Bijzondere Waarnemingen in 2019

22 december 2019: Glad spikkelschijfje in een achtertuin in Leiden


Glad spikkelschijfje
Ascobolus denudatus
<i>Ascobolus denudatus</i>
Hans Adema (2019)
Vlak voor Kerstmis van dit jaar besloot ik de bessenstruiken in mijn tuin drastisch te gaan snoeien. Daarbij kwamen de resten tevoorschijn van de stamschijf van de bruine beuk uit de Leidse Hortus botanicus, waar ik ooit een insectenhotel van had gemaakt. De geheel vermolmde stam was begroeid met honderden gele schijfjes. In eerste instantie dacht ik aan Miladina lecithina, want de foto in Fungi of Temperate Europe leek er sprekend op, alleen kon ik nog geen rijpe sporen vinden. Na Oud en Nieuw viel het me op dat ze donkerbruin geworden waren. De sporen gaven onder de microscoop een grote verrassing te zien. Ze waren zwart en in de lengte gestreept. Dat moest een Ascobolus zijn. Maar er waren geen zwarte spikkeltjes (uitstekende ascustoppen) te zien. Het bleek een klassieke uitzondering bevestigt de regel te zijn, het Glad spikkelschijfje (Ascobolus denudatus) te zijn, bekend van ongeveer twintig atlasblokken. Een leuk bewijs dat je eigen achtertuin leuke vondsten kan opleveren!

Literatuur:
T. Læssøe & J. Petersen (2019): Fungi of Temperate Europe, vol. 2, blz. 1336.

21 december 2019: Schorsloos boomschijfje in de Bleiswijkse Zoom aan de Rottemeren (Zuid-Holland)


Schorsloos boomschijfje
Strossmayeria basitricha
<i>Strossmayeria basitricha</i>
Henk van der Wijngaard (2019)
Op zaterdag 21 december trok ik samen met Gerco Vos de kletsnatte Bleiswijkse Zoom in op zoek naar paddenstoelen. Het recreatiegebied Bleiswijkse Zoom ligt aan de westelijke oever van de Rottemeren. Het gemengde loofbos heeft te maken met de essentakziekte en op dit moment zijn de ernstige gevolgen daarvan duidelijk zichtbaar. Aan het einde van onze rit viel mijn oog op een stuk loshangend schors. Er zaten kleine schijfjes op die zich moeizaam lieten fotograferen. Niet wetende dat we met een zeldzame paddenstoel te maken hadden plaatste ik hem in de Facebookgroep ‘Ascomycetes of the world’. Vrijwel direct kreeg ik daar te horen dat het hier om het Schorsloos boomschijfje moest gaan. De zondag daarna heb ik het zwammetje opgehaald en heeft Cees Roobeek het microscopisch onderzocht. Kort daarop bevestigde hij dat het hier inderdaad ging om het Schorsloos boomschijfje. Het is een zeldzaam zwammetje met tien stippen op de verspreidingsatlas.

Literatuur:
Dämon, W. (1993): Bemerkenswerte Pilzfunde aus einem Silberweidenauwald an der Saalach (bei Salzburg). Österreichische Zeitschrift für Pilzkunde 2: 19-32 [Strossmayeria basitricha zie S. bakeriana].

9 december 2019: Geelbruine sapsteel in een berm in de regio Geldrop


Geelbruine sapsteel
Hydropus subalpinus
<i>Hydropus subalpinus</i>
Eric Moors (2019)
Op 9 december gingen we met een klein groepje liefhebbers een gebied in de regio Geldrop afstruinen naar paddenstoelen. Onder een beuk in de berm vonden we een takje met twee onbekende lichtbruine zwammen erop, met een lichtere rand en uitgebocht aangehechte lamellen, die geen van ons direct herkende. Een sporee onthulde een witspoorder en onder de microscoop vielen direct de smalle worstvormige sporen op (als van een Postia). Daardoor vielen steeds de soorten af waar ik op uitsleutelde. Tot ik uitkwam bij de Geelbruine sapsteel (Hydropus subalpinus) en ineens viel alles op zijn plek! Deze soort is slechts bekend uit drie atlasblokken in Nederland. De bevestiging kwam van Ton Hermans die de soort uit een van die atlasblokken kent. Ze lijken nergens in Europa erg algemeen te zijn, al kunnen ze op die locaties waar ze voorkomen massaal verschijnen.

