Bijzondere Waarnemingen in 2017

6 oktober 2017: Narcisboleet in de Wouwse Plantage bij Roosendaal


Narcisboleet
Boletus junquilleus

Foto: Truus Vrolijk (2017)

Op 6 oktober kwam bij de Paddenstoelen Werkgroep KNNV Roosendaal een mail binnen van Yvonne Dijkman met de vraag of iemand een boleet wilde gaan bekijken, die de amateurfotograaf Gerald Rozemeijer gevonden had. Met zijn gele hoed, poriŽn en steel leek hij heel bijzonder.
Ik ben met mijn man dezelfde middag naar Wouwse Plantage op onderzoek gegaan. In totaal stonden er 8 stuks, in een brede berm onder Beuken langs de doorgaande weg, die loopt door het bosgebied van Wouwse Plantage. En ook voor mij was de gele kleur opvallend. Hij was weliswaar na 4 dagen iets minder geel dan op 2 oktober maar zeer zeker een boleet die ik nog nooit eerder had gezien. Na wat speurwerk kwamen Yvonne en ik uit op de Narcisboleet. De Narcisboleet staat als zeer zeldzaam en ernstig bedreigd op de rode lijst Voor de werkgroep een prachtige vondst, zomaar bij ons in de buurt.

Literatuur:
Kibby (2016): British Boletes with keys to species , blz. 20.


1 oktober 2017: Wortelende champignonparasol op oud blad in Kockengen


Wortelende champignonparasol
Leucoagaricus barssii

Foto: Wim Hoogendoorn (2017)

Op een plek waar ik een paar kruiwagens blad vorig jaar had neergekiept onder elzenstruiken zag ik een paar witte zwammen verschijnen. Ze zagen er bijzonder genoeg uit om er volle aandacht aan te schenken. Ik dacht eerst aan de champignonfamilie maar toen ze groter werden en de lamellen zichtbaar concludeerde ik dat het champignonparasols moesten zijn. De hoeden waren vezelig en los van hoedstructuur, een beetje als de zijdeachtige beurszwam. Daardoor begon ik te denken aan de zijdechampignonparasol en berichtte Christiane Baethcke dat ik iets bijzonders had op het erf. Zij kwam er op af maar inmiddels waren de hoeden toch wat groot geworden voor de soort die we dachten. Bij het uitsteken was haar mes bijna te kort en kostte het enige moeite om de zwammen los te krijgen. Eenmaal weer thuis bij het microscopisch onderzoek van hoed en sporen kwam zij uit bij de Wortelende champignonparasol. Een zeldzame en fraaie verschijning.

Literatuur:
H. Knudsen en J. Vesterholt (2008): Funga Nordica, blz. 551.
E. Vellinga (2001): Flora Agaricina Neerlandica, vol 5, blz. 88.


23 september 2017: De Vertakte collybia in het Duivelshof in Twente


Vertakte collybia
Dendrocollybia racemosa

Foto: Ronald Morsink (2017)

Het vochtige en regenachtige weer laat de paddenstoelen uit de grond schieten. Een goede tijd om eropuit te gaan. Ik ging naar het natuurgebied Duivelshof tussen Losser en De Lutte. Ik inspecteer al 1,5 jaar tevergeefs verrotte paddenstoelen in de hoop om de Vertakte collybia te vinden. Nu zag ik een groepje vergaande paddenstoelen. Op het eerste gezicht dacht ik te kijken naar mycorrhiza van schimmeldraden en wortelharen van een beuk, maar van dichterbij bleek het de Vertakte collybia te zijn. De zwammen zijn ongeveer 1 tot 2 cm hoog en vertakt. Vroeger werd hij nog gezien als een onschuldig paddenstoeltje dat in groepjes leefde op oude resten van vlezige paddenstoelen. Echter het bezit een enzymatisch systeem waardoor de waardpaddenstoelen versneld worden vernietigd. En dat onderscheidt de Vertakte collybia van andere Collybia ís. Hij is zeldzaam en staat als gevoelig op de rode lijst.

Literatuur:
H. Knudsen en J. Vesterholt (2008): Funga Nordica, blz. 404.
R. Chrispijn, E. Arnolds & B. de Vries (2015): Ecologische Atlas van Paddenstoelen in Drenthe, vol 3, blz. 128.


29 september 2017: Vurige franjehoed in oude kasteeltuin in Buren (Betuwe)


Vurige franjehoed
Lacrymaria pyrotricha

Foto: Carolien Reindertsen (2017)

Op vrijdag 29 september ging ik met mijn zoontje kastanjes zoeken in het stadspark van het Betuwse stadje Buren, het Plantsoen geheten. Het is eigenlijk een oude kasteeltuin waar vroeger het kasteel van Willem van Oranje en Anna van Buren gevestigd was. Er staan veel kastanjebomen en het aanbod aan paddenstoelen is er doorgaans niet groot. Ineens viel mijn oog op een groepje oranje paddenstoeltjes. Ik meende ze direct te herkennen als Vurige franjehoed, maar gezien de zeldzaamheid van deze soort, begon ik al gauw te twijfelen. Hierop heb ik Michel Beeckman een berichtje gestuurd, die in een enthousiaste reactie mijn vermoeden bevestigde dat het de Vurige franjehoed betrof! Het is een zeer zeldzame soort die op de Rode Lijst als ernstig bedreigd staat vermeld en voorkomt op humeuze, voedselrijke grond in loofbossen en parken. Frappant was verder dat ik een dag eerder ook al de Geringde franjehoed in hetzelfde park had gevonden!

