Bijzondere Waarnemingen in 2019

2 juli 2019: Zeldzame Brandpelsbekertjes gevonden in Wassenaar


Brandpelsbekertje
Trichophaea abundans
<i>Trichophaea abundans</i>
Theo Westra (2019)
Sinds Theo Westra met Leonard Minkema op zoek is geweest naar brandplekbekerzwammen, houdt hij twee specifieke brandplekken op Koninklijk landgoed de Horsten al een tijdje nauwlettend in de gaten. Op twee juli zag hij daar op verbrand hout wat kleine paddenstoeltjes zitten die op mollisia’s leken. Met de vergrotende voorzetlens op zijn camera zag hij dat ze behaard waren. Thuisgekomen plaatste Theo zijn vondst op Facebook, waar Hannie Wijers al gauw met de suggestie van Brandpelsbekertje (Trichophaea abundans) kwam. Henk Huijser was zo vriendelijk om Theo’s vondst microscopisch te onderzoeken en bevestigde hiermee Hannies vermoeden. Onder de microscoop is het een gemakkelijk herkenbare zakjeszwam vanwege de randharen en de enigszins spoelvormige sporen die tot 16 µm lang zijn en twee duidelijke oliedruppels aan de polen hebben. Het Brandpelsbekertje is thans bekend van veertien atlasblokken en is dus zeldzaam in Nederland.

Literatuur:
Ecologische Atlas Paddenstoelen Drenthe, 3 (Arnolds, Chrispijn & Enzlin 2014): blz. 695

19 juni 2019: Violette modderbekerzwam in het Revebos bij Dronten


Violette modderbekerzwamleeg plaatjeTerug van weggeweest!
Peziza gerardii
<i>Peziza gerardii</i>
Leonard Minkema (2019)
Op 19 juni besloot ik om weer eens een kijkje te nemen in het Revebos bij Dronten. Langs een pad waar ik eerder al eens naar truffels zocht, wilde ik een poging wagen een klein stukje het loofbos in te gaan. Vlakbij droogstaande greppels en verschillende loofbomen kwamen al vrij snel opvallend paars gekleurde bekerzwammetjes tevoorschijn. Nu kende ik wel bekerzwammen van brandplekken met deze kleur, maar dit betrof duidelijk geen brandplek. Ik vond het zeker de moeite waard om ze verder microscopisch te laten onderzoeken door specialisten. Kees Roobeek en Martijn Oud kwamen uit bij de Violette modderbekerzwam (Peziza gerardii). Ook Henk Huijser kon zich in deze resultaten vinden en herinnerde zich deze mooie soort zoals ze op mijn foto’s staan. De Violette modderbekerzwam staat als uitgestorven op de rode lijst, maar binnenkort zal er dus een nieuwe rode stip op de Verspreidingsatlas verschijnen.

Literatuur:
M.B. Ellis & J.P. Ellis (1998): Microfungi on Miscellaneous Substrates blz. 89

9 mei 2019: Olieboltruffel in de Schoorlse duinen


Olieboltruffel
Hydnotrya michaelis
<i>Hydnotrya michaelis</i>
Leonard Minkema (2019)
Op 9 mei ging ik even een kijkje nemen in de Schoorlse duinen, waar ik vorig jaar Melkende wiertruffels (Endogone lactiflua) vond. Ik hoopte deze opnieuw te vinden, maar in plaats daarvan trof ik een andere soort truffel aan. De vindplek was een vochtige locatie in een dennenbos op kalkarme zandgrond met weinig onderbegroeiing. Ik vond die dag slechts één exemplaar en enkele dagen later met Theo Westra nog eens zeventien exemplaren. De 3-4 cm grote bruine bolletjes zaten verstopt in en net boven de humuslaag. De binnenzijde was lichter van kleur en bestond uit een aantal holle ruimtes. Erg opvallend was de sterke knoflookgeur. Ik vermoedde dat het de Olieboltruffel (Hydnotrya michaelis) was en na microscopisch onderzoek van Martijn Oud werd deze soort bevestigd. De Olieboltruffel is nog maar heel weinig waargenomen in Nederland en dit is de eerste keer dat hij aan de kust gevonden is.

Literatuur:
J. Dieker (2010): Olieboltruffels (Hydnotria michaelis s.l.) om van te smullen. Coolia 53(3): 151-152.

