supplement. 3, blz. 129-130.
H. Knudsen & J. Vesterholt (2008): Funga Nordica, blz. 505.

14 oktober 2016: Olijfschijfzwam in Beesels Broek (Limburg)


Olijfschijfzwam
Catinella olivacea

Foto: Loe Giesen (2016)

In februari vond ik aan de onderkant van een stuk donker, nat en verregaand verrot stuk loofhout enkele kleine donkergroene zwammetjes met een lichtgroene, iets gegroefde rand. Met enig speurwerk kwam ik erachter dat dit de Olijfschijfzwam (Catinella olivacea) moest zijn. Nat hout is in het Beesels Broek het hele jaar door volop voor handen, zelfs in langere perioden van droogte. Doordat het gebied vrij ontoegankelijk is voor bosbouwmachines blijven ook grote stammen liggen totdat ze 'vanzelf' vergaan. Gedurende de lente en zomer bleef ik deze mooie zwammetjes geregeld volgen, waarbij ik kon vaststellen dat ze vanaf mijn eerste vondst feitelijk steeds wel enigszins te zien waren. Pas bij mijn laatste bezoek op 14 oktober stelde ik vast dat het aantal vruchtlichamen weer snel toeneemt. De kans om ze aan te treffen beperkt zich daarmee niet slechts tot één of twee jaargetijden, zoals ik eerder dacht. Bekijk ook de waarneming uit 2014.

Literatuur:
N. Dam & T. W. Kuyper (2016): Veldgids Paddenstoelen II, blz. 105.
J. Breitenbach & F. Kränzlin (1991): Pilze der Schweiz, Vol. 1, blz. 218.

8 oktober 2016: Inktviszwam in natuurgebied de Strijdhoef te Udenhout


Inktviszwam
Clathrus archeri

Foto: Manon Verzandvoort (2016)

De paddenstoel lijkt op een octopus, maar is ook een beetje een duveltje uit het doosje. Hij ontspruit namelijk vanuit een soort van ei. In Groot-Brittannië staat dit duveltje bekend als Duivelsvingers. In Nederland en de Verenigde Staten staat hij bekend als de Inktviszwam. De Latijnse naam Archeri betekent ook boogschutter (mijn sterrenbeeld) en dat past goed bij een gebied genaamd de Strijdhoef.
Deze opmerkelijke paddenstoel is vrij zeldzaam in Europa. Hij is in 1860 voor het eerst door de Britse paddenstoelendeskundige Miles Joseph Berkely beschreven als Lysurus archeri. Om vervolgens weer een halve eeuw later tot de orde Clathrus te worden hernoemd door de Britse mycoloog Donald Malcolm Dring.
Onze zaterdag kon in ieder geval niet meer stuk na deze vondst!

Literatuur:
N. Dam & T. W. Kuyper (2016): Veldgids Paddenstoelen II, blz. 115.
E. Gerhardt (1999): De grote paddestoelengids voor onderweg, blz. 620.

6 oktober 2016: Netvormig langdraadwatje in het Beesels Broek (Limburg)


Netvormig langdraadwatje
Hemitrichia serpula

Foto: Loe Giesen (2016)

Er zijn van die boomstammen waaraan je niet voorbij kunt lopen zonder ze geregeld goed te inspecteren. Ik heb dat met een dikke omgevallen Populier die al jaren ligt te rotten aan de rand van een 18e-eeuwse turfkuil, nu onderdeel van een gemengd elzenbroekbos. Bij het fotograferen van enkele Grauwgroene hertenzwammen viel mijn oog min of meer toevallig op een bruine slijmzwam met een wel erg opmerkelijke vorm. Ik herkende hem meteen uit de literatuur: dit moest welhaast het Netvormig langdraadwatje zijn, een soort die maar zelden wordt waargenomen in ons land, met een opvallend aantal meldingen in het oosten van Overijssel. Zoals de naam al zegt, vormt deze slijmzwam netvormige patronen en in het gefotografeerde stadium is hij daarmee uniek. Hij verschijnt vooral in voorjaar, nazomer en herfst en heeft een voorkeur voor loofhout, hoewel hij dus ook op naaldhout kan voorkomen. Deze Populier deelt hij o.a. met het Gezellig draadwatje en het eveneens zeldzame Gebundeld kelkpluisje.