Literatuur:
H. Knudsen en J. Vesterholt (2008): Funga Nordica, blz. 688.
G. Eyssartier & P. Roux(2013): Guide Champignons France Europe, blz. 908


23 september 2017: Giftige knolparasolzwam op een afvalhoop in de buurt van Kwintelooijen bij Rhenen


Giftige knolparasolzwam
Chlorophyllum venenatum

Foto: Jan Knuiman (2017)

In de berm van de weg op een afvalhoop vlakbij een boerderij vond ik een tiental knolparasolzwammen. Ze bleken een duidelijk gerande en met aarde bedekte knol te hebben. De paddenstoelen hadden een dikke maar enkelvoudige manchetring en kleurden bij beschadiging sterk oranje. De microscoop liet afgeknotte sporen zien met een duidelijke kiempore, maar ondanks intensieve screening van hyfen, cystiden en basidiŽn kon ik geen gespen vinden. Dit laatste is een belangrijk determinatiekenmerk. Ook Thom Kuyper heeft echter geen gespen kunnen vinden. Vanwege het ontbreken van gespen wordt deze knolparasolzwam dan formeel de Giftige knolparasolzwam want de belangrijkste concurrent, de Bruine knolparasolzwam, zou die wel moeten hebben. Echter, volgens Else Vellinga zijn beide soorten mogelijk identiek en ook parasolzwamspecialist Henk Huijser maakt thans geen onderscheid meer tussen beide soorten. Beide knolparasolzwammen zijn zeer tot uiterst zeldzaam in Nederland.

Literatuur:
E. Vellinga (2001): Flora Agaricina Neerlandica, vol 5, blz. 73.
R. Chrispijn, E. Arnolds & B. de Vries (2015): Ecologische Atlas van Paddenstoelen in Drenthe, vol 2, blz. 512.


2 september 2017: Dubbelgangerbundelzwam op es op landgoed Gunterstein


Dubbelgangerbundelzwam
Pholiota limonella

Foto: Wendy van der Heeden (2017)

Op zaterdag 2 september 2017 maakten Jan Knuiman, Rinus Baggerman, Wendy van der Heeden en Carolien Reindertsen een wandeling op landgoed Gunterstein, gelegen aan de oostzijde van de Utrechtse Vecht in Breukelen. Het gebied is een parkbos op klei met gemengde loofbomen. Niet snel nadat wij onze wandeling over een smal dichtbegroeid paadje waren gestart, spotte Carolien een mooie glanzende, oranje paddenstoel met slijmerige hoed en merendeels platliggende oranje schubjes. Deze paddenstoel, waarvan wij direct vermoedden dat het een bundelzwam moest zijn, zat in de oksel van een es. De combinatie bundelzwam en es deed vermoeden dat wij dan waarschijnlijk met de zeldzame Dubbelgangerbundelzwam te maken hadden, een zeer zeldzame paddenstoel! Jan Knuiman vond onder de microscoop de bijbehorende smalle sporen en Chiel Noordeloos bevestigde de determinatie. De Dubbelgangerbundelzwam onderscheidt zich van gelijkende soorten door sporen smaller dan 5.0 micron en schubjes zonder zwarte puntjes.

Literatuur:
H. Knudsen en J. Vesterholt (2008): Funga Nordica, blz. 842.
M. Nauta (2005): Flora agaricina neerlandica, vol 4, blz. 86-87.


1 september 2017: Olijfgroene schijfzwam in het Westerveldse bos (Zwolle)


Olijfgroene schijfzwam
Diplocarpa bloxamii

Foto: Herma Visscher (2017)

Op 1 september waren we met onze Zwolse paddenstoelenwerkgroep in het Westerveldse bos. Op aanwijzen van Gerard Bredewold (die de soort een paar dagen eerder had ontdekt), zagen we dit bijzondere paddenstoeltje. De apothecia (1 ŗ 2 mm) zaten in groepjes bij elkaar op een rottend stuk loofhout en waren door de geringe afmeting en kleur amper waarneembaar. De determinatie viel niet mee! Het leek op het eerste gezicht op de Olijfschijfzwam, maar dat is een echt schijfje en onze soort was schijf- tot bekervormig met microscopisch bijzondere elementen. De gesepteerde parafysen hadden spoelvormige toppen die afgebroken verspreid lagen en ik eerst niet als parafysentoppen herkende. Via internet en onderstaande literatuur heb ik de juiste naam eraan kunnen verbinden. Stip Helleman heeft de determinatie bevestigd.

Literatuur:
M. Ellis. & P. Ellis (1997): Microfungi on landplants, blz. 7.
Cahier Mycologiques Nantais nr 14 (2002), via de Verspreidingsatlas te downloaden


19 augustus 2017: Zwartwordende cantharel in een eikenlaan bij Leuvenheim


Zwartwordende cantharel
Cantharellus melanoxeros

Foto: Leonard Minkema (2017)

Op 19 augustus was ik in de bossen en lanen bij Leuvenheim in de buurt, nieuwsgierig naar wat er te vinden zou zijn aan paddenstoelen. Het is een gebied waar in het verleden vaker leuke en ook zeldzame soorten zijn aangetroffen. In een van de eikenlanen daar zag ik een paar geel gekleurde paddenstoeltjes staan, goed verscholen tussen wat bramentakken. Ik zag al snel dat het hier om een soort Cantharel ging, maar deze week af van Cantharellus cibarius. De hoed was niet glad maar bedekt met vezeltjes. Een ander opvallend verschil met C. cibarius was de zwarte verkleuring bij beschadiging. Vooral door die zwarte verkleuring dacht ik al snel aan de zeer zeldzame soort Cantharellus melanoxeros ( Zwartwordende cantharel ). Die soort is hier in de buurt in het verleden eerder gevonden. Deze waarneming ook heb ik ook laten zien aan Hannie Wijers, die dezelfde soort daar in de buurt 7 jaar geleden heeft gevonden. Bekijk ook de waarneming uit 2009.

Literatuur:
M. van der Vegte (2010): Cantharellus melanoxeros: nieuw in Nederland. Coolia 53 (1): 23-24.
G.J. Krieglsteiner (2000): Die GroŖpilze Baden-WŁrttembergs, Band 2, blz. 15-16.
J. Breitenbach & F. Kršnzlin (1986): Pilze der Schweiz, Band 2, blz. 372.