Literatuur:
Knudsen & Vesterholt (2012): Funga Nordica, blz. 349.

27 november 2019: Beroete brandplekbekerzwam in natuurgebied de Korte Duinen bij Soest


Beroete brandplekbekerzwam
Plicaria endocarpoides
<i>Plicaria endocarpoides</i>
Jaap van den Berg (2019)
Op 18 april 2019 is er een grote natuurbrand geweest in natuurgebied de Korte Duinen te Soest, een duingebied met heide en sparren. Het was voor mij het sein om dit gebied wat vaker te gaan bezoeken. Immers, op plekken waar een brand heeft gewoed verschijnen vaak bijzondere soorten paddenstoelen. Op 27 november vond ik daar twee soorten bekerzwammen waarvan ik wel een vermoeden had wat het was, maar ik was er niet helemaal zeker van. Aldert Gutter die bij mij in de buurt woont heeft ze toen microscopisch onderzocht en kwam tot de conclusie dat het ging om de zeldzame Beroete brandplekbekerzwam en de vrij zeldzame Purperbruine brandplekbekerzwam (Plicaria trachycarpa). De Beroete brandplekbekerzwam is bekend van 15 atlasblokken in ons land en staat te boek als ernstig bedreigd (Rode Lijst 2008).

Literatuur:
Dougoud, R. (2013): Clè des discomycétes carbonicoles (update van versie in Documents Mycologiques 30 (120): blz. 15-29).

23 oktober 2019: Blozende schijnridderzwam bij het Blauwe meer te Smilde (Drenthe)


Blozende schijnridderzwam
Lepista martiorum
<i>Lepista martiorum</i>
Marten en Immie Hunneman (2019)
Op 23 oktober vonden we bij het Blauwe meer te Smilde wederom op twee plaatsen de Blozende schijnridderzwam. In 2017 vonden we de soort ook al op vier verschillende plaatsen met in totaal 200 exemplaren bij het Blauwe meer te Smilde en in het Drents-Friese Wold in Appelscha. De standplaats betrof steeds een schelpenfietspad in een gemengd bos. Jan Knuiman gaf in 2017 op basis van foto's aan dat het om de Gemarmerde schijnridderzwam of om de Blozende schijnridderzwam zou kunnen gaan. Op basis van de sporengrootte (erg klein) bepaalde Eef Arnolds toen dat het de Blozende schijnridderzwam moest zijn. De Blozende schijnridderzwam is een uiterst zeldzame soort, met tot nog toe een viertal meldingen van vondsten in Nederland. Ook wereldwijd lijkt de soort slechts weinig voor te komen met slechts veertien meldingen in de GBIF (Global Biodiversity Information Facility), gelijkelijk verdeeld over Europa en Canada. Bekijk ook de waarneming uit 2014.

Literatuur:
Arnolds, Chrispijn & Enzlin (2015): Ecologische Atlas van Paddenstoelen in Drenthe, vol. 1, blz. 191
Knudsen & Vesterholt (2008): Funga Nordica, blz. 406.