20 april 2019: Stervormig lantaarntje in een kas van Burgers' Zoo in Arnhem


Stervormig lantaarntje
Cribraria intricata

Hannie Wijers (2019)
In een periode waarin er niet veel paddenstoelen te vinden zijn, ga ik wel eens naar Burgers' Zoo in Arnhem en op 20 april was ik daar samen met Maria Plekkenpol. In één van de kassen zagen we op een oude, totaal verrotte boomstronk een slijmzwam (myxomyceet) met vrij lange steeltjes, in plukjes op een mossige ondergrond groeiend. Veel bolletjes waren groen en sommige waren al wat zwarter gekleurd. Na microscopisch onderzoek kwam ik met behulp van het boek Les Myxomycètes uit bij het geslacht Cribraria. Dit werd binnen de Facebookgroep "Slime Mold Identification and Appreciation" bevestigd. De soortnaam was echter nog een vraagteken, maar gelukkig was Hans van Hooff bereid om me verder te helpen. Hij determineerde de soort als het Stervormig lantaarntje (Cribraria intricata), waarvoor dank. Volgens de verspreidingsatlas is de soort voor 1990 van twee atlasblokken gemeld en sindsdien niet meer.

Literatuur:
M. Poulain, M. Meyer & J. Bozonnet (2011): Les Myxomycиtes, Fédération Mycologique et Botanique Dauphiné-Savoie. Sévrier, blz. 308 (fotodeel 28).

16 april 2019: Groot spikkelschijfje in biologische zaai- en stekgrond, Amsterdam


Groot spikkelschijfje
Ascobolus behnitziensis
<i>Ascobolus behnitziensis</i>
Christiane Baethcke (2019)
Ik, Mirjam Niemans, had wat oude moestuintjes van de supermarkt gezaaid in een kweekkasje op bio-stekgrond. Na enige tijd kwam er iets op dat leek op een Zwarte kluifzwam, maar dan zonder steel. Ik had foto’s gemaakt en die aan Christiane Baethcke gestuurd. Christiane kwam bij mij op de tuin en keek mee in mijn kweekkasje. Toen zag ik nog iets dat op een plat bekerzwammetje leek. Christiane nam dat mee naar huis samen met de 'kluifzwam', die nog steeds geen steel had. Er kwamen steeds meer van die platte bekerzwammetjes bij. Onder de microscoop bleken het exemplaren van het zeer zeldzame Groot spikkelschijfje. En die 'kluifzwam'? Dat bleek dus óók het Groot spikkelschijfje. De zwam zag er wel anders uit, maar sporen liegen niet. Hij deed gewoon zijn naam eer aan en was behoorlijk aan de maat, namelijk wel meer dan een centimeter. De vondst is bevestigd door Björn Wergen.

Literatuur:
M.B. Ellis & J.P. Ellis (1998): Microfungi on Miscellaneous Substrates blz. 64

11 februari 2019: Rimpelmosbekertje in het Westerveldse bos (Zwolle)


Rimpelmosbekertje
Neottiella albocincta
Rimpelmosbekertje
Herma Visscher (2019)
Op 11 februari was ik aan de wandel in het Westerveldse bos. Enige jaren geleden is in dat bos een terrein afgegraven ten behoeve van natuurontwikkeling. Tussen het Groot rimpelmos vond ik kleine oranje bekertjes van gemiddeld drie millimeter doorsnede. Nu zijn er nogal wat oranjerode bekervormige paddenstoeltjes die tussen het mos groeien waaronder soorten uit de geslachten Neottiella, Lamprospora of Octospora. Ze kunnen op naam worden gebracht op basis van microscopische kenmerken en de gastheer waarop ze voorkomen. De grootte van de bekertjes en de vorm en grootte van de sporen, wezen in de richting van het geslacht Neottiella. Bij het Rimpelmosbekertje hebben de sporen een netvormige ornamentatie en ze groeien op Groot rimpelmos. Andere soorten uit het geslacht Neottiella groeien op andere soorten mos en konden daardoor dus worden uitgesloten. De determinatie is door Emiel Brouwer bevestigd. Het Rimpelmosbekertje is uiterst zeldzaam in Nederland.

Literatuur:
L. Hansen & H. Knudsen: Nordic Macromycetes. Vol. 1, blz. 105

9 februari 2019: Gele hersentrilzwam in het "Lage Bergse Bos" in Lansingerland (Zuid-Holland)


Gele hersentrilzwam
Tremella aurantia

Henk van der Wijngaard (2019)
Op zaterdag 9 februari liep ik met Gerco Vos een rondje in het Lage Bergse Bos gelegen in de Zuid-Hollandse gemeente Lansingerland. Het is een bosrijk recreatiegebied met open stukken land en water. Tijdens onze wandeling zag ik een fors exemplaar van een gele trilzwam. Mij viel op dat de Gele korstzwam op hetzelfde stuk hout groeide. Hierdoor dacht ik dat het wel eens om de Gele hersentrilzwam zou kunnen gaan. Deze trilzwam parasiteert op het mycelium van de Gele korstzwam, terwijl de gewone Gele trilzwam dat doet op het mycelium van Peniophorasoorten. Onderzoek aan de sporen (gemiddeld 8,3 x 6,7 μm groot) van Cees Roobeek en Hans Adema wees uit dat het inderdaad de Gele hersentrilzwam betrof. De sporen van de Gele trilzwam zijn aanzienlijk groter. De Gele hersentrilzwam is uiterst zeldzaam in Nederland, maar wordt mogelijk soms aangezien voor de Gele trilzwam.