19 augustus 2017: Pegeldwergkorstje op oude tonderzwam in Dedemsvaart


Pegeldwergkorstje
Trechispora nivea

Foto: Willy Heimeriks (2017)

Op 19 augustus was ik op zoek naar paddenstoelen in het Colenbrandersbos in Dedemsvaart. Bij het bekijken van een vermolmde Berk viel mijn oog op een overjarige Echte tonderzwam. Op de onderkant, dus de kant van de poriŽn en aan de binnenkant waarmee hij aan de boom vastzit zag ik een gele zwamachtige substantie. Met het hulp van het loepje werd duidelijk dat het een korstzwam was; ik kon geelwitte, iets rafelige tanden onderscheiden.
Ik heb toen fotoís gemaakt en op het forum van waarneming.nl gezet en na een paar dagen reageerde Ida Bruggeman, zij wou hem wel microscopisch bekijken. Zij vond hem er wel interessant uitzien en dat bleek ook. Na microscopisch onderzoek kwam ze uit op het Pegeldwergkorstje. De normale kleur van deze soort is wit, die gele kleur is heel onkarakteristiek voor deze soort.
Volgens de Verspreidingsatlas een zeer zeldzame soort.

Literatuur:
L. Hansen en H. (1997): Nordic macromycetes; blz. 134.
H. Lammers en anderen (2012): Niet zomaar een bos, blz. 187.

18 augustus 2017: Groenplaatzwammetje in het Haagse Bos


Groenplaatzwammetje
Melanophyllum eyrei

Foto: Michel Beeckman (2017)

Op vrijdag 18 augustus liep ik met Anneke Biesheuvel in het Haagse Bos, op zoek naar de leuke Champignonparasollen die daar in grote getale voorkomen en de merkwaardige Melkzwammen en Russula's die op hout groeien. Nadat we al een hoop interessante soorten waren tegengekomen, zag ik een wittig paddenstoeltje staan. In de veronderstelling dat het een Franjehoed was, tilde ik voorzichtig het hoedje iets opzij. Op dat moment, alsof door bliksem getroffen, slaakte ik een gil van verrassing en blijdschap; de lamellen waren groen!! En in Nederland kan dat maar ťťn soort betekenen: het Groenplaatzwammetje. Onze dag kon niet meer stuk! Ikzelf was al zeker twee decennia opzoek naar deze soort. Gekenmerkt door een fijnkorrelig-poederig en bleek gekleurd oppervlak, aan de hoedrand resten van het vlies en de karakteristieke blauwgroene lamellen, is dit internationaal zeldzame paddenstoeltje onmiskenbaar. Dit is, volgens de Verspreidingsatlas, de tweede vondst buiten Zuid-Limburg. Bekijk ook de waarneming uit 2009.

Literatuur:
H. Knudsen en J. Vesterholt (2008): Funga Nordica, blz. 557.
R. Phillip, (1993): Paddestoelen van West-Europa. blz. 30-31.


16 augustus 2017: Bruinsporig hangbuisje in het Groenendaalse bos bij Heemstede


Bruinsporig hangbuisje
Phaeosolenia densa

Foto: Laurens van der Linde (2017)

Weer even kijken op mijn plekje waar ik verleden jaar Geelgroen oorzwammetjes had gevonden. Ze stonden er weer, meteen zag ik op de zelfde soort takken veel kleine zwammen zitten. Mijn loepje erbij gepakt en ik zag zo iets leuks wat ik nog niet eerder gezien had.
Het waren net druipstenen die half onder het schors verscholen op een lengte van 1,5 meter zaten. Er waren verschillen te zien in rijpheid; er zaten ook op wormpjes lijkende met nog niet zulke lange buisjes bij wat te zien is op de foto's.
Ik moest achter de naam van de soort komen en kwam uit op het Bruinsporig hangbuisje. Toch weer een leuk soort die door Riet van Oosten microscopisch is onderzocht.

Literatuur:
H. Lammers en anderen (2012): Niet zomaar een bos, blz. 97.

7 augustus 2017: Oranje populierboleet in een berm in Gouda


Oranje populierboleet
Leccinum albostipitatum

Foto: Tjerk Nawijn (2017)

Op maandag 6 augustus wandelde ik in Meijendel. Op waarneming.nl had ik gezien, dat er op een parkeerplaats bij Duindigt (Wassenaar) oranje populierboleten waren gevonden. Op weg naar huis kwam ik er bijna langs, dus ben ik even gaan kijken en inderdaad: een aantal exemplaren gevonden. Het blijkt een bekende vindplaats te zijn. Op dinsdag 7 augustus keerde ik van een excursie in Wassenaar terug naar huis. Toen ik Gouda binnenreed, zag ik in de berm paddenstoelen die mij sterk deden denken aan die van maandag. De volgende morgen gaan kijken: een stuk of twaalf oranje populierboleten onder/bij abeel. In de verspreidingsatlas staat Gouda niet vermeld als vindplaats. Dit moet dus een nieuwe vindplaats zijn van deze uiterst zeldzame paddenstoel.

Literatuur:
H. Knudsen en J. Vesterholt (2008): Funga Nordica, blz. 170.
M. Noordeloos (2006): Hoe raak ik thuis in de Boleten - 6: Sleutel tot de geslachten van de Boletales in Nederland. Coolia 49: 67-69.

2 augustus 2017: Haagbeukrussula in de sportvelden van Amsterdam Watergraafsmeer


Haagbeukrussula
Russula carpini

Foto: Christiane Baethcke (2017)

Eind juli liep ik met Els Trautwein een rondje over de Nieuwe Oosterbegraafplaats. Er stonden veel mycorrhiza soorten. Op het laatst vonden we nog onder een haagbeuk een jonge russula met een fluwelige hoed in een vreemde olijfkleur. Ik naam hem mee naar huis om hem op te kweken voor een sporee, maar dat wou niet lukken.
Op 2 augustus ging ik terug om naar volwassen exemplaren te zoeken, maar kon de haagbeuk niet terug vinden. Toen ik in de buurt bij de sportvelden onder haagbeuk ging zoeken vond ik veel exemplaren van een russula, die volgens mij de zelfde soort moest zijn. De hoedkleur was zeer variabel tussen roodbruin, olijfbruin en oker.
Thuis bleek de sporee donkergeel. Bij microscopisch onderzoek kwam ik o.a. door de sterk gestekelde sporen uit op Haagbeukrussula, een zeer zeldzame soort. Jaap Wisman heeft de determinatie bevestigd.