19 oktober 2019: Ongesteelde krulzoom var. ionipus in het Spanderswoud te Bussum


Ongesteelde krulzoom var. ionipus
Tapinella panuoides var. ionipus
<i>Tapinella panuoides var. ionipus</i>
Henk van der Wijngaard (2019)
Op zaterdag 19 oktober bezochten we het Spanderswoud in Bussum. Het is een prachtig bos dat in beheer is bij Natuurmonumenten. Kort na het begin van onze wandeling draaide ik gewoontegetrouw een stammetje om en trof iets aan dat wel leek op een oesterzwam. Theo Strik herinnerde zich echter een foto van een paddenstoel van een facebookgroep die er erg op leek, namelijk een variëteit van de Ongesteelde krulzoom (Tapinella panuoides var. ionipus). Na het posten van de foto’s op de facebookgroep bevestigden Martine Verbiest en Chiel Noordeloos dat het inderdaad die bijzondere variëteit van de Ongesteelde krulzoom betrof. Zoals de naam al aangeeft, onderscheidt deze krulzoom zich van andere krulzomen door de sterk gereduceerde steel of het ontbreken daarvan. De variëteit ionopus onderscheidt zich verder door de violette tinten op de hoed, komt voor op naaldhout (vooral op Den) en is zeer zeldzaam.

Literatuur:
M. Noordeloos (2018): Flora Agaricina Neerlandica, vol 7, blz. 200-201.

15 oktober 2019: Blanke pronkridder langs het kanaal bij Breukelen


Blanke pronkridder
Tricholomella constricta
<i>Tricholomella constricta</i>
Wim Hoogendoorn (2019)
Nadat ik op 15 oktober mijn dochter naar de peuterspeelzaal in Breukelen had gebracht reed ik nog een verkenningsrondje langs het kanaal naar Breukelen. Daar zag ik onder aan de dijk in een graslandje met een hondenuitlaat opvallend witte paddenstoelen die dicht op elkaar groeiden. Ik plukte er een en vond hem zeer sterk gasachtig ruiken! Ik wist zo niet direct wat het was, maar na thuiskomst en een zoektocht op internet en in de gids van Gerhardt viel mijn oog op de Blanke pronkridder als mogelijke kandidaat. De omschrijving van de groeiplaats, bemeste hooi- en weilanden en bij voorkeur op plekken waar geürineerd wordt, klopte in elk geval. ’s Avonds heb ik mijn vondst naar Christiane Baethcke gebracht en zij constateerde al snel dat de sporen wrattig waren en bevestigde dat het de Blanke Pronkridder betrof. De Blanke pronkridder is sinds 1990 in dertien atlasblokken aangetroffen en is daarmee een zeldzame soort en staat op de Rode Lijst 2008 als ernstig bedreigd.

Literatuur:
Knudsen & Vesterholt (2008): Funga Nordica, blz. 509.

2 oktober 2019: Harig saffraanoorzwammetje in het Hulkesteinse bos in Zeewolde (Flevoland)


Harig saffraanoorzwammetje
Crepidotus crocophyllus
<i>Crepidotus crocophyllus</i>
Ieko Staal (2019)
Tijdens een inventarisatie van de Werkgroep Mycologisch Onderzoek IJsselmeerpolders in het Hulkesteinse Bos (gemeente Zeewolde) op 2 oktober 2019 vonden we tot onze grote verrassing het Harig saffraanoorzwammetje (Crepidotus crocophyllus). We troffen een achttal exemplaren aan op een halfvergane liggende stam van een haagbeuk. Het is een uiterst zeldzaam paddenstoeltje dat bekend is van slechts een klein aantal groeiplaatsen zoals het Staelduinse Bos en Meijendel, beide in Zuid-Holland gelegen. De soort werd voor het eerst in Nederland aangetroffen op Landgoed Soelen in de gemeente Buren (Gelderland) in 2013. Het Hulkesteinse bos is een gebied met een lemige bodem dat in het voorjaar meestal erg lang vochtig blijft. Al eerder werd door mij in hetzelfde gebied in 2014 het uiterst zeldzame Rood oorzwammetje (Crepidotus cinnabarinus) aangetroffen. Het betrof toen de eerste vondst van Nederland.