Literatuur:
N. Dam & M. Dam (2003): Begin eens met.... de Gele trilzwam. Coolia 47(1): 29-33

26 januari 2019: Eerste vondst van Mycoacia nothofagi in de bossen van Soest

Mycoacia nothofagileeg plaatjeNieuw voor Nederland!
<i>Mycoacia nothofagi</i>
Bert van den Broek (2019)
Op 26 januari was Jaap van den Berg druk aan het trainen voor de marathon in de bossen van Soest, toen zijn oog viel op een grote stam met zwammen die hij nog niet eerder had waargenomen. Via een paddenstoelengroep op Facebook, kreeg Jaap te horen dat zijn vondst mogelijk een zeer zeldzame soort betrof en Björn Wergen suggereerde de soort Mycoacia nothofagi. Microscopisch onderzoek van Hermien Wassink en Nico Dam bevestigde dat het inderdaad genoemde soort betrof. Mycoacia nothofagi kan worden verward met de Getande boomkorst (Radulomyces molaris) en heeft evenals Mycoacia nothofagi een opvallende geur. Microscopisch gezien zijn de soorten echter gemakkelijk van elkaar te onderscheiden omdat Mycoacia nothofagi met kristallen bezette cystiden heeft en de sporenmaten veel kleiner zijn dan die van de Getande boomkorst. De vondst is inmiddels aangemeld als nieuwe soort voor Nederland.

Literatuur:
A. Bernicchia & S. Gorjón (2010): Corticiaceae sl, Fungi Europaei, vol. 12, Edizioni Candusso, Alassio, 638-639

10 januari 2019: Late grauwkop in natuurgebied "De Zumpe" Bij Doetinchem


Late grauwkop
Lyophyllum platypus
Late grauwkop
Marjon van der Vegte (2019)
Vanwege de zachte winter ging ik 10 januari naar De Zumpe bij Doetinchem. Op allerlei vergane bladeren of humus etc. kunnen we nog best wat aantreffen. In een vochtige greppel waar Hazelaar, Vlier en Wilg staat, vond ik een aantal bleke paddenstoelen op vergane bladeren die opvielen door een sterke meelgeur. De variabele sporen die ik later thuis door de microscoop zag, deden mij aan een Lyophyllum denken, terwijl de habitus ook wel veel had van een Clitocybe.
Toen Thom Kuyper op de Nieuwjaarsbijeenkomst van de NMV ook een Lyophyllum opperde en thuis de test met ijzersulfaat en acetokarmijn positief uitviel (siderofiele basidiën aanwezig) vond ik in het iconische werk van Ludwig een beschrijving van de Late grauwkop, welke prima voldeed. Gerrit Jansen bevestigde de determinatie. Deze zeer zeldzame paddenstoel wordt waarschijnlijk vaker aangezien voor een Clitocybe zoals bijvoorbeeld C. candicans, die ook op blad kan groeien.

Literatuur:
Erhard Ludwig (2000). Pilzcompendium Band 1, blz. 318

5 januari 2019: Zwarte brandplekbekerzwam in het "Drents-Friese Wold"


Zwarte brandplekbekerzwam
Plicaria anthracina

Ronald Morsink (2019)
In augustus 2018 heeft er een heidebrand gewoed in het Drents-Friese Wold gelegen op de grens tussen Friesland en Drenthe. Voor mij een uitgelezen kans om daar naar brandplekpaddenstoelen te zoeken. Bij mijn bezoek op 5 januari kwam ik veel houtskoolbekertjes (Anthracobia species) tegen en verder diverse bekerzwammen onder dennen. Een van die bekerzwammen bleek thuis onder de microscoop prachtige ronde sporen met stekels te bezitten. Dit leidde mij al snel tot de Zwarte brandplekbekerzwam. Deze soort is zeer zeldzaam en is maar van 6 plekken in Nederland bekend. De soort is op het forum van waarneming.nl bevestigd door Henk Huijser. Onder dezelfde den groeide ook nog de Beroete brandplekbekerzwam (Plicaria endocarpoides) en wat verderop, ook onder den, de Violette brandplekbekerzwam (Peziza subviolacea). Beide soorten zijn zeldzaam en staan als bedreigd op de Rode lijst.

Literatuur:
Breitenbach & Kränzlin (1981): Pilze der Schweiz 1: 64-65