Literatuur:
N. E. Nannenga Bremekamp (1974): De Nederlandse Myxomyceten, blz. 164.

21 september 2016: Roodschubbige ringboleet op boswachterij Grolloo (Drenthe)


Roodschubbige ringboleet
Suillus pictus

Foto: Abe Hoekstra (2016)

Op woensdagmiddag 21 september liep ik een wandelroute in boswachterij Grolloo. Mijn oog viel op een groepje van 6 paddenstoelen in het bos die opvielen door de rode kleur, vooral de jongere exemplaren. Ik herkende ze niet, maar zag wel dat we met een boletensoort te maken hadden. Thuis aangekomen ben ik gaan surfen op het internet en kwam er achter dat dit de Roodschubbige ringboleet is, een uiterst zeldzame paddenstoel in Nederland. De soort groeit uitsluitend onder de weymouthden, een ingevoerde boom uit Noord-Amerika. In Drenthe is hij eerder gevonden in het Drents-Friese Wold en hij is in augustus 2016 ook aangetroffen op het Dwingelderveld. Met dank aan Eef Arnolds van de Paddenstoelenwerkgroep Drenthe voor de verstrekte informatie.

Literatuur:
M. Noordeloos(2006): Coolia 49, Hoe raak ik thuis in de Boleten - 6 1, blz. 67-69.
E. Arnolds, R. Chispijn § R. Enzlin (2014): Ecologische Atlas Paddenstoelen Drenthe, Vol. 3, blz. 595.

16 september 2016: Oranjerode hertenzwam in het brongebied van de Teutebeek (Limburg)


Oranjerode hertenzwam
Pluteus aurantiorugosus

Foto: Loe Giesen (2016)

Het Beesels Broek ligt in een oude drooggevallen Maasmeander waar tegenwoordig twee beken ontspringen: de Teutebeek en de Huilbeek. Met name het brongebied van de Teutebeek - inmiddels ook ontdekt door de bever - is rijk aan veelal vrij zeldzame paddenstoelen en slijmzwammen zoals de Olijfschijfzwam en het Gebundeld kelkpluisje. Op 16 september vond ik er, na een hete en droge periode, in de holte van een omgevallen boom enkele oranjerode hoedjes. Ook de ietwat vlokkige steel had aan de voet oranjetinten. Ik meende er al snel een Hertenzwam in te herkennen, maar wel eentje die volkomen nieuw was voor mij. Na enige zoekwerk kwam ik uit bij de zeldzame Oranjerode hertenzwam. Mijn determinatie werd bevestigd door Grieta Fransen. De Oranjerode hertenzwam is verbonden aan Iep, een boomsoort die in het Beesels Broek ook voorkomt. De soort, kwetsbaar volgens de Rode Lijst van 2008, werd dit jaar pas van één andere plaats gemeld: Zuid-Kennemerland.Bekijk ook de waarneming uit 2010.

Literatuur:
G.J. Krieglsteiner (2003): Die Großpilze Baden-Württembergs, Band 4, blz. 245.
E.C. Vellinga (1990): Pluteus. In: Flora Agaricina Neerlandica Vol.2, blz. 55.
M. Lange (1974): Elseviers Paddestoelengids, blz. 122.

5 september 2016: Levermoskelkje op Levermos op terras in Twente


Levermoskelkje
Pezoloma marchantiae

Foto: Ronald Morsink (2016)

Op 5 september 2016 vond ik op het terras achter ons huis meerdere hele kleine witte schijf- en komvormige paddenstoeltjes. Ze waren ongeveer 3mm groot en groeiden op Parapluutjesmos. Ik had geen idee welke soort het zou kunnen zijn. Stip Helleman determineerde ze als Levermoskelkje - Pezoloma marchantiae. In de standaardlijst en op de verspreidingsatlas staat het Levermoskelkje nog onder de naam Crocicreas marchantiae.