Literatuur:
T. Læssøe & J. Petersen (2019): Fungi of Temperate Europe, vol. 1, blz. 94

17 september 2019: Vertakte collybia in Vaassen op de Veluwe


Vertakte collybia
Dendrocollybia racemosa
<i>Dendrocollybia racemosa</i>
Immie en Marten Hunneman (2019)
Op 17 september tijdens onze vakantie in Vaassen op de Veluwe, stonden we te kijken naar een fraai groepje Parelstuifzwammen. Ze stonden langs een laan met loofbomen en struiken die evenwijdig loopt aan de Hartensche Molenbeek. Vlak naast die Parelstuifzwammen zagen we iets dat leek op een stukje wortel van een boom of plant. Het vreemde was echter dat bovenop het stukje wortel een hoedje zat. Na het beter bekeken te hebben, bleek het de prachtig mooie Vertakte collybia (Dendrocollybia racemosa), te zijn. Na enig speurwerk ontdekten we wel een dertig exemplaren. De zeldzame Vertakte collybia komt voor in ongeveer twintig atlasblokken. De soort groeit volgens de literatuur op resten van oude paddenstoelen of op humus in loofbos en gemengd bos. Wij hebben niet vast kunnen stellen of er resten van oude paddenstoelen aanwezig waren. De soort staat op de Rode Lijst 2008 als gevoelig.

Literatuur:
Arnolds, Chrispijn & Enzlin (2015): Ecologische Atlas van Paddenstoelen in Drenthe, deel 3, blz. 128.
Knudsen & Vesterholt (2008): Funga Nordica, blz. 404.

12 september 2019: Lilaroze satijnzwam op ons erf in Gorredijk (Friesland)


Lilaroze satijnzwam
Entoloma lilacinoroseum
<i>Entoloma lilacinoroseum</i>
Marten en Immie Hunneman (2019)
Op donderdag 12 september ontdekten we een bijzondere paddenstoel in het gras op ons erf in Gorredijk. Duidelijk was dat het een satijnzwam moest zijn, gezien de roze tint van de lamellen. Na enig speurwerk in Funga Nordica en de Verspreidingsatlas vonden we een naam, de zeer zeldzame Lilaroze satijnzwam (Entoloma lilacinoroseum). Maar ja, dat is geen determineren en van dergelijke zeldzame satijnzwammen hebben wij niet de juiste literatuur. Na overleg met Eef Arnolds hebben we de betreffende paddenstoel naar Holte gebracht voor verdere determinatie. Arnolds bevestigde de waarneming (hiervoor dank). De steriele lamelsnede met ongeveer flesvormige cystiden is opvallend en komt maar bij heel weinig satijnzwammen voor. De soort is sinds 1990 pas twee keer eerder in Nederland gemeld en staat als bedreigd op de Rode Lijst 2008. Eef Arnolds gaf aan dat het ook internationaal gezien een zeer zeldzame soort is.

Literatuur:
Knudsen & Vesterholt (2008): Funga Nordica, blz. 453

23 augustus 2019: Wortelende champignonparasol in een Tielse berm


Wortelende champignonparasol
Leucoagaricus barssii
<i>Leucoagaricus barssii</i>
Rinus Baggerman (2019)
Op 23 augustus besloot ik om maar weer eens langs de bermen in mijn woonplaats Tiel te gaan struinen. Meestal groeit daar ook van alles, hetgeen vaak over het hoofd gezien wordt. In een zandige met gras begroeide berm vond ik een champignonparasol, die ik het jaar daarvoor op dezelfde dag en dezelfde plaats ook al eens vond. Toen werd gedacht, dat door de aanhoudende droogte de hoed wat was “opgeschubd”, maar dat het toch de Blanke champignonparasol (Leucoagaricus leucothites) was. Bij de vondst van dit jaar dacht ik, ondanks de wederom aanhoudende droogte, dat het weer een wat vreemd gevormde Blanke champignonparasol was. Niet geheel overtuigd, besloot ik Jan Knuiman te vragen hem eens onder de microscoop te bekijken. Daaruit bleek dat het de Wortelende champignonparasol (Leucoagaricus barssii) was. De Wortelende champignonparasol is zeldzaam in Nederland en wordt vrijwel uitsluitend van het duingebied gemeld. Van daarbuiten is de soort slechts eenmaal eerder gemeld. Bekijk ook de waarneming uit 2017.