Literatuur:
J. Breitenbach & F. Kršnzlin (1986): Pilze der Schweiz, Band 6, blz. 144.
CH. Knudsen en J. Vesterholt (2008): Funga Nordica, blz. 145.


1 augustus 2017: De Antracietrussula in het Eikerbroek te Kessel (Limburg)


Antracietrussula
Russula anthracina

Foto:Alina & Chris Billekens (2017)

Het Eikerbroek is een natuurgebiedje op drassige gronden hoewel het steeds droger wordt. Tijdens een van de bijna wekelijkse bezoekjes aan dit gebied vond Alina een paddenstoel met witgrijzige hoed met ook bruinige tinten. De onderkant vertelde direct dat het een Russula moest zijn. Het was een wat vergroeit exemplaar doordat er 2 steeltjes aan elkaar vast gegroeid waren. Hij groeide bij Eik maar er stonden ook Lariksen in de buurt. Bij druk verkleurde hij zwart zonder eerst rood te worden. Wat ook opviel was de roze schijn op de lamellen. Na enkele dagen verkleurde hij helemaal zwart. Onder de microscoop toonden de hoedhuidcellen een bruinzwarte inhoud. Met de sleutel van Geoffrey Kibby kom ja dan direct op Russula anthracina uit. Ook met de Funga Nordica kwamen we bij deze uit. Bekijk ook de waarneming uit 2006.

Literatuur:
L. Hansen & H. Knudsen (2000): Nordic Macromycetes, Vol. 1, blz. 110-112.
E. Gerhardt (1999): De grote Paddenstoelengids voor onderweg, blz. 434.

5 juli 2017: Zwametende korrelwebzwam in De Lutte, Twente (Overijssel)


Zwametende korrelwebzwam
Nectriopsis oropensoides

Foto: Ronald Morsink (2017)

Op woensdag 5 juli ben ik gaan kijken in een gemengd bos met naaldbomen en loofbomen. Ik ben vooral gaan kijken naar de takken van naaldbomen. Toen ik een tak van een grove den omdraaide viel mijn oog op een bruine zwam die op de tak groeide. Op deze bruine zwam was een witte waas te zien. Met het blote oog bijna niet te herkennen. Met de loep echter wel. Het was een wit web over de bruine zwam heen. In dit web verscholen zich hele kleine minuscule witte bolletjes.
Henk Lammers heeft het materiaal microscopisch onderzocht en kwam uit op de Zwametende korrelwebzwam. Een toepasselijke maar ook een zeer fraaie naam. De soort is een biotrofe parasiet die leeft op andere paddenstoelen. Hij is uiterst zeldzaam en nog maar van 2 plekken bekend in Nederland.

Literatuur:
G.J. Samuels (1988): Fungicolous, Lichenicolous, and Myxomyceticolous species etc., blz. 1 - 78.
Mycologia 85(3), (1993): blz. 456-469.

2 juli 2017: Bruingerande waskorstzwam in de bebouwde kom Zeist (Utrecht)


Bruingerande waskorstzwam
Eichleriella alliciens

Foto: Ida Bruggeman-Nannenga (2017)

Aangetroffen op takken onder een eenzame beuk in de niet al te schone berm in de bebouwde kom. Geen plek om iets bijzonders te verwachten. Onder de microscoop vielen de basidiŽn met lengte-septen en de grote, allantoÔde sporen op. Het was dus een trilzwam, namelijk de Bruin gerande waskorstzwam! Het opwindende aan deze soort is dat hij er totaal niet uitziet als een trilzwam, maar er toch ťťn is. De Ecologische Atlas van Drenthe vergelijkt hem met de Twijgkorstzwam, mij deed hij zijn dik-vlezige, iets behaarde uiterlijk eerder denken aan een jonge polypoor nog zonder poriŽn. Hij lijkt ook op Bolsporige boomkorst die vaak in kleine, ronde plakjes groeit en loslatende randen kan hebben. Beide soorten lijken berijpt door de grote sporen waarmee ze bedekt zijn, maar de Bolsporige boomkorst heeft ongesepteerde basidiŽn, bolvormige sporen en is veel dunner. Voor een betrouwbare determinatie is een microscoop nodig, maar een voorselectie in het veld zou kunnen zijn dat de soort weker is dan hij er uit ziet. Bekijk ook de waarneming uit 2003.

Literatuur:
E. Arnolds, R. Chrispijn & R. Enzlin (2014): Ecologische Atlas Paddenstoelen Drenthe, Vol. 3, blz. 130.

2 juli 2017: Wespendoder in de bossen van Beringe gemeente Peel en Maas (Limburg)


Wespendoder
Ophiocordyceps sphecocephala

Foto: Alina & Chris Billekens (2017)

Vorige week hadden we eindelijk eens wat regen en we besloten maar naar de bossen van Beringe in de gemeente Peel en Maas te gaan. Het viel echter nogal tegen met de paddenstoelen. Op een smal pad in een Sparrenbos tussen het mos vond Alina een klein paddenstoeltje wat bij nadere bestudering op een wesp bleek te groeien. Zouden we dan wespendoder hebben gevonden? Verdere inventarisatie leverde verspreid over een lengte van ca. 150 meter nog zes exemplaren op telkens op een wesp groeiende. Het paddenstoeltje bestaat uit een relatief lange steel (tot ca. 3 cm) met daarop een ovaal hoofdje van enkele millimeters voorzien van donkere puntjes (de ostiolen van de peritheciŽn). Bij thuiskomst informatie gezocht en onder de microscoop gecontroleerd. Het bleek inderdaad om bovengenoemde soort te gaan. In de verspreidingsatlas staat maar een stip op het kaartje van Nederland en wordt gemeld als uiterst zeldzaam en ernstig bedreigd.