De soort komt voor op levermossen. Je kunt ze herkennen door hun opvallende witte tanden op de rand. Ze worden doorgaans gevonden van juni tot augustus. De soort is zeldzaam en is nog maar op 8 plaatsen in Nederland bekend. Omdat de vruchtlichamen zo minuscuul klein zijn is het ook niet raar dat ze zo weinig zijn gevonden tot nu toe.

Literatuur:
G.J. Keizer (1988): Enkele interessante inoperculate Ascomyceten van de werkweek in de Peel 1987. Coolia: blz. 33-38, als Cyathicula marchantiae.

23 augustus 2016: Brandplekfranjehoed oude brandplek op de Boshei te Swalmen


Brandplekfranjehoed
Psathyrella pennata

Foto: Loe Giesen (2016)

Op 23 augustus bracht ik een routinebezoek aan een oude brandplek in Swalmen. De plek, weinig groter dan 50 x 50 meter, leverde in twee jaar tijd al diverse zeldzame soorten op. Ditmaal vond ik hier, overigens voor de tweede keer dit jaar, enkele Brandplekfranjehoeden, een ernstig bedreigde soort die dit jaar verder nergens in Nederland werd gezien. Het feit dat een relatief kleine brandplek in vrij korte tijd zoveel zeldzame soorten laat zien, geeft nog eens aan dat het gericht zoeken op dergelijke plekken kan leiden tot bijzondere waarnemingen.

De Brandplekfranjehoed heeft net als de Wollige franjehoed jong een witwollig velum maar is van deze in het veld te onderscheiden door zijn uitsluitend voorkomen op brandplekken.

Literatuur:
E. Gerhardt (1999): De grote Paddenstoelengids voor onderweg blz. 366.
J. Breitenb. & F. Kränzl. (1995): Pilze der Schweiz, Vol 4, blz. 278.

22 augustus 2016: Kleine berkenboleet op landgoed Schaffelaar in Barneveld


Kleine berkenboleet
Leccinum schistophilum

Foto: John den Daas (2016)

Op 22 augustus liep ik mijn normale ronde op landgoed Schaffelaar in Barneveld. Buiten de algemene paddenstoelen viel mijn oog op deze kleine maar fantastische zwam: de Kleine berkenboleet. Vorig jaar heb ik deze zeldzame paddenstoel ook al daar gevonden en nu stond hij 10 meter verderop. Dit paddenstoeltje onderscheidt zich van de Gewone berkenboleet door de blauwgroene verkleuring aan de basis met duidelijke blauwe puntjes na doorsnijden. Het vlees is wit en verkleurt roze bij beschadiging; naar enkele uren wordt het grijs. De hoedhuid heeft donkerbruine geïncrusteerde hyfen.
De Kleine berkenboleet is aan berk gebonden, in dit geval was de standplaats een wat nattere omgeving, daar waar de Gewone berkenboleet eigenlijk niet aardt.

Literatuur:
H. Knudsen & J. Vesterholt (2008): Funga Nordica, blz. 505.
M. Noordeloos (2006): Hoe raak ik thuis in de Boleten 6, Coolia 49, blz. 67-69.

20 augustus 2016: Kardinaalsbekerzwam op het landgoed Zoelen (Gelderland)


Kardinaalsbekerzwam
Peziza subisabellina

Foto: Jan Knuiman (2016)

Wie herinnert zich niet het paars in de kledij van de kardinalen? Welnu, heel bijzonder is het als je die paarse kleur terugziet in een bekerzwam! Die ervaring viel ons (Carolien Reindertsen, Rinus Baggerman, Jan Knuiman) ten deel toen wij op 20 augustus op zoek waren naar paddenstoelen op het landgoed Zoelen. De Kardinaalsbekerzwam stond daar in vol ornaat te pronken op een sterk vermolmde boomstam waarvan de identiteit niet meer was vast te stellen.
De Kardinaalsbekerzwam is een zeldzame soort die in het verleden langs het IJsselmeer, het rivierengebied en op enkele plaatsen in Noord-Brabant en Zuid-Limburg is gevonden. De Kardinaalsbekerzwam groeit doorgaans op humus, vermolmd hout of brandplekken.

Literatuur:
L. Hansen & H. Knudsen (2000): Nordic Macromycetes Vol. 1, blz. 108
G. Medardi (2012): Ascomiceti d'Italia, blz. 206.