Literatuur:
Knudsen & Vesterholt (2012): Funga Nordica, blz. 400
E. Vellinga (2001): Flora Agaricina Neerlandica, vol 5, blz. 88

22 juli 2019: Zeldzame Geelwitte spinnendoder in natuurgebied "De Bruuk" bij Groesbeek


Geelwitte spinnendoder
Gibellula leiopus
<i>Gibellula leiopus</i>
Gerrit Jansen (2019)
Benauwd weer met een hoge luchtvochtigheidsgraad kan soms leuke soorten opleveren! Dat ondervonden Gerrit Jansen en ik toen wij op 22 en 23 juli het natuurgebied “De Bruuk” bezochten. Door de hoge vegetatie moesten wij op onze knieën het terrein doorzoeken en dat bleek nu net de juiste methode. We vonden vele spinnendoders, eentje zelfs nog met een aangetaste spin in het web zittend! De determinatie leidde naar twee soorten spinnendoders: Akanthomyces aranearum, de Witpoederige spinnendoder en Gibellula leiopus, de Geelwitte spinnendoder, beide zelden waargenomen. Het microscopische plaatje toont de gesepteerde conidioforen en de conidiën van de Geelwitte spinnendoder. Foto’s maken van deze paddenstoeltjes in het veld bleek erg moeilijk vanwege het kleine formaat, maar Gerrit maakte met zijn zelfgebouwde fotostellage een prachtig plaatje van de Geelwitte spinnendoder! De Geelwitte spinnendoder is bekend van vier atlasblokken en de Witpoederige spinnendoder van geen enkele.

Literatuur:
A. Kubátová (2004): The arachnogenous fungus Gibellula leiopus. Czech Mycology 56(3-4): 185-191

2 juli 2019: Zeldzame Brandpelsbekertjes gevonden in Wassenaar


Brandpelsbekertje
Trichophaea abundans
<i>Trichophaea abundans</i>
Theo Westra (2019)
Sinds Theo Westra met Leonard Minkema op zoek is geweest naar brandplekbekerzwammen, houdt hij twee specifieke brandplekken op Koninklijk landgoed de Horsten al een tijdje nauwlettend in de gaten. Op twee juli zag hij daar op verbrand hout wat kleine paddenstoeltjes zitten die op mollisia’s leken. Met de vergrotende voorzetlens op zijn camera zag hij dat ze behaard waren. Thuisgekomen plaatste Theo zijn vondst op Facebook, waar Hannie Wijers al gauw met de suggestie van Brandpelsbekertje (Trichophaea abundans) kwam. Henk Huijser was zo vriendelijk om Theo’s vondst microscopisch te onderzoeken en bevestigde hiermee Hannies vermoeden. Onder de microscoop is het een gemakkelijk herkenbare zakjeszwam vanwege de randharen en de enigszins spoelvormige sporen die tot 16 µm lang zijn en twee duidelijke oliedruppels aan de polen hebben. Het Brandpelsbekertje is thans bekend van veertien atlasblokken en is dus zeldzaam in Nederland.

Literatuur:
Ecologische Atlas Paddenstoelen Drenthe, 3 (Arnolds, Chrispijn & Enzlin 2014): blz. 695

19 juni 2019: Violette modderbekerzwam in het Revebos bij Dronten


Violette modderbekerzwamleeg plaatjeTerug van weggeweest!
Peziza gerardii
<i>Peziza gerardii</i>
Leonard Minkema (2019)
Op 19 juni besloot ik om weer eens een kijkje te nemen in het Revebos bij Dronten. Langs een pad waar ik eerder al eens naar truffels zocht, wilde ik een poging wagen een klein stukje het loofbos in te gaan. Vlakbij droogstaande greppels en verschillende loofbomen kwamen al vrij snel opvallend paars gekleurde bekerzwammetjes tevoorschijn. Nu kende ik wel bekerzwammen van brandplekken met deze kleur, maar dit betrof duidelijk geen brandplek. Ik vond het zeker de moeite waard om ze verder microscopisch te laten onderzoeken door specialisten. Kees Roobeek en Martijn Oud kwamen uit bij de Violette modderbekerzwam (Peziza gerardii). Ook Henk Huijser kon zich in deze resultaten vinden en herinnerde zich deze mooie soort zoals ze op mijn foto’s staan. De Violette modderbekerzwam staat als uitgestorven op de rode lijst, maar binnenkort zal er dus een nieuwe rode stip op de Verspreidingsatlas verschijnen.