Literatuur:
J. Breitenbach & F. Kršnzlin (1981): Pilze der Schweiz, Vol. 1, blz. 313.
L. Hansen & H. Knudsen (2000): Nordic Macromycetes, Vol. 1, blz. 233.

5 juni 2017: Kegelknoopje bij Maalbeek in Belfeld (Limburg)


Kegelknoopje
Ombrophila janthina

Foto: Loe Giesen (2017)

In een helder bronbeekje langs de Steilrand bij Belfeld vond ik eerder dit jaar Beekmijtertjes en Landknoopjes, twee vrij zeldzame soorten. Alle reden dus om dit stukje bronsgroen eikenhout extra in de gaten te houden. Het beekje loopt gedeeltelijk langs een laantje met sparren. Door de zanderige bedding wadend lette ik extra op de langgerekte kegels, benieuwd of dat iets zou opleveren. Op ťťn ervan zag ik tussen de schubben minuscule lilaroze schijfjes, niet groter dan 1 ŗ 2 mm. Bij nadere beschouwing bleken deze kort gesteeld. Thuisgekomen vond ik onder de microscoop kleine sporen (6 x 4 Ķm) met twee - achteraf markante - oliedruppels en asci tot een lengte van 70Ķm. Mede dankzij deze microscopisch kenmerken kon mijn vondst worden gedetermineerd als het zeldzame Kegelknoopje. Deze soort wordt in Nederland slechts zeer zelden waargenomen.

Literatuur:
E. Arnolds, R. Chrispijn & R. Enzlin (2014): Ecologische Atlas Paddenstoelen Drenthe, Vol. 2, blz. 360.
G. Medardi (2012): Ascomiceti d'Italia, blz. 155.

7 mei 2017: Okeren leemhoed in in een park in Wijk bij Duurstede


Okeren leemhoed
Agrocybe ochracea

Foto: Paul Dirksen(2017)

Op woensdag 17 mei vond ik (Paul Dirksen) in een park in de gemeente Wijk bij Duurstede de Okeren leemhoed. De paddenstoeltjes groeiden vlak bij mijn huis op een hoop met houtsnippers. Het was mij een raadsel om welk paddenstoeltje het ging en daarom postte ik mijn fotoís van het paddenstoeltje op een Facebook paddenstoelenforum. Na een lange discussie kwam uiteindelijk na microscopisch onderzoek van Jan Knuiman naar voren dat het om de Okeren leemhoed moest gaan. De Okeren leemhoed lijkt op de Grasleemhoed, maar onderscheidt zich daarvan door aard en vorm van de cystiden. De Okeren leemhoed kent slechts drie stippen op de verspreidingsatlas, maar het is mogelijk dat in het verleden andere leemhoedjes, waar geen microscopisch onderzoek voor vereist is, ten onrechte niet zijn benoemd als Okeren leemhoed. Chiel Noordeloos heeft de identificatie bevestigd.

Literatuur:
M. Nauta (2005): Flora agaricina neerlandica, vol 6, blz. 214.
H. Knudsen en J. Vesterholt (2008): Funga Nordica, blz. 830.

7 mei 2017: Naaldhoutfranjekelje in duingebied bij Bergen


Naaldhoutfranjekelkje
Lachnum papyraceum

Foto: Kees Roobeek (2017)

Begin april werd het zilversparstromakelkje gevonden op oude natte kegels van Douglas-sparren die in een zeer laaggelegen bosje liggen met een dikke strooisellaag onder dichte begroeiing met jonge sparretjes, hetgeen een ideaal microklimaat oplevert.
Omdat de schrijver dezes, Giel van der Pluijm, wel eens wilde weten of je deze zeldzaamheid ook onder andere sparren in de buurt zou aantreffen, ben ik op zondag 7 mei naar een nabijgelegen stuk bos gegaan waar een hele rij met oude hoge dikke Douglassparren staat. In het natste gedeelte vond ik weliswaar wel kegels maar geen stromakelkjes. Op een sparrenkegel dichter bij de boom waar het wat droger is, zag ik wel wat witte puntjes, nauwelijks een millimeter groot, tussen de schubben. Bij 60x vergroting bleken het fraaie witte, perfect ronde bolletjes te zijn met een steeltje en een mooi rond gaatje. Het gehele zwammetje was bedekt met een soort witte ijskristallen. Kees Roobeek determineerde de zwam na microscopisch onderzoek als het naaldhoutfranjekelkje, een weinig waargenomen soort.

Literatuur:
M. Ellis. & P. Ellis (1997): Microfungi on landplants, blz. 183.
H.-O. Baral, (2002) Key to European species of Lachnum.

5 mei 2017: Landknoopje in het Beesels Broek (Limburg)


Landknoopje
Cudoniella tenuispora

Foto: Loe Giesen (2017)

Soms is het beter als je niet zo snel kunt lopen. In afwachting van een knieoperatie bezocht ik op 5 mei mijn favoriete zoekgebied, dit keer gewapend met fototoestel ťn loopkrukken. In het donkere water van een voormalige turfwinning, nu een broekbos, zag ik enkele ivoorwitte rondjes op een stukje hout. Ze waren fors gesteeld, met een licht golvend, iets donkerder randje. De jonge exemplaren waren sterk conisch, volgroeide exemplaren hadden een golvend platte bovenkant. Ik herkende dit meteen als een soort die ik ook op 8 april had gevonden in Belfeld, iets noordelijker. Toen kon ik geen sporen vinden, maar alles wees op het Landknoopje, een soort die te boek staat als uiterst zeldzaam en ernstig bedreigd. Ditmaal vond ik wťl sporen en daarmee kon ik de determinatie ook microscopisch bevestigen.

Literatuur:
M. Ellis. & P. Ellis (1997): Microfungi on landplants, blz. 6.
E. Arnolds, R. Chrispijn & R. Enzlin (2014): Ecologische Atlas Paddenstoelen Drenthe, Vol. 2, blz. 360.