20 augustus 2016: Warrig hazenoor op landgoed Zoelen (Gelderland)


Warrig hazenoor
Otidea platyspora

Foto: Jan Knuiman (2016)

Het landgoed Zoelen is een mycologisch zeer interessant gebied dat een grote rijkdom aan soorten paddenstoelen kent. Op zaterdag 20 augustus vonden wij (Carolien Reindertsen, Rinus Baggerman en Jan Knuiman) een hazenoor op dit landgoed. Onder de microscoop bleek het gevonden Hazenoor relatief grote sporen te bezitten. Door dat gegeven wordt het aantal mogelijke soorten beperkt en uit verdere analyse bleek dat het om het Warrig hazenoor moest gaan. Het is een zeer zeldzame soort die groeit onder loofbomen en daar mogelijk ectomycorrhiza mee vormt. Op basis van gegevens van de Verspreidingsatlas (0 vondsten voor 1990 en vondsten in 12 atlasblokken daarna) lijkt de soort aan een opmars bezig te zijn. Atte van den Berg heeft na microscopisch onderzoek de identiteit bevestigd.

Literatuur:
L. Hansen & H. Knudsen (2000): Nordic Macromycetes Vol. 1, blz. 108
Lit. I. Olariaga, N. Van Vooren, M. Carbone, and K. Hansen (2015): Persoonia 35, . A monograph of Otidea (Pyronemataceae, Pezizomycetes), blz. 166–229.

13 augustus 2016: Brandplekinktzwam in het gebied Boschhei bij Swalmen


Brandplekinktzwam
Coprinellus angulatus

Foto: Jan Knuiman (2016)

Op zaterdag 13 augustus brachten we met een aantal mensen van de ‘We Love Mushrooms’ paddenstoelengroep, een club van gepassioneerde paddenstoelenliefhebbers/-fotografen, een bezoek aan het gebied Boschhei bij Swalmen. Enkele jaren geleden heeft daar brand gewoed en het gebied huisvest nu diverse soorten kenmerkend voor brandplaatsen, waaronder de Glanzende houtskoolzwam en de in deze rubriek getoonde Brandplekinktzwam. De Brandplekinktzwam is niet alleen een mooi paddenstoeltje in het veld maar ook onder de microscoop zeer fraai met zijn prachtige mijtervormige sporen (zie foto).
De Brandplekinktzwam is vrij zeldzaam en is net als alle andere brandplekpaddenstoelen bedreigd, omdat er niet meer veel brandplekken zijn. De laatste jaren is hij duidelijk achteruitgegaan.

Literatuur:
E. Gerhardt (2006): De grote paddenstoelengids voor onderweg, blz. 358.
J. Breitenb. & F. Kränzl. (1995): Pilze der Schweiz, Vol 4, blz. 224.

11 augustus 2016: Kleine beurszwam op begraafplaats Westgaarde in Amsterdam


Kleine beurszwam
Volvariella pusilla

Foto: Els Trautwein (2016)

Op een regenachtige dag in augustus zijn Christiane en ik naar begraafplaats Westgaarde in Amsterdam getogen in de hoop wat paddenstoelen tegen te komen. En ja, er stond zeker wat. De leukste paddenstoel die we gezien hebben was de Kleine beurszwam. Een lief klein zwammetje met beurs natuurlijk. Het zwammetje heeft een wit hoedje (diameter tot 3.5 cm). De lamellen staan vrij van de steel, zijn eerst wit van kleur en worden zoals het een beurszwam betaamd later roze. Het gladde steeltje kan tot 5 cm lang worden. De Kleine beurszwam is kleiner dan de Grauwe beurszwam en onderscheidt zich verder macroscopisch door de witte kleur van de hoed. Bovendien is de hoedhuid fijn vezelig en jong iets kleverig. Volgens de literatuur houdt deze paddenstoel nogal van verstoorde grond, een begraafplaats is daarom ook een geschikt biotoop voor dit mini beurszwammetje!