Literatuur:
M.B. Ellis & J.P. Ellis (1998): Microfungi on Miscellaneous Substrates, blz. 89

9 mei 2019: Olieboltruffel in de Schoorlse duinen


Olieboltruffel
Hydnotrya michaelis
<i>Hydnotrya michaelis</i>
Leonard Minkema (2019)
Op 9 mei ging ik even een kijkje nemen in de Schoorlse duinen, waar ik vorig jaar Melkende wiertruffels (Endogone lactiflua) vond. Ik hoopte deze opnieuw te vinden, maar in plaats daarvan trof ik een andere soort truffel aan. De vindplek was een vochtige locatie in een dennenbos op kalkarme zandgrond met weinig onderbegroeiing. Ik vond die dag slechts één exemplaar en enkele dagen later met Theo Westra nog eens zeventien exemplaren. De 3-4 cm grote bruine bolletjes zaten verstopt in en net boven de humuslaag. De binnenzijde was lichter van kleur en bestond uit een aantal holle ruimtes. Erg opvallend was de sterke knoflookgeur. Ik vermoedde dat het de Olieboltruffel (Hydnotrya michaelis) was en na microscopisch onderzoek van Martijn Oud werd deze soort bevestigd. De Olieboltruffel is nog maar heel weinig waargenomen in Nederland en dit is de eerste keer dat hij aan de kust gevonden is.

Literatuur:
J. Dieker (2010): Olieboltruffels (Hydnotria michaelis s.l.) om van te smullen. Coolia 53(3): 151-152

20 april 2019: Stervormig lantaarntje in een kas van Burgers' Zoo in Arnhem


Stervormig lantaarntje
Cribraria intricata

Hannie Wijers (2019)
In een periode waarin er niet veel paddenstoelen te vinden zijn, ga ik wel eens naar Burgers' Zoo in Arnhem en op 20 april was ik daar samen met Maria Plekkenpol. In één van de kassen zagen we op een oude, totaal verrotte boomstronk een slijmzwam (myxomyceet) met vrij lange steeltjes, in plukjes op een mossige ondergrond groeiend. Veel bolletjes waren groen en sommige waren al wat zwarter gekleurd. Na microscopisch onderzoek kwam ik met behulp van het boek Les Myxomycètes uit bij het geslacht Cribraria. Dit werd binnen de Facebookgroep "Slime Mold Identification and Appreciation" bevestigd. De soortnaam was echter nog een vraagteken, maar gelukkig was Hans van Hooff bereid om me verder te helpen. Hij determineerde de soort als het Stervormig lantaarntje (Cribraria intricata), waarvoor dank. Volgens de verspreidingsatlas is de soort voor 1990 van twee atlasblokken gemeld en sindsdien niet meer.

Literatuur:
M. Poulain, M. Meyer & J. Bozonnet (2011): Les Myxomycиtes, Fédération Mycologique et Botanique Dauphiné-Savoie. Sévrier, blz. 308 (fotodeel 28)

16 april 2019: Groot spikkelschijfje in biologische zaai- en stekgrond, Amsterdam