25 april 2017: Tweekleurig franjekelkje in Peel en Maas


Tweekleurig franjekelkje
Capitotricha bicolor

Foto: Alina en Chris Billekens (2017)

Nadat we afgelopen weekend vergeefs naar paddenstoelen gezocht hadden (het is hier nog steeds kurkdroog) gingen we op dinsdag 25 april tegen beter weten in toch maar weer naar een van onze vaste plekken kijken. Algauw vond Alina een twijgje met daarop iets wat op een viltkelkje leek, maar het was duidelijk een twijgje van eik, dus dat kon niet. De gedachten gingen uit richting Tweekleurig franjekelkje welk macroscopisch veel weg heeft van een viltkelkje. Nog enkele twijgjes meer verzameld en naar huis om ze onder de microscoop te controleren. Het was al snel duidelijk dat het bovengenoemde soort was mede door kristalen aan de haren. De twijgjes lagen in mos met aan de ene zijde fijnsparren en aan de andere eiken en zoete kers. Dit stukje bos blijft ons verbazen want op ongeveer dezelfde plek vonden we eerder dit jaar al de Lentebekerzwam en in december de Stippelsteelslijmkop.

Literatuur:
J. Breitenbach & F. Kršnzlin (1981): Pilze der Schweiz, Vol. 1, blz. 186 als Dascyphus bicolor.
L. Hansen & H. Knudsen (2000): Nordic Macromycetes, Vol. 1, blz. 202.

23 april 2017: Parelglimmerinktzwam in de Tichelgaten


Parelglimmerinktzwam
Coprinellus saccharinus

Foto: Wendy van der Heeden (2017)

Zondag 23 april waren wij als paddenstoelengroep ‘We Love Mushrooms’ te gast in het gezellige Betuwse stadje Buren op uitnodiging van Carolien Reindertsen voor het maken van een wandeling in de Tichelgaten. Het is een plek met een bijzondere flora, fauna en funga. Eerder werd op hetzelfde terrein de Groenverkleurende vezelkop aangetroffen. De meest bijzondere vondst deze keer, gedaan door excursieleidster Carolien Reindertsen zelf, was wel die van de Parelglimmerinktzwam. Deze soort kenmerkt zich door een volkomen kale steel waarop geen haren / caulocystiden voorkomen. Uit het microscopisch onderzoek van Jan Knuiman en Michel Beeckman bleek dat de sporen breed eivormig tot mijtervormig waren. Met dat laatste onderscheidt de Parelglimmerinktzwam zich van de Gladstelige glimmerinktzwam die slankere en nooit mijtervormige sporen heeft. Thom Kuyper heeft de identiteit van de vondst bevestigd. De Parelglimmerinktzwam is voor zover ons bekend slechts ťťnmaal eerder in Nederland gevonden.

Literatuur:
C.B. Uljť (2005): Flora agaricina neerlandica, Vol 6, blz. 86.
J. Volders (2015): Inktzwammen op naam brengen via het substraat.

23 april 2017: Hazelaardraadspoorzwam in het Spijk-Bremerbergbos in Flevoland


Hazelaardraadspoorzwam
Sillia ferruginea

Foto: Hannie Wijers (2017)

Op 23 april vonden de dames Bosch en Huisman deze zwam in het Spijk-Bremerbergbos. Dit is een gemengd loof- en naaldhout bos, op matig droge kalkrijke- en lemige zand. In eerste instantie werd er aan het Harige schorszwam gedacht.
Mevrouw Huisman stuurde me materiaal toe om deze te onderzoeken. Het blijkt om de Hazelaardraadspoorzwam te gaan. Deze groeit op dode takken van Hazelaar. De zwammetjes breken door de schors heen. Het zijn eerst ronde bolletjes en later groeien er sprietjes op. Als je het bovenlaagje met een scheermesje doorsnijdt kun je binnenin de sporenmassa zien. Pas bij het zien van de langwerpige sporen was ik overtuigd dat het de Hazelaardraadspoorzwam-was. De determinatie is bevestigd door BjŲrn Wergen.

Literatuur:
M. Ellis. & P. Ellis (1997): Microfungi on landplants, blz. 112.
H. Lammers e.a. (2012) Niet zomaar een bos, blz. 195.

18 april 2017: Wijnrode bekerzwammen in de Noordelijke Oeverlanden in Amsterdam


Wijnrode bosbekerzwam
Peziza ampelina

Foto: Hans Bootsma (2017)

Op een klein veldje in de Noordelijke Oeverlanden bij de Nieuwe Meer, waar de 'Vereniging De Oeverlanden Blijven!' met een vrijwilligersgroep het ecologisch groenbeheer uitvoert, laat ik bestrijding van Japanse duizendknoop gepaard gaan met de ontwikkeling van bloemrijk grasland. Er groeien al wat aardige soorten als brunel, klein streepzaad, vogelmelk, trompetnarcis en soms een rietorchis. Van de week was ik bezig kleine stengeltjes duizendknoop aan het uittrekken, zo’n beetje de laatste fase na jarenlang maaien, uitsteken en wegtrekken. Ineens herkende ik uit een vaag hoopje met iets paarsige maar nogal gedekte kleuren de vormen van een bekerzwam. Ik vond het interessant genoeg om het te fotograferen, en stuurde de beelden op naar Christiane Baethcke die later kon vaststellen dat het een wijnrode bosbekerzwam betrof. Toen ze langs kwam voor wat materiaal vonden we er nog een stuk of zes.

Literatuur:
J. Breitenbach & F. Kršnzlin (1981): Pilze der Schweiz, Vol. 1, blz. 66.
M. Ellis. & P. Ellis (1987): Microfungi on miscellaneous substrates, blz. 87.