Literatuur:
E. Gerhardt (1999): De grote Paddenstoelengids voor onderweg blz. 52.
J. Breitenb. & F. Kränzl. (1995): Pilze der Schweiz, Vol 4, blz. 138.

31 juli 2016: Pukkelsporige wimperzwam op Landgoed Soelen (Gelderland)


Pukkelsporige wimperzwam
Scutellinia patagonica

Foto: Paul Dirksen (2016)

Op zondag 31 juli 2016 bezocht ik het landgoed Soelen in het rustieke dorp Zoelen (gemeente Buren, Gld). Op een drassige plek naast een gekapte beuk in een mooie beukenlaan, viel mijn oog op een verzameling fel roodoranje schijfjes. De schijfjes groeiden op de grond op de daar aanwezige humuslaag. Het grootste schijfje mat maar liefst 17 mm!
Na microscopisch onderzoek van Jan Knuiman bleek dat het de Pukkelsporige wimperzwam betrof. Henk Huijser was zo vriendelijk om via het forum van waarneming.nl het onderzoek te begeleiden. Macroscopisch lijkt de Pukkelsporige wimperzwam enigzins op de Rietlandwimperzwam, de sporen zijn echter breed elliptisch en hebben halfbolvormige wratten. De Pukkelsporige wimperzwam is in Nederland zeer zeldzaam en komt voor op open plekken in drassige humusrijke plaatsen van diverse biotopen.

Literatuur:
L. Hansen & H. Knudsen (2000): Nordic Macromycetes Vol. 1, blz. 115

26 juli 2016: Glanzende houtskoolzwamop oude brandplek op de Boshei te Swalmen


Glanzende houtskoolzwam
Daldinia vernicosa

Foto: Loe Giesen (2016)

Met enige regelmaat breng ik een bezoek aan een oude brandplek op de Boshei in Swalmen. Vorig jaar trof ik er o.a. de Beroete brandplekbekerzwam en de Brandplekinktzwam aan. Op 26 juli meende ik aanvankelijk niets te vinden, totdat ik op ooghoogte ineens op de stammen van jonge Eik talloze vreemd gevormde donkerbruine 'knobbels' zag, veelal gesteeld. Nader onderzoek leerde dat het hier gaat om de Glanzende houtskoolzwam, een soort die steeds nauw verbonden is aan oude brandplekken. In tegenstelling tot de Kogelhoutskoolzwam, met die hij makkelijk verward kan worden, is de Glanzende houtskoolzwam altijd duidelijk gesteeld. Ook zijn de vruchtlichamen kleiner. Zoals alle brandplekpaddenstoelen is de Glanzende houtskoolzwam zeldzaam en bedreigd.

Literatuur:
E. Arnolds (2015): Ecologische Atlas van Paddenstoelen in Drenthe, deel 3, blz. 685.
M. Ellis. & P. Ellis. (1985): Microfungi on landplants , blz. 264.

15 juli 2016: Netsporige wimperzwam in de de Gemeente Peel en Maas


Netsporige wimperzwam
Scutellinia pseudotrechispora

Foto: Alina & Chris Billekens (2016)

Op vrijdag 15 juli bezochten we een plek waar ze in het vroege voorjaar flink wat bomen gekapt hebben. Dit is een nogal vochtige plek en in de karresporen van de machines groeiden vele asco's waaronder bovengenoemde de Netsporige wimperzwam.
Deze kenden we van vorig jaar toen we niet ver daarvandaan hem ook gevonden hebben. De Netsporige Wimperzwam is microscopisch te herkennen aan zijn gepukkelde sporen. Onze determinatie is toen bevestigd door Piet Kelderman.
De Netsporige wimperzwam is in Nederland zeer zeldzaam.

Literatuur:
M. B. Ellis & J. P. Ellis (1998): Microfungi on Miscellaneous substrates, blz. 114.
L. Hansen & H. Knudsen (2000): Nordic Macromycetes Vol. 1, blz. 91.