Groot spikkelschijfje
Ascobolus behnitziensis
<i>Ascobolus behnitziensis</i>
Christiane Baethcke (2019)
Ik, Mirjam Niemans, had wat oude moestuintjes van de supermarkt gezaaid in een kweekkasje op bio-stekgrond. Na enige tijd kwam er iets op dat leek op een Zwarte kluifzwam, maar dan zonder steel. Ik had foto’s gemaakt en die aan Christiane Baethcke gestuurd. Christiane kwam bij mij op de tuin en keek mee in mijn kweekkasje. Toen zag ik nog iets dat op een plat bekerzwammetje leek. Christiane nam dat mee naar huis samen met de 'kluifzwam', die nog steeds geen steel had. Er kwamen steeds meer van die platte bekerzwammetjes bij. Onder de microscoop bleken het exemplaren van het zeer zeldzame Groot spikkelschijfje. En die 'kluifzwam'? Dat bleek dus óók het Groot spikkelschijfje. De zwam zag er wel anders uit, maar sporen liegen niet. Hij deed gewoon zijn naam eer aan en was behoorlijk aan de maat, namelijk wel meer dan een centimeter. De vondst is bevestigd door Björn Wergen.

Literatuur:
M.B. Ellis & J.P. Ellis (1998): Microfungi on Miscellaneous Substrates, blz. 64

11 februari 2019: Rimpelmosbekertje in het Westerveldse bos (Zwolle)


Rimpelmosbekertje
Neottiella albocincta
Rimpelmosbekertje
Herma Visscher (2019)
Op 11 februari was ik aan de wandel in het Westerveldse bos. Enige jaren geleden is in dat bos een terrein afgegraven ten behoeve van natuurontwikkeling. Tussen het Groot rimpelmos vond ik kleine oranje bekertjes van gemiddeld drie millimeter doorsnede. Nu zijn er nogal wat oranjerode bekervormige paddenstoeltjes die tussen het mos groeien waaronder soorten uit de geslachten Neottiella, Lamprospora of Octospora. Ze kunnen op naam worden gebracht op basis van microscopische kenmerken en de gastheer waarop ze voorkomen. De grootte van de bekertjes en de vorm en grootte van de sporen, wezen in de richting van het geslacht Neottiella. Bij het Rimpelmosbekertje hebben de sporen een netvormige ornamentatie en ze groeien op Groot rimpelmos. Andere soorten uit het geslacht Neottiella groeien op andere soorten mos en konden daardoor dus worden uitgesloten. De determinatie is door Emiel Brouwer bevestigd. Het Rimpelmosbekertje is uiterst zeldzaam in Nederland.

Literatuur:
L. Hansen & H. Knudsen: Nordic Macromycetes. Vol. 1, blz. 105

9 februari 2019: Gele hersentrilzwam in het "Lage Bergse Bos" in Lansingerland (Zuid-Holland)


Gele hersentrilzwam
Tremella aurantia

Henk van der Wijngaard (2019)
Op zaterdag 9 februari liep ik met Gerco Vos een rondje in het Lage Bergse Bos gelegen in de Zuid-Hollandse gemeente Lansingerland. Het is een bosrijk recreatiegebied met open stukken land en water. Tijdens onze wandeling zag ik een fors exemplaar van een gele trilzwam. Mij viel op dat de Gele korstzwam op hetzelfde stuk hout groeide. Hierdoor dacht ik dat het wel eens om de Gele hersentrilzwam zou kunnen gaan. Deze trilzwam parasiteert op het mycelium van de Gele korstzwam, terwijl de gewone Gele trilzwam dat doet op het mycelium van Peniophorasoorten. Onderzoek aan de sporen (gemiddeld 8,3 x 6,7 μm groot) van Cees Roobeek en Hans Adema wees uit dat het inderdaad de Gele hersentrilzwam betrof. De sporen van de Gele trilzwam zijn aanzienlijk groter. De Gele hersentrilzwam is uiterst zeldzaam in Nederland, maar wordt mogelijk soms aangezien voor de Gele trilzwam.