8 april 2017: Albino Beekmijtertjes bij Maalbeek in Belfeld (Limburg)


Beekmijtertje
Mitrula paludosa

Foto: Loe Giesen (2017)
In de heldere bronbeekjes langs de Steilrand, die bij Belfeld de grens vormt tussen Nederland en Duitsland, groeien ieder voorjaar de Beekmijtertjes. Op 8 april besloot ik er gericht naar te zoeken en ik was verrast toen ik vrijwel meteen enkele tientallen kleurloze exemplaren vond. Iets verderop waren ze gewoon oranjegeel.
Thuis ging ik uiteraard meteen op zoek naar meer informatie. Daarbij stootte ik weliswaar op Mitrula alba, maar de verspreidingsatlas en waarneming.nl kennen slechts ťťn Mitrula. Na lang zoeken vond ik op de zustersite waarnemingen.be nog een enkele andere vondst van albino mijtertjes, maar ze schijnen toch vrij uniek te zijn. En dat maakt deze witte Beekmijtertjes dan toch weer tot een bijzondere waarneming. Bekijk ook de waarneming uit 2008.

Literatuur:
N. Dam & T. Kuyper (2016): Veldgids Paddenstoelen deel II, blz. 225.
J. Breitenbach & F. Kršnzlin (1981): Pilze der Schweiz, Vol. 1, blz. 136.

28 maart 2017: Eikenspinragschijfje in de Heldense Bossen


Eikenspinragschijfje
Arachnopeziza aurelia

Foto: Alina & Chris Billekens (2017)

Op 28 maart vonden we in de Heldense Bossen in een laantje met hoofdzakelijk Amerikaanse eiken te Kessel het Eikenspinragschijfje op eikels en napjes van eik. Het betreffende gebied ligt wat lager dan de omringende gronden en heeft vaak een wat vochtigere ondergrond. We hoopten daar dus iets te vinden want de oostenwind van afgelopen week en de zon hebben er voor gezorgd dat de rest van de omgeving kurkdroog is. We vinden deze al jaren in onze regio altijd onder Amerikaanse eik (Quersus rubra). Het is een soort die je niet gemakkelijk vindt want meestal zit hij verscholen onder een dik bladeren dek. Het is een bijzonder mooie soort met zijn heldere gele en oranje kleuren op een wit tot gelig 'spinnenrag'. Je kunt hem vinden van het vroege voorjaar tot late herfst.

Literatuur:
J. Breitenbach & F. Kršnzlin (1981): Pilze der Schweiz, Vol. 1, blz. 248.
M. Ellis. & P. Ellis (1997): Microfungi on landplants , blz. 938.

17 maart 2017: Pyrenopeziza atrata in Heemtuin Heimanshof op stengels van wilde asperge


Pyrenopeziza atrata

Foto: Laurens van der Linde (2017)

Het voorjaar is voor de Heemtuin Heimanshof in Hoofddorp aangebroken Op 17 maart 2017 was ik daar en na veel mooie voorjaarsbloemen op de foto te hebben gezet ging ik even kijken of de wilde asperge al tevoorschijn kwam. Alleen de oude stengels van verleden jaar stonden er en mij meteen vielen meteen onderaan bij de grond zwarte stippetjes op. Door de loep leken ze op vulkaantjes, dus ik heb een paar stengels meegenomen en thuis vochtig weggelegd. Na 2 weken waren de stipjes super kleine schoteltjes geworden, ik heb toen op Waarneming.nl aan Riet van Oosten gevraagd of ze het materiaal wilde nakijken. Omdat hij op Asperge zat en er ook een variant is P.atrata var.aspargi bestaat vond Riet het wat moeilijker worden en hebben we de expert Stip Helleman gevraagd er naar te kijken. Dat wilde hij wel, na een paar dagen kwam het antwoord en het was Pyrenopeziza atrata.

Literatuur:
P.I. Thompsons (2013): Ascomycetes in Color Found and Photographed in Mainland Britain, blz. 188.

1 maart 2017: Byssonectria fusispora in het gebied Buurserzand bij Haaksbergen (Twente)


Byssonectria fusispora

Foto: Ronald Morsink (2017)

Op 1 maart bezocht ik het natuurgebied het Buurserzand in Haaksbergen, eigendom van Natuurmonumenten. Het gebied wordt gekenmerkt door mooie gevarieerde heidevelden. Langs het looppad stond een mooie groep grove dennen. Ik trof daar meerdere ligplekken aan van reeŽn. Mijn oog viel op oranje schijfjes die op die plekken zaten. Ze zijn heel klein en fel oranje van kleur. Ze groeien daar voornamelijk op takjes, dennennaalden en op de bodem. Mijn eerste gedachte ging naar het Klein oranje zandschijfje – Byssonectria aggregata. Maar deze heeft ook een broertje, namelijk Byssonectria fusispora. Alleen microscopisch onderzoek biedt uitkomst bij alle Byssonectria. Ik heb materiaal meegenomen en Riet van Oosten heeft deze microscopisch onderzocht. Het blijkt toch te gaan om Byssonectria fusispora. Deze soort is uiterst zeldzaam en maar van 2 plekken in Nederland bekend.

Literatuur:
A.v.d. Berg (2016): Notities uit de Ijsselmeerpolders - 11. Coolia 59(1) : blz. 18-20.
I. Olariaga & K. Hansen (2001): New and noteworthy records of Pezizomycetes in Sweden and the Nordic countries. Karstenia 51: blz. 1-16.

28 februari 2017: Glyphium elatum in Ganzenhoek, Wassenaar


Glyphium elatum

Foto: Theo Westra (2017)

28 februari vond Theo Westra kleine, iets meer dan 1 mm lange spatelvormige zwarte paddenstoeltjes op een esdoorntakje in de Ganzenhoek bij Wassenaar. Hij bracht ze bij mij (Hans Adema) om ze op naam te brengen. Ik begon met Ellis & Ellis te kijken bij esdoorn, maar geen van de genoemde soorten kwam overeen, maar ik kwam dankzij de soorten op esdoorn op Glyphium elatum. Zodoende vond ik ook foto’s van de microscopische kenmerken. De enorme lange, deels spiraalsgewijs gewonden asci en sporen van meer dan 300 Ķ lieten geen twijfel over. Het is Glyphium elatum. Deze soort komt niet voor in de Verspreidingsatlas of bij Waarneming.nl. Nieuw voor Nederland dus. Kees Roobeek heeft de vondst ook onderzocht en kwam tot de zelfde conclusie (Boehm et al.). Kees heeft het materiaal op mijn verzoek in zijn eigen herbarium opgenomen. Door alle verhuis- en huisvestigingsperikelen binnen Naturalis leek me dat veiliger.