10 juli 2016: Olijke oranje bekerzwam in de de Heldense bossen


Olijke oranje bekerzwam
Aleuria bicucullata

Foto: Alina & Chris Billekens (2016)

Op zondag 10 juli bezochten we de Kesselse zijde van de Heldense bossen en vonden we twee zeer kleine geel oranje asco's, welke tussen mossen op een vochtige standplaats groeiden. De bekertjes waren maar tussen de een en vijf millimeter groot. Hiervan hebben we een exemplaar van mee naar huis genomen. De verwachting was dat dit de Netsporige wimperzwam zou zijn die we daar verleden jaar al hadden gevonden.
Maar na microscopisch onderzoek bleek het toch een andere soort te zijn en namelijk de zeer zeldzame Olijke oranje bekerzwam. Onder de microscoop vallen de grote doornachtige uitsteeksels en kragen op de relatief kleine sporenop. Stip Helleman heeft onze determinatie bevestigd.

Literatuur:
H. Lammers, H. van Hooff e. a. (2012): Niet zomaar een bos...!! blz. 334.
L. Hansen & H. Knudsen (2000): Nordic Macromycetes Vol. 1, blz. 91.

8 juni 2016: Ook Stersporig mosschijfje op Kwintelooijen


Stersporig mosschijfje
Ramsbottomia macracantha

Foto: Jan Knuiman (2016)

Op 8 juni 2016 vond ik op Kwintelooijen gelegen tussen Rhenen en Veenendaal het Stersporig mosschijfje. Het groeide op een humuslaag op drassige en leemachtige bodem.
Het microscopische beeld toonde bolronde (globose) sporen met stekels die relatief lang waren in vergelijking met het Verdronken mosschijfje (ook in deze rubriek), dat op 25 m afstand daarvan groeide. Het Stersporig mosschijfje is zeer zeldzaam in Nederland. Met dank aan Henk Huijser voor zijn hulp bij de determinatie via het forum van waarneming.nl.
Bekijk ook de waarneming van deze soort uit 2014.

Literatuur:
L. Hansen & H. Knudsen (2000): Nordic Macromycetes Vol. 1, blz. 125.

8 juni 2016: Verdronken mosschijfje op Kwintelooijen


Verdronken mosschijfje
Ramsbottomia asperior

Foto: Jan Knuiman (2016)

Op 8 juni 2016 vond ik op Kwintelooijen gelegen tussen Rhenen en Veenendaal het Verdronken mosschijfje in nabijheid van het Stersporig mosschijfje (ook in deze rubriek). Het groeide op een humuslaag op drassige en leemachtige bodem. Aangezien ik een leek ben op het gebied van ascomyceten, had ik geen flauw idee wat ik nu eigenlijk gevonden had. Mijn intentie was eigenlijk om voor de eerste keer in mijn leven wat ascootjes microscopisch te onderzoeken, en wel omdat ik twee dagen daarvoor mijn eerste microscoop had ontvangen! Het microscopische beeld toonde licht ovale (subglobose) sporen met stekels, die kleiner waren dan die van het Stersporig mosschijfje. Het Verdronken mosschijfje is uiterst zeldzaam in Nederland. Met dank aan Henk Huijser voor zijn hulp bij de determinatie via het forum van waarneming.nl.

Literatuur:
M. B. Ellis & J. P. Ellis (1998): Microfungi on Miscellaneous substrates, blz. 78 (als Lamprospora modesta).

12 maart 2016: Harige knoopzwam Heldense Bossen te Baarlo


Harige knoopzwam
Desmazierella acicola

Foto: Alina Billekens (2016)

Op 12 maart 2016 maakte ik een wandeling in de Heldense Bossen te Baarlo op zoek naar voorjaarspaddenstoelen. Er groeide bitter weinig dus ga je maar op de kleine dingen letten. Op een gegeven moment vond ik enkele kleine, tot 5 mm, bruine harige schijfjes met een lichter hymenium, welk ook behaard is (setae). Ze groeiden alleenstaand op afgevallen naalden van grove den. Eindelijk heb ik hem gevonden, de harige knoopzwam, al jaren heb ik ernaar gezocht maar altijd zonder resultaat. Ze zijn dan ook bijzonder klein en vallen niet op.
Thuis gekomen heb ik nog naar informatie gezocht op internet en beschrijvingen in literatuur en de schijfjes ook microscopisch onderzocht om zeker te zijn. De asci zijn achtsporig en niet blauw verkleurend in Melzer. De Harige knoopzwam staat als zeer zeldzaam en ernstig bedreigd in de Rode lijst 2008. Bekijk ook de waarneming uit 2011.