Literatuur:
N. Dam & M. Dam (2003): Begin eens met.... de Gele trilzwam. Coolia 47(1): 29-33

26 januari 2019: Eerste vondst van Mycoacia nothofagi in de bossen van Soest

Mycoacia nothofagileeg plaatjeNieuw voor Nederland!
<i>Mycoacia nothofagi</i>
Bert van den Broek (2019)
Op 26 januari was Jaap van den Berg druk aan het trainen voor de marathon in de bossen van Soest, toen zijn oog viel op een grote stam met zwammen die hij nog niet eerder had waargenomen. Via een paddenstoelengroep op Facebook, kreeg Jaap te horen dat zijn vondst mogelijk een zeer zeldzame soort betrof en Björn Wergen suggereerde de soort Mycoacia nothofagi. Microscopisch onderzoek van Hermien Wassink en Nico Dam bevestigde dat het inderdaad genoemde soort betrof. Mycoacia nothofagi kan worden verward met de Getande boomkorst (Radulomyces molaris) en heeft evenals Mycoacia nothofagi een opvallende geur. Microscopisch gezien zijn de soorten echter gemakkelijk van elkaar te onderscheiden omdat Mycoacia nothofagi met kristallen bezette cystiden heeft en de sporenmaten veel kleiner zijn dan die van de Getande boomkorst. De vondst is inmiddels aangemeld als nieuwe soort voor Nederland.

Literatuur:
A. Bernicchia & S. Gorjón (2010): Corticiaceae sl, Fungi Europaei, vol. 12, Edizioni Candusso, Alassio: 638-639

10 januari 2019: Late grauwkop in natuurgebied "De Zumpe" Bij Doetinchem


Late grauwkop
Lyophyllum platypus
Late grauwkop
Marjon van der Vegte (2019)
Vanwege de zachte winter ging ik 10 januari naar De Zumpe bij Doetinchem. Op allerlei vergane bladeren of humus etc. kunnen we nog best wat aantreffen. In een vochtige greppel waar Hazelaar, Vlier en Wilg staat, vond ik een aantal bleke paddenstoelen op vergane bladeren die opvielen door een sterke meelgeur. De variabele sporen die ik later thuis door de microscoop zag, deden mij aan een Lyophyllum denken, terwijl de habitus ook wel veel had van een Clitocybe.
Toen Thom Kuyper op de Nieuwjaarsbijeenkomst van de NMV ook een Lyophyllum opperde en thuis de test met ijzersulfaat en acetokarmijn positief uitviel (siderofiele basidiën aanwezig) vond ik in het iconische werk van Ludwig een beschrijving van de Late grauwkop, welke prima voldeed. Gerrit Jansen bevestigde de determinatie. Deze zeer zeldzame paddenstoel wordt waarschijnlijk vaker aangezien voor een Clitocybe zoals bijvoorbeeld C. candicans, die ook op blad kan groeien.

Literatuur:
Erhard Ludwig (2000). Pilzcompendium Band 1, blz. 318

5 januari 2019: Zwarte brandplekbekerzwam in het "Drents-Friese Wold"


Zwarte brandplekbekerzwam
Plicaria anthracina

Ronald Morsink (2019)
In augustus 2018 heeft er een heidebrand gewoed in het Drents-Friese Wold gelegen op de grens tussen Friesland en Drenthe. Voor mij een uitgelezen kans om daar naar brandplekpaddenstoelen te zoeken. Bij mijn bezoek op 5 januari kwam ik veel houtskoolbekertjes (Anthracobia species) tegen en verder diverse bekerzwammen onder dennen. Een van die bekerzwammen bleek thuis onder de microscoop prachtige ronde sporen met stekels te bezitten. Dit leidde mij al snel tot de Zwarte brandplekbekerzwam. Deze soort is zeer zeldzaam en is maar van 6 plekken in Nederland bekend. De soort is op het forum van waarneming.nl bevestigd door Henk Huijser. Onder dezelfde den groeide ook nog de Beroete brandplekbekerzwam (Plicaria endocarpoides) en wat verderop, ook onder den, de Violette brandplekbekerzwam (Peziza subviolacea). Beide soorten zijn zeldzaam en staan als bedreigd op de Rode lijst.

Literatuur:
Breitenbach & Kränzlin (1981): Pilze der Schweiz 1: 64-65