Literatuur:
E.W Boehm,G. Marson, e. a. 2015: An overview of the genus Glyphium and its phylogenetic placement in Patellariales. Mycologia 107: 607-618.
M. Ellis. & P. Ellis (1997): Microfungi on landplants, blz. 160.

25 februari 2017: Schijftrilzwam op lindentakken in de duinen en in Leiden


Schijftrilkorstje
Achroomyces disciformis

Foto: Theo Westra (2017)

Op 24 februari 2017 vond Theo Westra in de Amsterdamse Waterleidingduinen kleine weke bolletjes die door de bast van lindentakjes heen braken. Benieuwd naar wat het was, had hij er eentje bij mij, Hans Adema, in de brievenbus gedaan. Ik had nog geen tijd om er direct naar te kijken, maar deed Theo de suggestie om eens bij trilzwammen en verwanten te kijken. Even later kwam er een reactie van hem dat hij via een vondst op Waarneming.nl op de naam was gekomen. Het bleek het schijftrilkorstje. Maar microscopisch onderzoek moet uitsluitsel geven. Volgens Ida Bruggeman-Nannenga is het hele vruchtlichaam bezet met basidia, die een korrelige inhoud, septen en gespen hebben. Dat klopt. Zij vermoedt dat de soort algemeen is. Het heeft afgelopen week goed gestormd. Het talud van de singels hier in Leiden ligt vol met lindentakken. Ik ben bij mij om de hoek even wezen kijken. Bij derde tak die ik opraapte was het raak! Theo heeft ze 25 februari ook nog gevonden in Leyduin en Woestduin.

Literatuur:
I. Bruggeman-Nannenga (2011): Herontdekking van Achroomyces disciformis, Coolia 54, blz. 157-160.
W. JŁlich (1984): Die Nichtblštterpilze, Gallertpilze und Bauchpilze, blz. 395.

25 februari 2017: Lentebekerzwam in Kwintelooijen bij Rhenen


Lentebekerzwam
Caloscypha fulgens

Foto: Wendy van der Heeden (2017)

Op 25 februari 2017 togen een aantal leden van de We Love Mushrooms-groep naar Kwintelooijen, Rhenen voor een paddenstoelwandeling. In het natte, moerassige gebied begon onze speurtocht naar mycologisch moois. Na 15 minuten viel mijn oog op een bosbesblauw gekleurde kelk- of bekerachtige paddenstoel, ter grootte van een krappe cm. Speurwerk leverde de vondst op van nog zo'n 15 Š 20 exemplaren. De habitat kenmerkt zich door een zeer drassige zanderige bodem met verschillende soorten loofbomen, waaronder berk en eik. Ik vermoedde al direct dat we met een bijzondere soort van doen hadden. In het veld konden wij deze bekerzwam nog niet op naam brengen.. We hebben op afstand de hulp ingeroepen van Michel Beeckman. Hij verzorgde voor ons de exacte determinatie. Het betreft de lentebekerzwam - Caloscypha fulgens. Een zeer zeldzame paddenstoel welke genoteerd staat als gevoelig. Bekijk ook de waarneming uit 2014.

Literatuur:
G. Medardi (2006): Atlante fotografico degli Ascomiceti d'Italia, blz. 24.
J. Breitenbach & F. Kršnzlin (1981): Pilze der Schweiz, Vol. 1, blz. 108.
R.W.G. Dennis (1981): British Ascomycetes, blz. 50 (Pl. XII A.).

18 februari 2017: Dennenharsviltkelkje in de Heldense Bossen te Baarlo (Limburg)


Dennenharsviltkelkje
Lachnellula calycina

Foto: Alina & Chris Billekens (2017)

Aangespoord door de vondst van de Lariksviltkelkjes zochten wij verder naar viltkelkjes. Op zaterdag 18 februari hebben wij in een ander gedeelte van de Heldense bossen te Baarlo weer enkele viltkelkjes gevonden, nu op een omgewaaide stam van Fijnspar. Wat opviel was dat ze allen op plekjes groeiden waar hars uit de stam was gelopen. We dachten eerst aan het Sparrenharsviltkelkje maar bij controle onder de microscoop bleek het om het Dennenharsviltkelkje te gaan.

De verschillende soorten viltkelkjes lijken macroscopisch op elkaar en moeten voor een zekere determinatie met de microscoop gecontroleerd worden. In dit geval gaven de kleine, bijna ronde sporen de doorslag bij de determinatie.

Literatuur:
E. Arnolds, R. Chrispijn & R. Enzlin (2014): Ecologische Atlas Paddenstoelen Drenthe, Vol. 3, blz. 576.
H.O. Baral (2008): H.O. Baral (2008): Dichotomous key tot Lachnellula (worldwide).

13 februari 2017: Lariksviltkelkje in de Heldense Bossen te Kessel (Limburg)


Lariksviltkelkje
Lachnellula occidentalis

Foto: Alina & Chris Billekens (2017)

Op 13 februari vond Alina in de Heldense Bossen te Kessel op takjes van Lariks enkele kleine pluizige bolletjes. Met de loep bleken het viltkelkjes te zijn, maar het waren zo’n kleine exemplaren dat het onmogelijk was om er een redelijk foto van te maken. We hebben er enkele mee naar huis genomen om te determineren en kwamen uit op het Lariksviltkelkje. Wij zijn nog verscheidene malen teruggegaan maar er was geen kelkje te bekennen.

Tot maandag 6 maart. Toen waren ze al met het blote oog te zien op diverse takjes. Wij hebben ze nogmaals microscopisch gecontroleerd en het was weer het Larksviltkelkje.

Literatuur:
J. Breitenbach & F. Kršnzlin (1981): Pilze der Schweiz, Vol. 1, blz. 198.
L. Hansen & H. Knudsen (2000): Nordic Macromycetes Vol. 1, blz. 196.
H.O. Baral (2008): Dichotomous key tot Lachnellula (worldwide).