Literatuur:
L. Hansen & H. Knudsen (2000): Nordic Macromycetes Vol. 1, blz. 125.

12 februari 2016: Stompharig spinragschijfje in de Ganzenhoek / (Wassenaarseslag)


Stompharig spinragschijfje
Arachnopeziza obtusipila

Foto: Theo Westra (2016)

Op 12 februari waren met de voltallige paddoclub in de Ganzenhoek te Wassenaar op zoek naar mooie soorten op den. We vonden de Dennenbloedzwam en de Teervlekkenzwam en nog veel meer. Op een door mij gekantelde dennenstam zag ik wat kleins in een webje zitten en maakte er met de Raynox voorzetlenzen een vergrotende foto van. Ik zag direct prachtige witte schijfjes met gele franje langs de randen. Thuis gelijk gegoogeld op spinragschijfjes en kwam eerst uit op Beukenspinragschijfje. Die soort had ik eerder op beuk gevonden, maar Beukenspinragschijfje groeit niet op naaldhout. De doorslag gaf voor mij het feit dat het op schijfje op naaldhout groeide, het moest het Stompharig spinragschijfje zijn.
Hans Adema heeft de collectie microscopisch onderzocht en de soort bevestigd. Microscopisch onderscheidt zich het Stompharig spinragschijfje van het Beukenspinragschijfje door zijn veel kortere sporen met maar 3 septen.

Literatuur:
M. B. Ellis & J. P. Ellis (1998): Microfungi on Landplants, blz. 154.

12 januari 2016: Zuurbesmeniezwammetje in waterleidingwingebied van Katwijk


Zuurbesmeniezwammetje
Nectria lamyi

Foto: Theo Westra (2016)

Op 12 Januari ging ik in het waterleidingwingebied van Dunea op zoek naar het Zuurbesmuurspoorbolletje. Ik heb daar toestemming om te onderzoeken wat er te vinden is aan planten, paddenstoelen enz. Een Berberis trekt altijd mijn aandacht, al was het om de geweizwammetjes aan de voet van zo'n struik. Onder een Berberisstruik lag een takje met daarop iets, waarvan ik eerst dacht dat het bekertjes waren. Toen had ik mijn bril nog niet op. Met de bril op mijn neus dacht ik gelijk aan een nectria.
Hans Adema heeft de vondst voor mij onder de microscoop onderzocht en mijn vermoeden bevestigd, dat het het uiterst zeldzame Zuurbesmeniezwammetje is. Kenmerkend is natuurlijk de groei op hout van zuurbes. Microscopische kenmerken zijn de gemuurde sporen; deze lijken door de talrijke secundaire sporen wrattig.

Literatuur:
L. Hansen & H. Knudsen (2000): Nordic Macromycetes Vol. 1, blz. 223.

1 januari 2016: Sombere grauwkop in de bossen van Baarlo (Limburg)


Sombere grauwkop
Lyophyllum coracinum

Foto: Alina en Chris Billekens (2016)

Tijdens een wandeling met mijn man op 1 januari in de bossen van Baarlo vond ik langs een oud schelpenpad diverse paddenstoelen, onder andere een die ik niet direct kon thuisbrengen. Ze stonden in een klein groepje tussen mossen bij Dennen en jonge Eiken. Ze vielen op vanwege hun zeer donker uiterlijk en contrasterende lamellen.
Na wat speurwerk in mijn boeken en internet kwam ik uit op de Sombere grauwkop. De Hoed is 3,5 tot 5 cm donkerbruin en fragiel, met een duidelijke umbo. De lamellen zijn crèmekleurig een met een tandje aangehecht, desteel is geheel donkerbruin. Wij hebben de paddenstoel naar Piet Kelderman gestuurd, hij bevestigde mijn determinatie.
De soort is uiterst zeldzaam, slechts 1 x gevonden na 1990 in Nederland.

Literatuur:
H. Knudsen & J. Vesterholt (2008): Funga Nordica, blz. 505.